Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Kabinet zet scenario’s nieuw box 3-stelsel op een rij
Het kabinet heeft dinsdag in een Kamerbrief de dilemma’s bij vier scenario’s voor de toekomst van box 3 opgesomd, variërend van aanpassingen aan de Wet werkelijk rendement tot een versnelde overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting. De financiële gevolgen van de verschillende scenario’s lopen sterk uiteen. De duurste route kost de schatkist tot en met 2035 bijna 20 miljard euro.
Uitgangspunt bij de scenario’s is nog altijd dat de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028 ingaat. Die wet, die in februari door de Tweede Kamer is aangenomen, combineert een vermogensaanwasbelasting met een vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken. Minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg schrijven in de Kamerbrief dat de gevolgen bij elk scenario groot zullen zijn. “Alle scenario’s kennen grote budgettaire en uitvoeringstechnische gevolgen, en verschillen in impact voor de burger en het investeringsklimaat. Dit maakt het een complex vraagstuk.”
Het eerste scenario houdt vast aan invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 in 2028, maar met wijzigingen. Daaronder vallen:
Ook zijn een verlaging van het box 3-tarief en een hoger heffingsvrij resultaat als mogelijke parameterwijzigingen doorgerekend.
De aanpassingen uit dit scenario kosten gezamenlijk maximaal 5,7 miljard euro tot en met 2035. Het kabinet tekent daarbij aan dat deze maatregelen weliswaar tegemoetkomen aan bezwaren die tijdens de parlementaire behandeling naar voren zijn gebracht, maar niet aan alle kritiek. Ze zouden bijvoorbeeld de fundamentele bezwaren tegen een vermogensaanwasbelasting niet wegnemen.
Zowel scenario 2 als 3 gaat uit van een volledige vermogenswinstbelasting vanaf 2030, waarvoor een afzonderlijk wetsvoorstel nodig is. Het verschil zit in de tussenliggende jaren.
Bij scenario 2 wordt de Wet werkelijk rendement in 2028 gewoon ingevoerd, eventueel met de verbeteringen uit scenario 1. Vanaf 2030 volgt vervolgens de volledige vermogenswinstbelasting. Daarmee geldt vanaf 2028 voor iedereen belastingheffing over het werkelijke rendement, maar is gedurende enkele jaren nog sprake van een vermogensaanwasbelasting.
De overgang naar een vermogenswinstbelasting kost in dit scenario naar schatting 6,3 miljard euro tot en met 2031 en 12,9 miljard euro tot en met 2035. Het grootste deel daarvan hangt samen met vastgoed en effecten.
Scenario 3 slaat de Wet werkelijk rendement juist helemaal over. Het wetsvoorstel wordt dan ingetrokken en het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs blijft tot 2030 bestaan. Daarna is er in één keer een overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting.
Het genoemde voordeel: de stap naar het gewenste eindbeeld wordt in één keer gezet. De nadelen van het forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling blijven hiermee echter langer van kracht. Dit is daarom het scenario met de hoogste cumulatieve budgettaire derving. Die derving bedraagt 13,1 miljard euro tot en met 2031 en loopt op tot 19,7 miljard euro tot en met 2035.
Scenario 4 brengt de vermogenswinstbelasting al in 2028 naar alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties. Daarmee zou vanaf dat jaar circa 90 procent van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder een vermogenswinstbelasting vallen. In 2030 worden vervolgens ook de overige vermogensbestanddelen onder het nieuwe systeem gebracht.
Deze versnelde route kent volgens het kabinet wel grote uitdagingen qua uitvoerbaarheid en handhaving. Dit scenario doet namelijk een groot beroep op belastingplichtigen, omdat banken tenminste in het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.
Budgettair komt dit scenario uit op een derving van ruim 11 miljard euro tot en met 2031 en 15,6 miljard euro tot en met 2035.
Omdat alle routes geld kosten, heeft het kabinet ook een reeks mogelijke dekkingsmaatregelen doorgerekend. Die beperken zich niet tot box 3. Zo werd naar de volgende punten gekeken:
Verder noemt het kabinet onder meer:
Wat duidelijk is: alle oplossingsrichtingen gaan gepaard met een aanzienlijke budgettaire derving die het kabinet conform de begrotingsregels wil kunnen dekken.
Bron: Fiscaal Vanmorgen
Actueel
Special Miljoenennota 2027: de voorgestelde maatregelen
Loondoorbetaling bij ziekte mogelijk aangepast: dit betekenen de scenario’s voor werkgevers
Hoge brandstofkosten versnellen elektrificatie wagenpark bij werkgevers
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2026 de Miljoenennota 2027 en het Belastingplan 2027. In onze special vind je de voorstellen van het kabinet die de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De voorgestelde maatregelen gaan in per 1 januari 2027, tenzij anders vermeld. Ook vind je wijzigingen die al eerder bekend […]
De loondoorbetaling bij ziekte kan in de toekomst veranderen. Het kabinet onderzoekt verschillende mogelijkheden om de regels werkbaarder te maken voor werkgevers, vooral voor het mkb. Zo wordt gekeken naar een kortere loondoorbetalingsperiode, een collectieve voorziening voor het tweede ziektejaar en minder ruimte voor bovenwettelijke aanvullingen. Ook eenvoudigere regels rond ontslag en re-integratie zijn in […]
Hoge brandstofkosten zorgen ervoor dat werkgevers kritischer naar hun zakelijke mobiliteit kijken. Vooral de elektrificatie van het wagenpark krijgt hierdoor extra vaart. Tegelijk sturen organisaties scherper op kosten, zakelijke kilometers en thuiswerken. Voor werkgevers is dit daarom een goed moment om het mobiliteitsbeleid opnieuw te beoordelen. Zeker met het oog op de voorgenomen pseudo-eindheffing voor […]
De regels voor de bijtelling van een auto van de zaak veranderen niet. Medewerkers en ondernemers die tijdens het jaar stoppen met privégebruik, kunnen de bijtelling niet vanaf dat moment beëindigen. De grens van 500 privékilometers blijft namelijk gelden voor het hele kalenderjaar. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om medewerkers vooraf goed te informeren […]
De compensatie transitievergoeding langdurig zieke medewerker blijft waarschijnlijk langer bestaan. Uit de Prinsjesdagstukken blijkt dat de voorgenomen afschaffing per 1 januari 2027 in elk geval één jaar wordt uitgesteld. Dat is belangrijk voor werkgevers die na twee jaar ziekte een arbeidsovereenkomst willen beëindigen. Voorlopig kunnen alle werkgevers de betaalde transitievergoeding nog laten compenseren. Wel blijft […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk