Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Compensatie transitievergoeding langdurig zieke medewerker blijft waarschijnlijk tot 2028
De compensatie transitievergoeding langdurig zieke medewerker blijft waarschijnlijk langer bestaan. Uit de Prinsjesdagstukken blijkt dat de voorgenomen afschaffing per 1 januari 2027 in elk geval één jaar wordt uitgesteld. Dat is belangrijk voor werkgevers die na twee jaar ziekte een arbeidsovereenkomst willen beëindigen. Voorlopig kunnen alle werkgevers de betaalde transitievergoeding nog laten compenseren. Wel blijft het verstandig om rekening te houden met toekomstige wijzigingen.
Het kabinet wilde de compensatieregeling voor de transitievergoeding per 1 januari 2027 afschaffen. Uit de Prinsjesdagstukken blijkt nu dat dit plan wordt uitgesteld. De regeling blijft daardoor in elk geval tot 1 januari 2028 bestaan.
Voor werkgevers betekent dit dat zij voorlopig nog compensatie kunnen aanvragen wanneer zij een transitievergoeding betalen bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
Het behoud van de regeling kost het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid volgens de Prinsjesdagstukken €573 miljoen in 2027 en €200 miljoen in 2028.
De situatie kan echter nog veranderen. Op 14 september staat in de Tweede Kamer een debat gepland over het afschaffen van de compensatieregeling. Werkgevers doen er daarom goed aan de verdere behandeling te volgen.
De compensatieregeling bestaat sinds 2020. De regeling moest zogenoemde slapende dienstverbanden tegengaan.
Na twee jaar ziekte stopt in veel gevallen de verplichting voor de werkgever om het loon door te betalen. Werkgevers hielden langdurig zieke medewerkers in het verleden soms toch in dienst. Daarmee voorkwamen zij dat zij bij beëindiging van het dienstverband een transitievergoeding moesten betalen.
Door de compensatieregeling verdween deze financiële prikkel grotendeels. Een werkgever betaalt bij beëindiging wel eerst de transitievergoeding aan de medewerker, maar kan daarvoor onder voorwaarden compensatie krijgen.
De Hoge Raad oordeelde mede tegen deze achtergrond dat werkgevers moeten meewerken aan beëindiging van een slapend dienstverband als aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.
Het kabinet wilde de regeling aanvankelijk beperken tot kleine werkgevers. Hiervoor werd in februari 2025 een conceptwetsvoorstel gepubliceerd. Het wetsvoorstel ging vervolgens naar de Raad van State.
De Raad van State zag een belangrijk risico. Werkgevers die geen compensatie meer zouden krijgen, konden er opnieuw financieel belang bij hebben om een medewerker na 104 weken loondoorbetaling niet te ontslaan. Daardoor zouden opnieuw slapende dienstverbanden kunnen ontstaan.
Dat zou bovendien kunnen leiden tot nieuwe juridische procedures over de vraag of een werkgever verplicht is mee te werken aan beëindiging.
De Raad van State adviseerde daarom een fundamentelere oplossing. De regering zou kunnen overwegen om de verplichte transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te schrappen. De compensatieregeling zou dan niet meer nodig zijn.
Ondanks het advies ging het wetsvoorstel door. Aanvankelijk was het plan om alleen kleine werkgevers nog recht te geven op compensatie. De beoogde ingangsdatum verschoof daarbij van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027.
Eind mei veranderde het plan opnieuw. De compensatie zou vanaf 1 januari 2027 niet alleen voor bepaalde werkgevers verdwijnen, maar voor alle werkgevers worden afgeschaft. Dit zou via een nota van wijziging worden geregeld.
Ook daar ontstonden bezwaren tegen. De Raad voor de Rechtspraak wees op de mogelijke terugkeer van onzekerheid rond slapende dienstverbanden.
Wanneer een werkgever de transitievergoeding niet meer gecompenseerd krijgt, ontstaat immers opnieuw een financiële reden om een dienstverband niet te beëindigen.
Begin juli bleek al dat afschaffing per 1 januari 2027 onzeker was. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf aan dat de afschaffing van de compensatie en een hervorming van de transitievergoeding met elkaar samenhangen.
Nu blijkt uit de Prinsjesdagstukken dat de afschaffing daadwerkelijk wordt uitgesteld. De compensatie transitievergoeding langdurig zieke medewerker blijft daardoor in elk geval gedurende 2027 beschikbaar.
Dat geeft werkgevers voorlopig meer financiële zekerheid bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid.
Voor werkgevers verandert er door het uitstel op korte termijn minder dan eerder werd verwacht. Je hoeft er voorlopig niet vanuit te gaan dat de compensatie per 1 januari 2027 verdwijnt.
Wel zijn er enkele praktische aandachtspunten:
Vooral dat laatste punt is belangrijk. Het uitstel betekent niet dat de discussie over afschaffing is beëindigd. Het geeft werkgevers vooral extra tijd.
Werkgevers kunnen de compensatie voor een betaalde transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid aanvragen bij UWV. Daarbij gelden voorwaarden voor de aanvraag.
Het is daarom verstandig om bij beëindiging van een dienstverband de relevante documenten zorgvuldig te bewaren. Denk daarbij aan gegevens over de arbeidsovereenkomst, de beëindiging en de betaalde transitievergoeding.
Meer informatie over de regeling en het aanvragen van compensatie staat bij UWV – Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid.
Ga voor 2027 nog niet uit van afschaffing van de compensatieregeling. Controleer bij ieder ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid of compensatie mogelijk is en zorg dat je dossier compleet is. Houd tegelijkertijd rekening met een mogelijke wijziging vanaf 2028.
Meer over dit onderwerp lees je in onze blogs over slapend dienstverband beëindigen en 4 risico’s van slapend dienstverband.
De compensatie transitievergoeding langdurig zieke medewerker blijft volgens de Prinsjesdagstukken in elk geval tot 1 januari 2028 bestaan. Daarmee verdwijnt een belangrijke financiële verandering voor werkgevers voorlopig van de agenda voor 2027.
Toch is de toekomst van de regeling nog niet definitief bepaald. De discussie over de transitievergoeding, langdurige arbeidsongeschiktheid en slapende dienstverbanden loopt door.
Werkgevers doen er daarom goed aan twee sporen te volgen. Maak gebruik van de huidige compensatieregeling wanneer je daarvoor in aanmerking komt. Bereid je daarnaast financieel en administratief voor op een mogelijke wijziging vanaf 2028.
Bron: Salaris Vanmorgen
Actueel
Hoge brandstofkosten versnellen elektrificatie wagenpark bij werkgevers
Wetsvoorstel: oordeel bedrijfsarts leidend bij re-integratie
Wetsvoorstel loontransparantie: dit moeten werkgevers voorbereiden
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Hoge brandstofkosten zorgen ervoor dat werkgevers kritischer naar hun zakelijke mobiliteit kijken. Vooral de elektrificatie van het wagenpark krijgt hierdoor extra vaart. Tegelijk sturen organisaties scherper op kosten, zakelijke kilometers en thuiswerken. Voor werkgevers is dit daarom een goed moment om het mobiliteitsbeleid opnieuw te beoordelen. Zeker met het oog op de voorgenomen pseudo-eindheffing voor […]
Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de re-integratie van een zieke medewerker. Daarbij speelt het oordeel over wat een medewerker medisch nog aankan een belangrijke rol. Een nieuw wetsvoorstel moet werkgevers op dit punt meer zekerheid geven. Het oordeel van de bedrijfsarts wordt leidend bij de toets van de re-integratie-inspanningen door UWV. Daardoor moet vooral […]
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vragen uit de Tweede Kamer beantwoord over het wetsvoorstel loontransparantie. Zijn antwoorden geven meer duidelijkheid over wat werkgevers kunnen verwachten. Zo gaat hij in op het verbod om naar het eerdere salaris van sollicitanten te vragen, het recht op looninformatie en de verplichte loonrapportage. Ook wordt duidelijker […]
De Belastingdienst heeft de eerste Nieuwsbrief Loonheffingen 2027 gepubliceerd. Hierin staat informatie over nieuwe regels voor het inhouden en betalen van loonheffingen vanaf 1 januari 2027. Deze eerste uitgave gaat over het samenvoegen van loon wanneer een socialezekerheidsuitkering tegelijk met ander loon wordt uitbetaald. De Belastingdienst verwacht in september 2026 een volgende uitgave van de […]
Als werkgever kun je medewerkers een onbelast arbobudget voor de thuiswerkplek geven. Daarmee kunnen zij bijvoorbeeld noodzakelijke voorzieningen voor hun werkplek thuis aanschaffen. Hiervoor geldt een gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling (wkr). Wel moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. Vooral een maximumbudget kan fiscale gevolgen hebben als een medewerker meer uitgeeft dan het beschikbare bedrag. […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk