Verandering biedt kansen
Home / Blogs / Eigen woning financieren als dga: renteaftrek en bijleenregeling
Als directeur-grootaandeelhouder (dga) kun je de aankoop, verbouwing of het onderhoud van je eigen woning soms financieren met een lening bij je eigen bv. Dat kan fiscaal aantrekkelijk zijn, maar hier zitten wel voorwaarden aan vast. Ook bij verkoop van een woning met overwaarde heeft dit mogelijk invloed op de rente die je maximaal in aftrek kunt brengen bij de aankoop van een nieuw woning. Fiscalist Joreen Stegeman legt je uit hoe het zit. Wanneer is sprake is van een eigen woning? Wanneer kwalificeert een lening als eigenwoningschuld? En wat betekent de bijleenregeling voor de renteaftrek?
Door Joreen Stegeman, Fiscalist
Een eigen woning is een gebouw met aanhorigheden, zoals een garage of schuur, dat jou of je fiscale partner anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat. Daarnaast moet je economisch eigenaar zijn van de woning.
Of een woning je hoofdverblijf is, hangt af van de feiten en omstandigheden. Het gaat er niet alleen om of het de plek is waar je het vaakst overnacht. Ook je gezinssituatie, sociale leven, werk, verenigingen en andere persoonlijke omstandigheden kunnen relevant zijn.
Voor een eigen woning geldt een zogenoemd ‘eigenwoningforfait’. Dit is een percentage over de WOZ-waarde dat wordt geacht je voordeel te zijn, omdat je woongenot hebt. Daar staat tegenover dat de rente en bepaalde kosten van een kwalificerende lening in aftrek kunnen komen in box 1.
Een lening kwalificeert als eigenwoningschuld als deze is gebruikt voor:
Voor leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan, geldt de aflossingseis. Je moet de lening in maximaal 30 jaar tenminste annuïtair aflossen. Voor oudere, bestaande eigenwoningschulden kunnen overgangsregels gelden. Daardoor kan een aflossingsvrije lening onder omstandigheden nog steeds recht geven op renteaftrek.
De lening mag afkomstig zijn van een bank, een familielid of je eigen bv. Bij een lening bij de eigen bv moeten de afspraken zakelijk zijn. Leg daarom in ieder geval schriftelijk vast:
Leen je als dga geld van je eigen bv, dan moet je ook rekening houden met de Wet excessief lenen. Schulden aan de eigen bv boven de wettelijke grens (2026: € 500.000) kunnen in box 2 van de Inkomstenbelasting worden belast als een ‘fictief regulier voordeel’. Hierover moet je belasting betalen.
Een lening voor de eigen woning kan onder voorwaarden buiten deze regeling blijven. Daarvoor is onder meer vereist dat:
Let op! Voor een lening die al op 31 december 2022 bestond, kan onder voorwaarden overgangsrecht gelden. De vormgeving en vastlegging van een lening bij de eigen bv verdienen daarom extra aandacht. Een zakelijke leningsovereenkomst alleen is niet altijd voldoende.
Let op! Verstrek je, onder zakelijke voorwaarden, een lening aan je kind voor de financiering van diens eigen woning, dan geldt ook voor het kind de renteaftrek. Voldoet de lening niet en heeft het kind zelf geen aanmerkelijk belang in de bv, dan moet je het bovenmatige deel meetellen bij de bepaling van excessief lenen bij de dga. Dat betekent dus, dat het deel van de schuld van het kind boven € 500.000 kan worden toegerekend aan de dga. En dit kan er vervolgens toe leiden dat je als dga, samen met je eigen schulden aan de bv, boven de grens voor excessief lenen uitkomt. Het meerdere boven die grens wordt bij de dga belast als ‘fictief regulier voordeel’ in box 2.
De rente van een eigenwoningschuld is onder voorwaarden aftrekbaar in box 1. De aftrek is niet onbeperkt: bij hogere inkomens geldt een tariefbeperking. Daarnaast telt het eigenwoningforfait mee als belastbaar voordeel.
Bij geen of een geringe eigenwoningschuld kan ‘aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld’ van toepassing zijn. Deze aftrek komt in mindering op het eigenwoningforfait, maar wordt sinds enkele jaren stapsgewijs afgebouwd.
Ook voor een woning die je al hebt gekocht of laat bouwen, maar die je nog niet als hoofdverblijf gebruikt, kan renteaftrek mogelijk zijn. Voorwaarde is dat de woning bestemd is om je hoofdverblijf te worden.
De regeling geldt in beginsel gedurende het kalenderjaar van aankoop of start van de bouw en de daaropvolgende 3 kalenderjaren. Als de woning daarna nog steeds geen hoofdverblijf is geworden, valt deze doorgaans in box 3. De rente is dan niet meer aftrekbaar in box 1.
Verkoop je je eigen woning met overwaarde en koop je een andere eigen woning, dan krijg je te maken met de bijleenregeling. De overwaarde wordt fiscaal aangeduid als de ‘eigenwoningreserve’.
De kern van de regeling is dat je de overwaarde geacht wordt te gebruiken voor de nieuwe woning. Doe je dat niet en financier je dit deel toch met een lening, dan is de rente over dat deel niet aftrekbaar in box 1.
De eigenwoningreserve is in beginsel 3 jaar geldig, daarna vervalt deze.
Je verkoopt je woning voor € 600.000. De resterende eigenwoningschuld bedraagt € 300.000.
De eigenwoningreserve is dan:
€ 600.000 – € 300.000 = € 300.000
Je koopt vervolgens een nieuwe woning. De totale kosten van aankoop bedragen € 760.000. Je brengt € 100.000 aan eigen middelen in en sluit een lening af van € 660.000.
Voor de berekening van de maximale eigenwoningschuld moet je rekening houden met de eigenwoningreserve van € 300.000:
€ 760.000 – € 300.000 = € 460.000
Van de lening van € 660.000 kwalificeert dus maximaal € 460.000 als eigenwoningschuld. De rente over dit deel kan, mits ook aan de overige voorwaarden is voldaan, in aftrek komen in box 1.
Het resterende deel van de lening bedraagt:
€ 660.000 – € 460.000 = € 200.000
Over dit deel bestaat geen recht op renteaftrek in box 1. Deze schuld moet in box 3 worden genomen.
In afwachting van de verkoop van de oude woning wordt de nieuwe woning vaak volledig met een lening gefinancierd. Onder voorwaarden kunnen zowel de lening voor de oude woning als die voor de nieuwe woning tijdelijk als eigenwoningschuld kwalificeren.
Voor de oude woning geldt dan onder meer dat deze leeg staat en daadwerkelijk bestemd is voor verkoop. De bijleenregeling wordt definitief toegepast zodra je de oude woning hebt verkocht en de eigenwoningreserve kan worden vastgesteld.
Verhuur je de oude woning, dan kan deze in beginsel naar box 3 verhuizen. Dit kan gevolgen hebben voor de renteaftrek en de toepassing van de bijleenregeling.
Niet alleen een daadwerkelijke verkoop kan leiden tot een eigenwoningreserve. Ook een ‘fictieve vervreemding’ kan gevolgen hebben voor de bijleenregeling. Van een fictieve vervreemding kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een woning niet langer als eigen woning kwalificeert door echtscheiding, beëindiging van samenwoning of verhuur.
In die situaties is er geen verkoopprijs. Voor de berekening wordt dan meestal aangesloten bij de waarde in het economisch verkeer van de woning. Het kan nodig zijn om die waarde met een taxatie te laten onderbouwen.
De fiscale gevolgen van een fictieve vervreemding zijn sterk afhankelijk van de omstandigheden. Zeker voor dga’s met een eigenwoninglening bij de bv is maatwerk belangrijk.
Je snapt inmiddels ongetwijfeld: de financiering van de eigen woning voor dga’s vraagt regelmatig om extra aandacht. Niet alleen vanwege de voorwaarden voor renteaftrek en de bijleenregeling, maar ook vanwege de zakelijke inrichting van de lening bij de eigen bv en de regeling voor excessief lenen.
Verandert je woonsituatie, overweeg je een lening bij je eigen bv of verkoop je een woning met overwaarde? Bel of mail me, mijn collega’s en ik helpen je graag.
Fiscalist T +31 (0)314 369 111 E joreenstegeman@stolwijkkelderman.nl
Actueel
Ontslag wegens disfunctioneren: waarom een zorgvuldig traject het verschil maakt
Kun je die ene kandidaat niet vinden? Kijk eens anders.
Slapend dienstverband: 4 risico’s voor werkgevers
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Een medewerker functioneert niet zoals je verwacht. Op een gegeven moment vraag je je misschien af of het tijd is om afscheid te nemen. Veel werkgevers denken dat de vraag vooral is óf een medewerker onvoldoende functioneert. Juridisch draait het echter minstens zo vaak om de manier waarop je als werkgever met die situatie bent […]
De vacature staat al een tijdje open. Er reageren mensen, maar steeds ontbreekt er iets. Niet genoeg ervaring. Net niet de juiste achtergrond. Geen hbo-diploma. Nog nooit in jullie branche gewerkt. En die kandidaat die wél precies aan het profiel voldoet? Die lijkt nauwelijks te vinden. Misschien vraagt de huidige arbeidsmarkt niet alleen om harder […]
In onze vorige blog bespraken we wat een slapend dienstverband is, wanneer een werkgever moet meewerken aan beëindiging en hoe het zit met de transitievergoeding en de compensatie voor het UWV. Er is echter een praktische vraag onbeantwoord gebleven: wat gebeurt er als je een slapend dienstverband gewoon laat voortbestaan? Na 104 weken (twee jaar) ziekte […]
Een medewerker is al meer dan twee jaar ziek, maar de werkgever beëindigt de arbeidsovereenkomst niet. Er wordt geen loon meer betaald, de medewerker verricht geen werkzaamheden en soms is er nauwelijks nog contact. Toch staat het dienstverband juridisch nog steeds open. In de praktijk zien we dat zulke dossiers soms jarenlang blijven liggen. Dat […]
Gemeenten investeren veel tijd en geld in het werven van nieuwe handhavers. Dat is hard nodig, want de arbeidsmarkt is krap en de vraag naar boa’s blijft groeien. Tegelijkertijd speelt er een minstens zo grote uitdaging: het behouden van jonge medewerkers. Want wat heb je aan een succesvolle wervingscampagne als nieuwe collega’s na enkele jaren […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk