Skip to main content
22 juli 2026

Arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38 vanaf 31 december 2026

Vanaf 31 december 2026 geldt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38. Dit is belangrijk als je als ondernemer werkt met opdrachtnemers of zzp’ers. Een tarief onder € 38 betekent niet automatisch dat iemand bij je in dienst is. Wel kan de opdrachtnemer zich vanaf die datum beroepen op het vermoeden dat er een arbeidsovereenkomst bestaat. Als opdrachtgever moet je dan kunnen aantonen dat daarvan geen sprake is.

Wat betekent een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38?

Het rechtsvermoeden draait om de juridische positie van de opdrachtnemer. Werkt iemand voor een uurtarief onder € 38? Dan kan deze persoon zich vanaf 31 december 2026 beroepen op het vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Dat betekent niet dat iedere zzp’er of andere opdrachtnemer met een lager uurtarief automatisch medewerker wordt. Het gaat om een vermoeden van een dienstbetrekking.

Als opdrachtgever kun je dit vermoeden weerleggen. Je moet dan aantonen dat er in de praktijk geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Wat zijn de gevolgen voor jou als opdrachtgever?

Werk je met opdrachtnemers tegen een uurtarief onder € 38? Dan is het verstandig om rekening te houden met het nieuwe rechtsvermoeden.

Een opdrachtnemer kan hier namelijk een beroep op doen. Vervolgens ligt het bij jou als opdrachtgever om aan te tonen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat.

Lukt dat niet? Dan heeft de opdrachtnemer recht op de bescherming van het arbeidsrecht. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om:

  • doorbetaling tijdens vakantie;
  • loondoorbetaling bij ziekte;
  • ontslagbescherming.

Het financiële en juridische verschil tussen een opdracht en een arbeidsovereenkomst kan daardoor groot zijn.

Uurtarief onder € 38 maakt iemand niet automatisch medewerker

Het bedrag van € 38 is dus geen harde grens waaronder iedere zelfstandige automatisch medewerker wordt. Dat onderscheid is belangrijk.

Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38 geeft de opdrachtnemer een sterkere uitgangspositie. De opdrachtgever krijgt vervolgens de mogelijkheid om het tegendeel aan te tonen.

Daarom is het voor opdrachtgevers verstandig om niet alleen naar het afgesproken uurtarief te kijken. Ook de manier waarop de samenwerking in de praktijk is ingericht, is relevant.

Rechtsvermoeden geldt niet voor Belastingdienst, UWV en Arbeidsinspectie

Het rechtsvermoeden heeft alleen civielrechtelijke werking. Het geldt daarom niet als toetsingsregel voor het UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie.

Deze instanties blijven zelf onderzoeken of sprake is van een dienstbetrekking. Daarbij kijken zij naar de elementen:

  • arbeid;
  • loon;
  • gezagsverhouding.

Een beroep van een opdrachtnemer op het rechtsvermoeden betekent dus niet automatisch dat deze instanties dezelfde conclusie trekken.

Ook bestaande opdrachten vallen vanaf 31 december 2026 onder het rechtsvermoeden

Een belangrijk aandachtspunt is dat de regeling vanaf 31 december 2026 onmiddellijk werkt. Je moet daarom niet alleen naar nieuwe opdrachten kijken.

Stel dat een opdrachtnemer al vóór 31 december 2026 voor je werkt tegen een uurtarief onder € 38. Gaat deze persoon na die datum door met dezelfde werkzaamheden? Dan geldt vanaf 31 december 2026 het vermoeden dat de opdrachtnemer bij je in dienst is.

Het is daarom verstandig om bestaande samenwerkingen tijdig in beeld te brengen.

Wat kun je als werkgever of opdrachtgever voorbereiden?

Werk je met zzp’ers of andere opdrachtnemers? Breng dan vóór 31 december 2026 in kaart welke samenwerkingen mogelijk onder het nieuwe rechtsvermoeden vallen.

Let daarbij in ieder geval op het afgesproken uurtarief. Bekijk ook welke opdrachten na 31 december 2026 doorlopen. Zo weet je voor welke opdrachtnemers het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst relevant kan worden.

Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat een contract alleen niet het hele verhaal vertelt. De Belastingdienst, het UWV en de Arbeidsinspectie houden immers hun eigen onderzoeksplicht en kijken daarbij naar arbeid, loon en gezagsverhouding.

Bron: SRA

Terug

Nog niet uitgelezen?