Verandering biedt kansen
Home / Blogs / false
Als u in het buitenland activiteiten verricht leidt dit in bepaalde gevallen tot belastingplicht in het buitenland. Dit is kort genoemd het geval bij een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in het buitenland of als een werknemer meer dan 183 dagen in het buitenland werkzaam is.
De 183-dagenregel is veelal bekend. De vaste inrichting en de vaste vertegenwoordiger zijn minder bekend maar zeker zo relevant. Er zijn wijzigingen op komst die grote gevolgen kunnen hebben. Hierop ga ik hierna verder in.
Er is de laatste jaren veel te doen over bedrijven die door fiscale “constructies” te weinig belasting betalen. Denk aan Starbucks en Apple maar ook de Panama papers en recent de Bahama leaks. De OESO heeft besloten daar iets aan te doen. Er zijn 15 acties gestart die belastingontwijking tegen moeten gaan. Deze zijn bekend onder de naam BEPS (Base Erosion and Profit Shifting, tegengaan van grondslaguitholling en winstverschuiving). Artikel 7 van de acties gaat over de vaste inrichting / vaste vertegenwoordiger. Hiervan zal sneller sprake zijn! Dit betekent dat uw bedrijf ook sneller belastingplichtig is in het buitenland.
De gevolgen zijn groot: als er sprake is van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in het buitenland kan dit leiden tot in het buitenland verschuldigde loonbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting. Het is dan ook zaak goed te kijken of de nieuwe wetgeving fiscale gevolgen heeft. Doelstelling van de maatregelen is belastingontwijking tegen te gaan, in de praktijk zal echter blijken dat veel nietsvermoedende ondernemingen die niets te maken hebben met fiscale “constructies” hierdoor toch te maken gaan krijgen met buitenlandse belastingplicht.
Er is sprake van een vaste inrichting bij een bedrijfsruimte die over voldoende faciliteiten beschikt om als een zelfstandige onderneming te kunnen functioneren. Dit begrip kan heel ruim zijn: een hotelkamer of een woning kan al als zodanig kwalificeren.
De meeste door Nederland met derde landen afgesloten belastingverdragen kennen uitzonderingen. Een magazijn dat uitsluitend dient voor opslag van goederen wordt thans niet als een vaste inrichting beschouwd.
Als gevolg van de voorgestelde wijzigingen van het begrip vaste inrichting zal er sneller sprake zijn van een vaste inrichting. Werkzaamheden die ondersteunend zijn of voorbereidend van aard zullen voortaan mede aanleiding kunnen geven tot het hebben van een vaste inrichting en daarmee belastingplicht in het buitenland. .
Ook een bouw- constructie of montagewerkzaamheid is een vaste inrichting, als de werkzaamheid 12 maanden of langer duurt. In de praktijk is gebleken dat ondernemingen de 12 maanden ontgaan door “contract splitting” of door de activiteiten “op te knippen”. Er worden door dezelfde groep contracten aangegaan die qua duur steeds onder de 12 maanden blijven, zodat de overschrijding van de 12 maandentermijn wordt voorkomen. Hier wordt een misbruiktoets voorgesteld. Het wordt moeilijker om via het kunstmatig opknippen van activiteiten een vaste inrichting te vermijden. Er wordt alsnog een vaste inrichting in aanmerking genomen als de activiteit in samenhang met activiteiten van nauw gelieerde belastingplichtigen wel als vaste inrichting kan worden aangemerkt.
Thans is er geen sprake van een vaste vertegenwoordiger (in fiscale zin) in het buitenland, als de buitenlandse vertegenwoordiger niet zelf de contracten afsluit, maar de ondertekening van het contract een taak is van een bevoegde bestuurder van het hoofdkantoor.
Hierin is een belangrijke wijziging voorgesteld. Met de nieuwe definitie van de vaste vertegenwoordiger wordt meegewogen of de vertegenwoordiger een belangrijke rol speelt bij het tot stand komen van de overeenkomst, ook als hij de overeenkomst zelf niet sluit.
Als een salesmanager van een Nederlandse onderneming in Duitsland werkzaam is, daar potentiële klanten bezoekt en het voor elkaar krijgt dat de potentiële klant ook daadwerkelijk klant wordt en een contract tekent voor de koop van producten van de Nederlandse onderneming, zal er in de toekomst sprake zijn van een vaste inrichting in Duitsland. Dit leidt tot in Duitsland verschuldigde belastingen.
Daarbij zal de vraag opkomen hoe de winst dient te worden bepaald die aan de buitenlandse activiteit is toe te rekenen. Dit kan zeker aanleiding geven tot discussie met de Nederlandse en/of buitenlandse belastingdienst.
Uitgangspunt van de door de OESO voorgestelde maatregelen is dat alle landen hun belastingverdragen in 2016 hebben aangepast aan de nieuwe definitie. De Nederlandse regering heeft aangegeven de wijzigingen tijdig te willen implementeren.
Sterker nog: Nederland wil een multilaterale bepaling opnemen. Dit betekent dat de nieuwe definitie vanuit de Nederlandse wetgeving door deze multilaterale bepaling zou gaan gelden voor alle belastingverdragen die Nederland heeft afgesloten. Dat zou betekenen dat Nederland alle definities zoals hiervoor genoemd per direct conform de nieuwe OESO-norm wil hanteren. Dit brengt veel vragen met zich mee. Mag Nederland in afwijking van de afgesloten verdragen met bijbehorende onderhandelingen de definitie wel wijzigen? Wat gebeurt er als het andere land de “oude” definitie hanteert voor de reeds bestaande verdragen en dat andere land bepaalt dat de nieuwe definitie alleen geldt voor nieuwe verdragen en niet voor bestaande verdragen? Of als de definitie door dat land niet in 2016 maar later wordt geïmplementeerd? Veel vragen en onzekerheid. De praktijk zal zich hier toch mee moeten redden.
Onder de nieuwe voorgestelde wijziging zal veel sneller sprake zijn van een vaste inrichting / vaste vertegenwoordiger. Ondernemingen dienen zich hiervan bewust te zijn en waar nodig actie te ondernemen. De gevolgen kunnen immers groot zijn. Er is nog veel onduidelijkheid over de implementatie, de wetgever doet er goed aan voor invoering zekerheid te geven!
Als u hierover nog vragen heeft, of als u geadviseerd wilt worden over uw specifieke situatie, dan kunnen wij u daarbij behulpzaam zijn. Voor meer informatie of bij vragen kunt u contact opnemen met:
drs. R.W.M. te Kaat 0314-369111 06 – 11274485 r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl
Actueel
Behoud van handhavers: herken de signalen voordat jonge collega’s afhaken
Modelarbeidsovereenkomst gebruiken? Voorkom deze proeftijd missers
Strategische personeelsplanning begint klein
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Gemeenten investeren veel tijd en geld in het werven van nieuwe handhavers. Dat is hard nodig, want de arbeidsmarkt is krap en de vraag naar boa’s blijft groeien. Tegelijkertijd speelt er een minstens zo grote uitdaging: het behouden van jonge medewerkers. Want wat heb je aan een succesvolle wervingscampagne als nieuwe collega’s na enkele jaren […]
Een naam invullen, het salaris aanpassen en een nieuwe einddatum opnemen. Klaar? Niet altijd. Een bepaling uit je modelarbeidsovereenkomst kan bij de ene medewerker geldig zijn en bij de andere niet. Vooral bij de proeftijd gaat dat regelmatig mis, soms met juridische consequenties. Arbeidsjurist Claudia bespreekt 4 uitspraken en laat zien wat je vóór het […]
Veel werkgevers weten precies welke vacature vandaag openstaat. Maar welke rol over een jaar kwetsbaar wordt? Welke kennis vooral bij één medewerker zit? Of welke vaardigheden straks nodig zijn om het werk goed te blijven doen? Dat gesprek komt vaak pas op tafel als de druk al voelbaar is. Strategische personeelsplanning helpt om eerder vooruit […]
Veel organisaties denken dat de voorbereiding op de Wet loontransparantie begint bij een rapportage. In de praktijk zie ik dat de eerste uitdaging veel eerder ontstaat. Niet bij de cijfers, maar bij de gegevens waarop die cijfers straks zijn gebaseerd. Als functies, salarissen of afdelingen niet goed zijn vastgelegd, wordt uitleggen ineens lastiger dan rapporteren. […]
HR processen optimaliseren klinkt voor veel organisaties als een technisch vraagstuk. Eén systeem kiezen, processen digitaliseren en klaar. In de praktijk werkt het zelden zo eenvoudig. Zeker bij organisaties waar veel processen starten en eindigen bij HR. Hier zie je dan ook vaak dat HR vast zit in uitzonderingen, controles en handmatig herstelwerk. Technologie helpt […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk