Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Belasting over maaltijden medewerker via betaalkaart: wat moet je als werkgever weten
Steeds meer werkgevers geven hun medewerkers een betaalkaart voor dagelijkse maaltijden. Het lijkt een praktische en aantrekkelijke regeling, maar de fiscale gevolgen zijn scherper dan veel werkgevers verwachten. De Belastingdienst beschouwt betalingen via zo’n kaart namelijk als loon in geld, en dat heeft directe gevolgen voor de manier waarop je de belasting over maaltijden berekent en afdraagt. Weet je waar je op moet letten, dan voorkom je verrassingen bij de loonadministratie.
In een concrete casus die aan de Belastingdienst is voorgelegd, verstrekt een werkgever een betaalkaart aan zijn medewerkers. Met die kaart kunnen zij dagelijks tot maximaal 9 euro en maandelijks tot maximaal 90 euro aan maaltijden betalen. Is de maaltijd duurder dan 9 euro, dan betaalt de medewerker het verschil zelf. Besteedt een medewerker op een dag minder, dan blijft het restant beschikbaar voor andere dagen binnen dezelfde maand. Aan het einde van de maand vervalt het eventuele tegoed dat nog op de kaart staat.
Dit klinkt als een overzichtelijke regeling. Toch is het fiscale plaatje minder eenvoudig dan het lijkt.
Als werkgever is het verleidelijk om bij maaltijden op de werkplek aan te sluiten bij het normbedrag dat de Belastingdienst hanteert. In 2026 is dat normbedrag 4,05 euro per maaltijd. Bij loon in natura, denk aan een bedrijfskantine waar de werkgever rechtstreeks de rekening betaalt, mag je dit normbedrag als bijtelling gebruiken.
Bij een betaalkaart werkt dat anders. De Belastingdienst beschouwt de betaling via een betaalkaart als loon in geld, niet als loon in natura. Dat verschil is bepalend. Omdat het om loon in geld gaat, mag je het normbedrag van 4,05 euro niet toepassen. In plaats daarvan vormt het daadwerkelijke bedrag van de maaltijd, tot maximaal 9 euro per dag, het belastbaar loon van de medewerker.
Kortom: je kunt als werkgever niet eenvoudig volstaan met een vaste bijtelling. Je bent verplicht het werkelijke bedrag mee te nemen in de loonadministratie.
De belastingregels voor de betaalkaart gelden ongeacht waar de medewerker zijn maaltijd koopt of laat bezorgen. Of de medewerker:
in alle gevallen geldt hetzelfde: het werkelijke bedrag vormt loon voor de medewerker. Het normbedrag voor maaltijden op de werkplek is in geen van deze situaties van toepassing wanneer een betaalkaart wordt gebruikt.
Als werkgever krijg je daarmee te maken met een hogere grondslag voor de loonbelasting dan wanneer je dezelfde maaltijden als loon in natura zou verstrekken. Dit vraagt om een bewuste keuze in de inrichting van je arbeidsvoorwaarden.
Er is een situatie waarbij de belasting over maaltijden via de betaalkaart buiten beschouwing blijft. Dat is het geval als je de gerichte vrijstelling voor tijdelijke verblijfkosten kunt toepassen. In dat geval vormen de bedragen die via de betaalkaart worden betaald geen loon, ongeacht de hoogte van het bedrag.
De gerichte vrijstelling is van toepassing bij maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter. Voorbeelden hiervan zijn:
In die gevallen geldt de uitzondering en zijn de betalingen via de betaalkaart belastingvrij. Het is als werkgever dus belangrijk om goed te documenteren wanneer en waarom een maaltijd een zakelijk karakter heeft. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat de Belastingdienst de vergoeding alsnog als loon aanmerkt.
Als werkgever die overweegt een betaalkaart voor maaltijden in te voeren, of die dit al doet, zijn er een aantal concrete aandachtspunten:
De belasting over maaltijden medewerker via een betaalkaart is dus geen administratieve bijzaak. Het verdient een bewuste inrichting en goede vastlegging.
Bron: SRA
Actueel
Loondoorbetaling bij ziekte mogelijk aangepast: dit betekenen de scenario’s voor werkgevers
Hoge brandstofkosten versnellen elektrificatie wagenpark bij werkgevers
Bijtelling auto van de zaak blijft voor heel kalenderjaar gelden
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De loondoorbetaling bij ziekte kan in de toekomst veranderen. Het kabinet onderzoekt verschillende mogelijkheden om de regels werkbaarder te maken voor werkgevers, vooral voor het mkb. Zo wordt gekeken naar een kortere loondoorbetalingsperiode, een collectieve voorziening voor het tweede ziektejaar en minder ruimte voor bovenwettelijke aanvullingen. Ook eenvoudigere regels rond ontslag en re-integratie zijn in […]
Hoge brandstofkosten zorgen ervoor dat werkgevers kritischer naar hun zakelijke mobiliteit kijken. Vooral de elektrificatie van het wagenpark krijgt hierdoor extra vaart. Tegelijk sturen organisaties scherper op kosten, zakelijke kilometers en thuiswerken. Voor werkgevers is dit daarom een goed moment om het mobiliteitsbeleid opnieuw te beoordelen. Zeker met het oog op de voorgenomen pseudo-eindheffing voor […]
De regels voor de bijtelling van een auto van de zaak veranderen niet. Medewerkers en ondernemers die tijdens het jaar stoppen met privégebruik, kunnen de bijtelling niet vanaf dat moment beëindigen. De grens van 500 privékilometers blijft namelijk gelden voor het hele kalenderjaar. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om medewerkers vooraf goed te informeren […]
De compensatie transitievergoeding langdurig zieke medewerker blijft waarschijnlijk langer bestaan. Uit de Prinsjesdagstukken blijkt dat de voorgenomen afschaffing per 1 januari 2027 in elk geval één jaar wordt uitgesteld. Dat is belangrijk voor werkgevers die na twee jaar ziekte een arbeidsovereenkomst willen beëindigen. Voorlopig kunnen alle werkgevers de betaalde transitievergoeding nog laten compenseren. Wel blijft […]
Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de re-integratie van een zieke medewerker. Daarbij speelt het oordeel over wat een medewerker medisch nog aankan een belangrijke rol. Een nieuw wetsvoorstel moet werkgevers op dit punt meer zekerheid geven. Het oordeel van de bedrijfsarts wordt leidend bij de toets van de re-integratie-inspanningen door UWV. Daardoor moet vooral […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk