Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Gemiddelde pensioenleeftijd stijgt naar 66 jaar en 4 maanden: wat betekent dit voor jou als werkgever?
Medewerkers in Nederland gaan steeds later met pensioen. In 2025 lag de gemiddelde pensioenleeftijd op 66 jaar en 4 maanden, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Die stijgende lijn heeft gevolgen die verder gaan dan statistieken. Als werkgever krijg je te maken met medewerkers die langer in dienst blijven, met vragen over duurzame inzetbaarheid en met pensioenregelingen die steeds vaker ook doorwerken na de AOW-leeftijd moeten faciliteren. In dit artikel lees je wat de cijfers betekenen, hoe ze samenhangen met de AOW-leeftijd en welke aandachtspunten je als werkgever nu al op je radar moet hebben.
In 2025 ging 40 procent van de medewerkers voor hun 67e met pensioen. Een jaar eerder was dat nog 46 procent. De AOW-leeftijd was in beide jaren 67 jaar. Dat betekent dus dat steeds meer medewerkers tot of voorbij de AOW-leeftijd doorwerken.
Die ontwikkeling hangt samen met twee factoren. Ten eerste is de AOW-leeftijd de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd. Ten tweede zijn medewerkers zelf steeds vaker bereid en in staat om langer door te werken, zeker in sectoren waar dat fysiek en organisatorisch haalbaar is. De gemiddelde pensioenleeftijd van 66 jaar en 4 maanden is dan ook geen toeval, maar het resultaat van beleid en gedragsverandering.
Het CBS maakt een opvallend onderscheid tussen medewerkers en zelfstandigen. In 2023 lag de gemiddelde pensioenleeftijd van zelfstandigen op 68 jaar en 9 maanden, zo’n drie jaar hoger dan die van medewerkers. Bovendien ging 60 procent van de zelfstandigen pas na de AOW-leeftijd met pensioen, terwijl dat bij medewerkers maar 12 procent was.
De verklaring is deels structureel. Zelfstandigen zijn minder gebonden aan vaste pensioenregelingen en bepalen zelf wanneer ze afbouwen. Dat geeft hen meer flexibiliteit, maar ook meer verantwoordelijkheid om hun eigen pensioenopbouw te regelen. Voor jou als werkgever is dit relevant als je werkt met zelfstandigen of overweegt medewerkers meer keuzevrijheid te geven in hun pensioenmomenten.
Van de medewerkers die in 2025 met pensioen gingen, was 45 procent vrouw. Aan het begin van deze eeuw was dat nog maar 28 procent. Die toename weerspiegelt een bredere maatschappelijke verschuiving. Het aandeel werkende vrouwen van 55 tot 75 jaar steeg van 17 procent in 2001 naar 46 procent in 2024. Het aandeel vrouwen onder medewerkers van 55 jaar of ouder groeide in dezelfde periode van 32 procent naar 48 procent.
Dat heeft gevolgen voor je personeelsbestand. De oudere medewerkers in je organisatie zijn steeds vaker vrouwen met een eigen pensioenopbouw en eigen verwachtingen over hun arbeidsloopbaan. Het is belangrijk om daar in je HR-beleid rekening mee te houden, zeker als je nadenkt over doorstroom, uitstroom en duurzame inzetbaarheid.
De stijgende gemiddelde pensioenleeftijd heeft directe gevolgen voor hoe je als werkgever je organisatie inricht. Denk aan de volgende aandachtspunten:
De verwachting is dat de gemiddelde pensioenleeftijd ook de komende jaren verder oploopt. Dat heeft alles te maken met de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. Zolang mensen gemiddeld langer leven, schuift de AOW-leeftijd mee omhoog. Daarmee verschuift ook het moment waarop medewerkers daadwerkelijk stoppen met werken.
Voor jou als werkgever betekent dit dat de vraagstukken rondom langer doorwerken, duurzame inzetbaarheid en pensioen structureel worden. Het is geen tijdelijk fenomeen, maar een verandering die vraagt om een doordacht en toekomstbestendig personeelsbeleid.
De gemiddelde pensioenleeftijd in Nederland stijgt gestaag, en dat heeft concrete gevolgen voor jouw organisatie. Medewerkers blijven langer actief, vrouwen vormen een steeds groter deel van de oudere beroepsbevolking en zelfstandigen werken gemiddeld pas op latere leeftijd af. Als werkgever doe je er goed aan om nu al na te denken over duurzame inzetbaarheid, doorwerken na de AOW-leeftijd en de inrichting van je pensioenregelingen.
Neem contact op met je pensioenadviseur of HR-specialist om te toetsen of je huidige beleid nog aansluit bij deze ontwikkelingen. Voorkomen is ook hier beter dan genezen.
Bron: Accountancy Vanmorgen
Actueel
Special Miljoenennota 2027: de voorgestelde maatregelen
Kabinet zet scenario’s nieuw box 3-stelsel op een rij
Loondoorbetaling bij ziekte mogelijk aangepast: dit betekenen de scenario’s voor werkgevers
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2026 de Miljoenennota 2027 en het Belastingplan 2027. In onze special vind je de voorstellen van het kabinet die de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De voorgestelde maatregelen gaan in per 1 januari 2027, tenzij anders vermeld. Ook vind je wijzigingen die al eerder bekend […]
Het kabinet heeft dinsdag in een Kamerbrief de dilemma’s bij vier scenario’s voor de toekomst van box 3 opgesomd, variërend van aanpassingen aan de Wet werkelijk rendement tot een versnelde overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting. De financiële gevolgen van de verschillende scenario’s lopen sterk uiteen. De duurste route kost de schatkist tot en met 2035 […]
De loondoorbetaling bij ziekte kan in de toekomst veranderen. Het kabinet onderzoekt verschillende mogelijkheden om de regels werkbaarder te maken voor werkgevers, vooral voor het mkb. Zo wordt gekeken naar een kortere loondoorbetalingsperiode, een collectieve voorziening voor het tweede ziektejaar en minder ruimte voor bovenwettelijke aanvullingen. Ook eenvoudigere regels rond ontslag en re-integratie zijn in […]
Hoge brandstofkosten zorgen ervoor dat werkgevers kritischer naar hun zakelijke mobiliteit kijken. Vooral de elektrificatie van het wagenpark krijgt hierdoor extra vaart. Tegelijk sturen organisaties scherper op kosten, zakelijke kilometers en thuiswerken. Voor werkgevers is dit daarom een goed moment om het mobiliteitsbeleid opnieuw te beoordelen. Zeker met het oog op de voorgenomen pseudo-eindheffing voor […]
De regels voor de bijtelling van een auto van de zaak veranderen niet. Medewerkers en ondernemers die tijdens het jaar stoppen met privégebruik, kunnen de bijtelling niet vanaf dat moment beëindigen. De grens van 500 privékilometers blijft namelijk gelden voor het hele kalenderjaar. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om medewerkers vooraf goed te informeren […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk