Skip to main content
19 augustus 2026

Geen arbeidskorting meer over uitkering medewerker vanaf 2027: pas je loonadministratie aan

Vanaf 1 januari 2027 mag je als werkgever geen arbeidskorting meer toepassen op bepaalde uitkeringen die je samen met het loon aan een medewerker betaalt. Daardoor verandert de verwerking in de loonadministratie. Ook krijgt de medewerker in de meeste gevallen een lager nettoloon. Heb je medewerkers met zo’n uitkering? Dan is het belangrijk om je salarisadministratie op tijd aan te passen en medewerkers vooraf te informeren.

Geen arbeidskorting over uitkering medewerker vanaf 2027

De nieuwe regel geldt vanaf 1 januari 2027 voor bepaalde uitkeringen die UWV aan jou als werkgever betaalt en die je vervolgens doorbetaalt aan de medewerker.

Het gaat om de volgende uitkeringen:

  • WAO-uitkering;
  • WAZ-uitkering;
  • Wajong-uitkering;
  • WIA-uitkering;
  • Ziektewet-uitkering die is ingegaan voordat de medewerker bij jou in dienst kwam;
  • WAMIL-uitkering;
  • WW-uitkering wegens onwerkbaar weer;
  • WW-uitkering wegens werktijdverkorting.

De wijziging geldt ook als de medewerker een toeslag ontvangt op grond van de Toeslagenwet.

Deze uitkering geldt voor de loonheffingen als loon uit een eerder dienstverband. Het gewone loon dat je daarnaast betaalt, is loon uit het huidige dienstverband. De nieuwe regel geldt ook voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn.

Wat verandert er in de loonadministratie?

De belangrijkste wijziging is dat je vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskorting meer mag toepassen op de betreffende uitkering. Dat vraagt om een andere verwerking in de loonadministratie.

Je moet de uitkering vanaf die datum bijhouden en verwerken in een afzonderlijke inkomstenverhouding. De uitkering en het overige loon tel je nog steeds bij elkaar op. Je gebruikt daarbij echter verschillende loonbelastingtabellen.

Controleer daarom ruim vóór 1 januari 2027 of je salarispakket deze verwerking ondersteunt. Vraag je softwareleverancier hoe je de afzonderlijke inkomstenverhouding en de verschillende loonbelastingtabellen correct instelt.

Meer uitleg over het toepassen van de loonbelastingtabellen in deze situatie staat in paragraaf 9.6 van het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.

Waarom verdwijnt de arbeidskorting over deze uitkeringen?

De wijziging hangt samen met de manier waarop de arbeidskorting tot nu toe werd toegepast. Medewerkers die een uitkering via hun werkgever ontvingen, konden arbeidskorting over deze uitkering krijgen. Mensen die dezelfde soort uitkering rechtstreeks van UWV ontvingen, kregen deze arbeidskorting niet.

Daardoor ontstond een ongelijke behandeling van vergelijkbare groepen. Het kabinet past daarom de regels voor de samenvoegbepaling binnen de arbeidskorting aan. Dit gebeurt naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad van 15 november 2024.

De wijziging is op 22 juli 2026 gepubliceerd in de Staatscourant.

Lager nettoloon voor medewerkers

Voor jou als werkgever heeft de wijziging volgens UWV geen financiële gevolgen. Voor de betrokken medewerker kan dat anders zijn. Doordat geen arbeidskorting meer wordt toegepast op de uitkering, wordt het totale nettoloon in de meeste gevallen lager.

Hoe groot het verschil is, kan UWV niet berekenen. UWV kent namelijk wel de hoogte van de uitkering, maar niet de volledige samenstelling en verwerking van het overige loon dat jij betaalt.

Daarom kan alleen de partij die de loonstrook opstelt een goede schatting maken. Dat kan je eigen salarisadministratie zijn of een externe salarisverwerker.

Informeer medewerkers vóór 1 januari 2027

Een lager nettoloon kan voor een medewerker onverwacht komen. Daarom adviseert UWV werkgevers om betrokken medewerkers op tijd te informeren.

Wacht hiermee bij voorkeur niet tot de eerste loonstrook van 2027. Zodra je salarisadministratie de nieuwe regels kan verwerken, kun je een schatting maken van het nieuwe nettoloon. Zo weet de medewerker vooraf welk effect de wijziging waarschijnlijk heeft.

Je kunt daarbij uitleggen dat het gaat om een fiscale wijziging van de Rijksoverheid. De aanpassing is dus geen keuze van jou als werkgever of van UWV.

Krijgt een medewerker door het lagere nettoloon financiële problemen? Dan kan de medewerker bij de gemeente informeren naar beschikbare regelingen en voorzieningen.

Arbeidskorting en uitkering: wat moet je als werkgever nu doen?

Hoewel de wijziging pas op 1 januari 2027 ingaat, vraagt de voorbereiding eerder aandacht. Vooral de inrichting van de salarisadministratie is belangrijk.

Controleer daarom:

  • welke medewerkers een uitkering via jou ontvangen;
  • of deze uitkeringen onder de nieuwe regels vallen;
  • hoe je salarispakket een afzonderlijke inkomstenverhouding verwerkt;
  • hoe je vanaf 2027 de juiste loonbelastingtabellen toepast;
  • welk effect de wijziging naar verwachting heeft op het nettoloon;
  • wanneer en hoe je betrokken medewerkers informeert.

Door deze controles vooraf uit te voeren, verklein je de kans op fouten in de loonadministratie vanaf januari 2027.

Bereid de salarisadministratie op tijd voor

De afschaffing van de arbeidskorting over deze uitkeringen vraagt vooral om een administratieve aanpassing. Vanaf 1 januari 2027 moet je de uitkering afzonderlijk verwerken en mag je daarop geen arbeidskorting meer toepassen.

Breng daarom tijdig in kaart welke medewerkers met de wijziging te maken krijgen. Stem vervolgens met je salarisverwerker of softwareleverancier af wat je technisch moet aanpassen. Bereken waar mogelijk vooraf het verwachte nettoloon en informeer de medewerker over de verandering.

Zo voorkom je verrassingen op de eerste loonstrook van 2027 en geef je medewerkers tijd om rekening te houden met een mogelijk lager nettoloon.

Bron: Salaris Vanmorgen

Terug

Nog niet uitgelezen?