Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Nulurencontract en rechtsvermoeden
Werkt iemand bij jou op basis van een nulurencontract, maar zet je die persoon in de praktijk structureel in voor veel meer uren dan contractueel afgesproken? Dan loop je als werkgever een aanzienlijk juridisch en financieel risico. Een recente uitspraak van de kantonrechter maakt dat opnieuw duidelijk. De rechter erkende het beroep van een medewerker op het wettelijk rechtsvermoeden van arbeidsomvang en veroordeelde de werkgever tot forse nabetalingen. Dit is wat je als werkgever moet begrijpen en hoe je dit soort situaties voorkomt.
Artikel 7:610b van het Burgerlijk Wetboek regelt het rechtsvermoeden van arbeidsomvang. De wet bepaalt dat als een arbeidsovereenkomst minimaal drie maanden heeft geduurd, de arbeidsomvang wordt vermoed gelijk te zijn aan het gemiddelde van de drie voorafgaande maanden. Dit heet de referteperiode.
Met andere woorden: heeft een medewerker de afgelopen drie maanden gemiddeld 40 uur per week gewerkt, dan gaat de rechter er in beginsel van uit dat de arbeidsomvang ook 40 uur per week is. Dit geldt ook als in het contract nul uren zijn overeengekomen.
Dit rechtsvermoeden bestaat juist om medewerkers te beschermen in situaties waarbij de feitelijke inzet structureel hoger ligt dan wat op papier is vastgelegd.
In de betreffende zaak werkte een medewerker op basis van een nulurencontract. De werkgever besloot hem via een e-mail niet meer op te roepen. De rechter kwalificeerde dit als een onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst, omdat de werkgever geen redelijke grond voor ontbinding had en de opzegtermijn niet in acht had genomen.
De medewerker maakte aanspraak op verschillende vergoedingen. Daarvoor moest eerst de arbeidsomvang worden vastgesteld. De medewerker onderbouwde zijn beroep op het rechtsvermoeden met werkbriefjes over de periode mei tot en met juli 2025. Daaruit bleek een gemiddelde arbeidsomvang van 43,5 uur per week.
De werkgever probeerde dit te weerleggen met loonstroken over januari tot en met maart 2025. Dat pakte averechts uit: elke maand was exact hetzelfde bedrag betaald, wat juist aantoonde dat er sprake was van een vast patroon en niet van een onregelmatig arbeidspatroon. Bovendien erkende de werkgever contante betalingen te hebben gedaan. De rechter nam de werkbriefjes van de medewerker als uitgangspunt.
Een cruciaal punt in deze zaak is de urenregistratie. De wet verplicht werkgevers om een deugdelijke registratie van arbeidstijden bij te houden. De werkgever in kwestie had dat niet gedaan en kon ook geen urenregistratie overleggen.
Dat had directe consequenties. Omdat de werkgever geen betrouwbaar eigen bewijs kon aanleveren, nam de rechter de werkbriefjes van de medewerker als uitgangspunt. Als werkgever verlies je daardoor de controle over de vaststelling van de arbeidsomvang.
Zorg er als werkgever voor dat je altijd een actuele en volledige urenregistratie bijhoudt voor flexibele krachten. Dit is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook je belangrijkste verweer bij een eventueel geschil.
De financiële gevolgen waren aanzienlijk. De rechter stelde de arbeidsomvang vast op 43,5 uur per week en hanteerde een uurloon van 17,50 euro. Dat resulteerde in een brutoloon van 3.298,75 euro per maand, te vermeerderen met 8 procent vakantietoeslag. Daar kwamen nog de volgende vergoedingen bij:
De totale schade liep daarmee op tot een bedrag dat bij lange na niet te rechtvaardigen was door te stellen dat er simpelweg te weinig werk was.
Het rechtsvermoeden is weerlegbaar. Als werkgever kun je het rechtsvermoeden ontkrachten door aan te tonen dat er geen sprake was van structurele inzet. Denk aan situaties waarbij een medewerker incidenteel werd ingeroosterd vanwege een tijdelijke piek, of waarbij bijzondere omstandigheden verklaren waarom in een bepaalde periode meer uren zijn gemaakt.
In deze zaak slaagde de werkgever daar niet in. De combinatie van gelijkblijvende loonbedragen, erkende contante betalingen en het ontbreken van een eigen urenregistratie maakten de verweren ongeloofwaardig.
Als je medewerkers inzet op basis van een nulurencontract of een min/maxcontract, let dan op de volgende punten:
Het rechtsvermoeden van arbeidsomvang is een krachtig instrument voor medewerkers. Als werkgever ben je kwetsbaar als je geen goede urenregistratie bijhoudt, als de feitelijke inzet structureel afwijkt van het contract en als je beëindigingen niet via de juiste weg laat verlopen. De uitkomst van deze zaak laat zien wat er gebeurt als al die elementen samenkomen.
Investeer in een solide administratie rondom flexibele arbeid en laat je bij twijfel adviseren over de juiste contractvorm en ontslagprocedure. Dat is altijd goedkoper dan achteraf corrigeren.
Bron: Salaris Vanmorgen
Actueel
Digitaal aanmelden als werkgever vanaf 1 oktober 2026
Onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd naar 0,25 euro per kilometer
Vrijstelling korting producten uit eigen bedrijf vervalt
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Vanaf 1 oktober 2026 kunnen werkgevers zich digitaal aanmelden als werkgever bij de Belastingdienst. Nu kan dat alleen nog met een papieren formulier. De digitale aanmelding moet fouten verminderen, vertraging beperken en de administratieve lasten voor werkgevers en intermediairs verlagen. Digitaal aanmelden als werkgever vervangt papier Als werkgever moet je je aanmelden bij de Belastingdienst […]
Sinds 22 mei 2026 is het officieel: werkgevers mogen hun medewerkers een hogere onbelaste reiskostenvergoeding geven. Het maximumbedrag stijgt structureel van 0,23 naar 0,25 euro per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Deze maatregel is onderdeel van een bredere kabinetsreactie op de gestegen brandstofkosten als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten. Als […]
Met ingang van 2027 vervalt de gerichte vrijstelling voor korting op producten uit het eigen bedrijf. Het kabinet wil hiermee het fiscale maatregelenpakket in verband met het conflict in het Midden-Oosten dekken. Korting producten uit eigen bedrijf Je kunt medewerkers een korting of vergoeding geven voor de aankoop van producten uit jouw eigen bedrijf. Als […]
Als werkgever kon je tot nu toe rekenen op een compensatie als je een zieke medewerker na twee jaar moest ontslaan en een transitievergoeding moest betalen. Dat verandert. De overheid schrapt de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige ziekte volledig. De Raad voor de Rechtspraak heeft hier recent kritisch advies over uitgebracht en wijst op serieuze risico’s: […]
De gerichte vrijstelling branche-eigen producten wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Als werkgever kun je korting op eigen producten dan niet meer via deze specifieke vrijstelling onbelast aanbieden. Wel blijft er een alternatief: je kunt de korting mogelijk onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Daarom is het verstandig om op tijd te beoordelen […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk