Skip to main content
26 mei 2026

Gerichte vrijstelling branche-eigen producten stopt per 2027

De gerichte vrijstelling branche-eigen producten wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Als werkgever kun je korting op eigen producten dan niet meer via deze specifieke vrijstelling onbelast aanbieden. Wel blijft er een alternatief: je kunt de korting mogelijk onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Daarom is het verstandig om op tijd te beoordelen wat dit betekent voor je arbeidsvoorwaarden, administratie en loonkosten.

Gerichte vrijstelling branche-eigen producten verdwijnt uit de WKR

De gerichte vrijstelling voor korting op branche-eigen producten binnen de werkkostenregeling wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Dat volgt uit de nadere uitwerking van het maatregelenpakket energieschok.

De maatregel komt voort uit een motie waarin is gevraagd om de versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet door te laten gaan. De dekking daarvoor wordt onder meer gezocht in de werkkostenregeling. Daardoor verdwijnt de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten.

Voor werkgevers betekent dit vooral dat een bestaande onbelaste regeling voor personeelskorting opnieuw moet worden bekeken. Zeker werkgevers in industriële en productiegerichte sectoren kunnen hiermee te maken krijgen.

Waarom stopt de gerichte vrijstelling branche-eigen producten?

Uit de evaluatie van de werkkostenregeling over 2019 tot en met 2024 blijkt dat de vrijstelling voor branche-eigen producten deels doeltreffend is, maar niet doelmatig.

De regeling verlaagt volgens de evaluatie wel de administratieve lasten. Dat komt doordat de korting buiten de loonsfeer kan blijven. Toch draagt de regeling niet duidelijk bij aan het bredere doel van de werkkostenregeling.

De reden is eenvoudig: branche-eigen producten zijn geen zakelijke kosten. Ook dragen ze niet direct bij aan een goede uitvoering van de dienstbetrekking. Daardoor ontbreekt volgens de evaluatie een duidelijk maatschappelijk doel.

De aanbeveling uit de evaluatie is daarom om de vrijstelling af te schaffen. Volgens de evaluatie kan de korting doelmatiger worden verwerkt via de vrije ruimte.

Wat verandert er voor werkgevers per 1 januari 2027?

Vanaf 2027 kun je de korting op branche-eigen producten niet meer automatisch onder deze gerichte vrijstelling laten vallen. Als je medewerkers korting geeft op eigen producten, moet je dus bekijken hoe je dit fiscaal verwerkt.

In de praktijk betekent dit dat je als werkgever moet nagaan:

  • of je nu gebruikmaakt van de gerichte vrijstelling branche-eigen producten;
  • welke medewerkers korting krijgen;
  • hoe hoog de korting is;
  • of de korting vanaf 2027 binnen de vrije ruimte past;
  • wat de gevolgen zijn voor je WKR-administratie.

Gebruik je deze regeling niet? Dan verandert er waarschijnlijk weinig. Gebruik je de regeling wel, dan is voorbereiding belangrijk. De afschaffing kan invloed hebben op de ruimte die je binnen de werkkostenregeling overhoudt voor andere vergoedingen en verstrekkingen.

Vrije ruimte als alternatief voor personeelskorting

De evaluatie noemt de vrije ruimte als alternatief. Via de vrije ruimte kunnen werkgevers korting op branche-eigen producten alsnog onbelast faciliteren, zolang dit binnen de beschikbare ruimte past.

Daar zit wel een belangrijk aandachtspunt. De vrije ruimte wordt ook gebruikt voor andere vergoedingen, verstrekkingen en personeelsvoorzieningen. Denk aan zaken die je als werkgever onbelast wilt aanbieden binnen de werkkostenregeling.

Als je vanaf 2027 personeelskorting op eigen producten in de vrije ruimte onderbrengt, kan dat dus invloed hebben op andere keuzes binnen je arbeidsvoorwaarden. Je moet mogelijk scherper kiezen welke vergoedingen je onbelast wilt blijven aanbieden.

Gevolgen voor administratie en arbeidsvoorwaarden

De afschaffing van de gerichte vrijstelling branche-eigen producten vraagt vooral om een goede controle van je personeelsregelingen. Leg vast welke korting je geeft, aan wie je die geeft en hoe je deze verwerkt.

Ook is het verstandig om je arbeidsvoorwaarden kritisch te bekijken. Staat personeelskorting genoemd in een regeling, personeelshandboek of interne afspraak? Dan moet je beoordelen of de fiscale verwerking vanaf 2027 nog klopt.

Let vooral op deze punten:

  • actualiseer interne regelingen voor personeelskorting;
  • stem de wijziging af met salarisadministratie of adviseur;
  • bewaak de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling;
  • voorkom dat andere WKR-vergoedingen onverwacht onder druk komen te staan;
  • communiceer tijdig met medewerkers als de regeling verandert.

Zo voorkom je verrassingen in de loonaangifte en houd je grip op de fiscale gevolgen.

Wat kun je als werkgever nu al doen?

Hoewel de wijziging pas op 1 januari 2027 ingaat, is het verstandig om in 2026 al actie te ondernemen. Dan heb je voldoende tijd om je WKR-beleid en arbeidsvoorwaarden aan te passen.

Begin met een inventarisatie. Kijk of je korting op branche-eigen producten aanbiedt en hoe je die nu fiscaal verwerkt. Bereken daarna of deze korting vanaf 2027 binnen de vrije ruimte past.

Blijkt dat de vrije ruimte te krap wordt? Dan kun je op tijd keuzes maken. Bijvoorbeeld door de korting aan te passen, andere WKR-vergoedingen te herzien of medewerkers duidelijk uit te leggen wat er verandert.

Bereid je WKR-beleid op tijd voor op 2027

De afschaffing van de gerichte vrijstelling branche-eigen producten per 2027 betekent niet dat personeelskorting onmogelijk wordt. Wel verdwijnt de aparte fiscale vrijstelling. Daardoor moet je als werkgever bekijken of je de korting nog onbelast kunt aanbieden via de vrije ruimte.

Controleer daarom tijdig je WKR-administratie, arbeidsvoorwaarden en interne regelingen. Zo voorkom je dat personeelskorting vanaf 2027 onverwacht leidt tot extra fiscale druk of minder ruimte voor andere vergoedingen.

Bron: Salaris Vanmorgen

Terug

Nog niet uitgelezen?