Skip to main content
20 januari 2017

Veranderingen omtrent arbeidsrecht

1. Verhoging transitievergoeding

Sinds 1 juli 2015 bent u als werkgever een transitievergoeding verschuldigd wanneer een tijdelijke of vaste werknemer ten minste twee jaar bij u in dienst is geweest én zijn arbeidscontract op uw initiatief is beëindigd. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer in dienst is geweest en het bruto all-in maandsalaris. De maximale transitievergoeding was € 76.000, of een jaarsalaris als dat hoger is. Per 1 januari 2017 is het maximale bedrag verhoogd naar € 77.000, of een jaarsalaris als dat hoger is.

2. Compensatie transitievergoeding ontslag langdurig zieke werknemer

Werkgevers die een zieke werknemer na twee ziekte ontslaan, zijn ook een transitievergoeding verschuldigd. Het kabinet wil werkgevers in de toekomst gaan compenseren voor deze transitievergoeding. De compensatie zal plaatsvinden vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Het budget hiervoor wordt gevonden in een verhoging van de uniforme Awf-premie.

Let op! Het duurt nog even voordat de compensatie ingaat. Er ligt inmiddels een wetsvoorstel, maar dit is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer. De verwachting is dat de compensatieregeling op zijn vroegst per 1 januari 2019 ingaat. Het is wel de bedoeling om op dat moment werkgevers die vanaf 1 juli 2015 een transitievergoeding hebben betaald na het ontslag van een langdurig zieke werknemer, alsnog te compenseren.

U bent niet verplicht om een dienstverband na twee jaar ziekte te beëindigen. Beëindigt u het dienstverband niet, dan bent u geen transitievergoeding verschuldigd. De arbeidsovereenkomst blijft echter wel bestaan en dit maakt dat aan zo’n zogenoemd “slapend dienstverband” wel risico’s kleven. De kans bestaat immers dat de zieke werknemer ooit weer kan werken. Vaak is de functie dan al aan iemand anders vergeven, waardoor boventalligheid ontstaat en passend werk is ook niet altijd beschikbaar. Als er dan op een later moment afscheid moet worden genomen, is de transitievergoeding inmiddels als gevolg van het verstrijken van de tijd alleen maar verder opgelopen.

Tip: Het slapend dienstverband is risicovol. Het is daarom in veel gevallen raadzaam het dienstverband na twee jaar ziekte op te zeggen en de transitievergoeding te betalen. Dat geeft zekerheid én voorkomt dat de kosten in de toekomst hoger uitvallen.

3. Afwijken van transitievergoeding per cao

Het kabinet wil cao-partijen meer ruimte geven om af te wijken van de transitievergoeding die is verschuldigd bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. De bij cao geregelde voorziening hoeft dan niet langer gelijk te zijn aan de wettelijke transitievergoeding, mits deze voorziening voorziet in een redelijke financiële vergoeding of de kans op nieuw werk vergroot. Cao-partijen kunnen zelf gaan bepalen wat de inhoud en omvang van de cao voorziening zal zijn, en wie opdraait voor de kosten van een dergelijke voorziening. Dit hoeft namelijk niet per definitie de individuele werkgever te zijn. Het duurt nog wel even voordat dit ingaat. Er ligt inmiddels een wetsvoorstel, maar dit is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat de regeling per 1 januari 2018 in werking treedt.

4. Wijziging arbo-wet per 1 juli 2017 voorzien

Bij de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel tot wijziging van de Arbo-wet. De verwachting is dat de voorgestelde wijziging per 1 juli 2017 van kracht worden.

De belangrijkste voorgestelde wijzigingen zijn onder meer:

  • Iedere werknemer krijgt directe toegang tot een open spreekuur bij de bedrijfsarts
  • Iedere werknemer krijgt recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts op kosten van de werkgever
  • Instemmingsrecht voor de OR met betrekking tot de keuze voor de preventiemedewerker en zijn plek in de organisatie
  • Versterking van de positie van de preventiemedewerker en de samenwerking met arbodienstverleners
  • De bedrijfsarts krijgt de ruimte voor overleg met de OR
  • Ook alle arbokerndeskundigen krijgen het recht met de OR te overleggen
  • Adviesrol bedrijfsarts wordt benadrukt
  • De bedrijfsarts heeft het recht elke werkplek te bezoeken
  • Afspraken over arbodienstverlening moeten worden vastgelegd in een basiscontract arbodienstverlening
  • Inspectie SZW krijgt ruimere sanctiemogelijkheden
  • Grotere betrokkenheid werknemers en medezeggenschapsorganen bij arbodienstverlening

5. Scholingsvouchers in 2017

Een kansberoep is een beroep waarbij de kans op werk gemiddeld of hoger is. Voor het volgen van een opleiding in een zogenaamd kansberoep is een subsidie mogelijk in de vorm van een scholingsvoucher van € 2.500.Voorwaarde is dat de aanvrager een opleiding gaat volgen in de richting van een kansberoep, of dat de aanvrager met een ervaringscertificaat (EVC) wil bewijzen dat hij/zij geschikt is voor werk bij een toekomstige werkgever. De lijst met kansberoepen wordt twee keer per jaar door het UWV geactualiseerd.

Tip: Een aanvrager kan een scholingsvoucher aanvragen als hij een WW- of IOW-uitkering ontvangt. Maar ook werkenden met een arbeidsovereenkomst of zelfstandigen kunnen een scholingsvoucher aanvragen voor een opleiding of EVC in een kansberoep.

Voorwaarden voor de scholingsvoucher zijn:

  • Plaatsing van het cv op werk.nl en inschrijving als werkzoekende bij het UWV;
  • De opleiding leidt op tot een beroep dat is opgenomen in de Kansenberoepenlijst en wordt afgesloten met een erkend diploma of certificaat;
  • De aanvraag is uiterlijk 14 dagen na de eerste opleidingsdag bij het UWV binnen.
  • Er is voor de aanvrager niet al eerder een opleiding of EVC-traject betaald vanuit de Regeling cofinanciering sectorplannen 2015;
  • De opleiding of het EVC-traject worden niet al (gedeeltelijk) betaald uit andere regelingen van de semi-overheid.

Let op! De aanvraag kan maximaal € 2.500 zijn. Is de opleiding duurder, dan betaalt de aanvrager de rest zelf.

Scholingsvouchers kunnen tot en met 31 december 2017 worden aangevraagd. Elke aanvrager kan maar 1 keer gebruik maken van een scholingsvoucher.

6. Wijzigingen pensioenwetgeving

De volgende pensioenmaatregelen moeten nog door de Eerste Kamer worden aangenomen en zijn daarom nog niet in werking getreden. Hierover wordt op een later moment nog gestemd in de Eerste Kamer waarbij deze met terugwerkende kracht een datum van inwerkintreding zullen krijgen van 1 januari 2017.

  • Ouderdomspensioen mag inclusief de AOW niet hoger zijn dan 100% van het laatstverdiende pensioengevend loon. Tot en met 2016 golden voor het partner- en wezenpensioen lagere grenzen (70% voor partner, 28% voor volle wezen en 14% voor halfwezen). Deze grenzen worden afgeschaft zodat ook voor deze pensioenen de 100%-grens geldt. De fiscale maximale omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen voor halfwezen wordt per 1 januari 2017 vastgesteld op 50% van de maximale omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen voor volle wezen.
  • Vanaf 1 januari 2017 kan een werknemer zijn ouderdomspensioen na pensioendatum uitstellen zonder door te werken in dienstbetrekking (doorwerkvereiste). Het doorwerkvereiste blijft wel gelden voor prepensioen en vroegpensioen dat is opgebouwd tot 1 januari 2006.
  • Pensioenuitkeringen mogen vanaf 1 januari 2017 ingaan op de 1e dag van de maand waarin de (gewezen) werknemer de pensioenrichtleeftijd (in 2017: 67 jaar) bereikt zonder dat pensioen actuarieel te herrekenen.

7. AOW-leeftijd weer drie maanden omhoog

Ook in 2017 gaat de AOW-gerechtigde leeftijd weer met drie maanden omhoog naar 65 jaar en 9 maanden. Een overzicht van de AOW-gerechtigde leeftijd de komende jaren:

  • 2017: 65 jaar en 9 maanden
  • 2018: 66 jaar
  • 2019: 66 jaar en 4 maanden
  • 2020: 66 jaar en 8 maanden
  • 2021: 67 jaar
  • 2022: 67 jaar en 3 maanden

Tip: De AOW-leeftijd is te berekenen op de website van de Sociale Verzekeringsbank.

Terug

Nog niet uitgelezen?