Skip to main content
25 maart 2026

Vakantiedagen tijdens slapend dienstverband: wat moet je als werkgever weten?

Als werkgever met een langdurig zieke medewerker in dienst, heb je na twee jaar ziekte te maken met een slapend dienstverband. Tot nu toe was de aanname vaak dat een medewerker in die periode geen vakantiedagen opbouwt, omdat er geen recht op loon bestaat. Maar die aanname staat onder druk. Een kantonrechter heeft op 17 maart 2026 besloten een principiële rechtsvraag aan de Hoge Raad voor te leggen: bouwt een arbeidsongeschikte medewerker toch vakantiedagen op tijdens een slapend dienstverband? Zolang de Hoge Raad geen antwoord heeft gegeven, bevindt jij je als werkgever in een juridisch grijs gebied. Dat heeft concrete gevolgen voor je personeelsadministratie en je financiële risico.

Wat is een slapend dienstverband?

Een slapend dienstverband ontstaat wanneer een medewerker na twee jaar arbeidsongeschiktheid niet wordt ontslagen, maar het dienstverband ook niet actief wordt voortgezet. De medewerker heeft op dat moment geen recht meer op loon en ook geen re-integratieverplichtingen. Het dienstverband bestaat formeel nog wel, maar er gebeurt in de praktijk niets meer.

Dit is een situatie die bij veel werkgevers voorkomt. Zodra de loondoorbetalingsverplichting stopt, moet je als werkgever toestemming vragen aan het UWV voor ontslag. Die procedure kost tijd. Daarna geldt ook nog een opzegtermijn. In die tussenperiode is er dus vrijwel altijd sprake van een slapend dienstverband, al is dat soms maar enkele weken.

De kern van het juridische geschil

In de zaak die tot de rechtsvraag heeft geleid, vroeg een werkneemster om uitbetaling van vakantiedagen die zij had opgebouwd in de periode van haar slapend dienstverband. Dat slapend dienstverband liep van 27 juli 2025 tot 21 augustus 2025, een periode van enkele weken na het einde van de loondoorbetalingsverplichting.

Artikel 7:634 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een medewerker vakantiedagen opbouwt over de periode waarin hij recht op loon heeft gehad. Tijdens een slapend dienstverband bestaat dat recht op loon niet. Op grond van dit wetsartikel zou de werkneemster dus geen vakantiedagen hebben opgebouwd.

De kantonrechter twijfelt echter of die redenering klopt en wil van de Hoge Raad weten of de wet hier wel de juiste uitkomst geeft. Dat is een fundamentele vraag, want het antwoord heeft gevolgen voor veel lopende en toekomstige arbeidsrechtelijke geschillen.

Rechtsonzekerheid door tegenstrijdige uitspraken

De rechtsonzekerheid is niet nieuw. Inmiddels hebben zes verschillende kantonrechters zich over dit onderwerp uitgesproken, met deels tegenstrijdige uitkomsten:

  1. Uitspraak kantonrechter Nijmegen 5 juni 2024
  2. Uitspraak kantonrechter Arnhem 12 augustus 2025
  3. Uitspraak kantonrechter Groningen 19 december 2025
  4. Uitspraak kantonrechter Dordrecht 5 februari 2026
  5. Uitspraak kantonrechter Utrecht 18 februari 2026
  6. Uitspraak kantonrechter Rotterdam 24 februari 2026

Bovendien zijn meerdere zaken geëindigd in een schikking, waardoor er ook geen duidelijke rechterlijke lijn is ontstaan. Ook in de juridische literatuur zijn de meningen verdeeld. Bij de gerechtshoven zijn over dit onderwerp nog geen zaken aanhangig, wat betekent dat er ook op dat niveau nog geen hoger oordeel is.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat beide partijen instemmen met het stellen van de rechtsvraag. De Hoge Raad wordt nu gevraagd definitief klaarheid te geven.

Wat betekent dit voor jou als werkgever?

Zolang de Hoge Raad geen uitspraak heeft gedaan, weet je als werkgever niet zeker of je medewerkers vakantiedagen opbouwen tijdens een slapend dienstverband. Dat schept risico’s, zeker als je meerdere langdurig zieke medewerkers in dienst hebt of hebt gehad.

Concreet zijn er drie situaties waarvoor je alert moet zijn:

  • Lopende slapende dienstverbanden
    Als je nu medewerkers hebt in een slapend dienstverband, is het verstandig dit bij te houden en juridisch advies in te winnen. Mocht de Hoge Raad oordelen dat vakantiedagen wél worden opgebouwd, dan kan die medewerker bij uitdiensttreding aanspraak maken op uitbetaling van die uren.
  • Recente beëindigingen
    Heb je de afgelopen jaren een slapend dienstverband beëindigd zonder rekening te houden met opgebouwde vakantiedagen? Dan bestaat de kans dat een (ex-)medewerker alsnog aanspraak maakt op uitbetaling, als de Hoge Raad in het nadeel van werkgevers beslist.
  • Het Xella-verzoek
    In sommige gevallen doet een medewerker pas op een later moment een zogeheten Xella-verzoek, waarbij hij de werkgever vraagt het dienstverband alsnog te beëindigen met een transitievergoeding. In die gevallen loopt het slapend dienstverband langer dan gemiddeld, waardoor de eventuele opbouw van vakantiedagen groter is.

Vakantiedagen en loonwaarde: wat staat er op het spel?

De rechtsvraag gaat niet alleen over óf vakantiedagen worden opgebouwd, maar specifiek of dit gebeurt “tegen loonwaarde”. Dat is een belangrijk onderscheid. Als de Hoge Raad oordeelt dat vakantiedagen worden opgebouwd en bij uitdiensttreding moeten worden uitbetaald, dan gaat het om een financiële aanspraak die gebaseerd is op het loon dat de medewerker verdiende vóór zijn arbeidsongeschiktheid.

Voor werkgevers met medewerkers in hogere loonschalen kan dat een aanzienlijk bedrag zijn, zeker als het slapend dienstverband meerdere maanden heeft geduurd.

Wat kun je nu al doen?

Wacht niet op de uitspraak van de Hoge Raad als je nu al te maken hebt met slapende dienstverbanden. Een aantal praktische stappen helpt je om risico’s te beperken:

  • Breng in kaart welke medewerkers momenteel een slapend dienstverband hebben en hoe lang dat al duurt.
  • Registreer de perioden nauwkeurig, zodat je bij een eventuele claim snel kunt reconstrueren om welke periode het gaat.
  • Beëindig slapende dienstverbanden zo snel als redelijkerwijs mogelijk, want hoe korter de periode, hoe beperkter het risico.
  • Vraag je HR-adviseur of arbeidsrechtjurist om een risicoanalyse als je meerdere zulke gevallen in je personeelsbestand hebt.
  • Volg de ontwikkelingen rond de uitspraak van de Hoge Raad actief op, zodat je direct kunt handelen als er duidelijkheid is.

Houd rekening met een uitspraak die de praktijk verandert

De rechtsvraag aan de Hoge Raad over vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband is geen abstracte juridische discussie. Het is een vraag met directe financiële gevolgen voor werkgevers in Nederland. De uitkomst kan betekenen dat je als werkgever vakantiedagen moet uitbetalen over een periode waarin je dacht dat er geen kosten meer waren.

Tot die uitspraak er is, geldt: wees voorbereid. Zorg voor goede administratie, sluit slapende dienstverbanden zo snel als mogelijk af en laat je adviseren als je twijfelt over jouw specifieke situatie.

Bron: Salaris Vanmorgen

Terug

Nog niet uitgelezen?