Verandering biedt kansen
Home / Blogs / Bitcoin en de fiscus: hoe zit het en wat brengt de toekomst?
In 2008 kocht je een Bitcoin voor slechts 3 dollarcent. Vandaag de dag heeft deze een waarde van ruim € 27.000. Is het een bubbel of heeft het toekomst? En hoe zit het fiscaal?
Mijn naam is Dennis Jansen. Zo’n 3 jaar geleden ben ik als werkstudent bij Stolwijk Kelderman gekomen. Ondertussen ben ik afgestudeerd en mag ik mezelf Junior Fiscalist noemen. De Bitcoin was het onderwerp van mijn scriptie getiteld: “Het fenomeen Bitcoin: fiscaal recht of fiscaal krom?”. Een onderzoek dat mij tot diep in de bijzondere wereld van deze cryptomunt bracht.
Bitcoin is in 2008 ontstaan doordat er wantrouwen was ten aanzien van banken. Men zag het nut van deze partijen niet meer in en men wilde niet meer afhankelijk zijn. Zo werd het idee geboren dat technologie hen zou moeten kunnen vervangen. Dat lijkt gelukt te zijn.
Op dat moment kocht je een Bitcoin voor 3 dollarcent. Nu, terwijl ik dit schrijf, staat de waarde op € 27.359,52. Een bizarre waardestijging. Het is dan ook niet gek dat veel ondernemers en particulieren zich in de Bitcoin verdiepen en erin investeren. Je zult begrijpen dat vooral de vroege investeerders hun investering flink in waarde hebben zien stijgen. Naast het passief aanhouden van een investering kun je ook actief inspelen op koersbewegingen van Bitcoin. Daar komt de Belastingdienst dan om de hoek kijken. Er is echter één ‘probleem’… er is geen duidelijkheid over hoe je belastingtechnisch gezien om moet gaan met het actief handelen in Bitcoins. Ook de Belastingdienst zelf heeft hier geen eenduidig antwoord op.
Om te bepalen hoeveel belasting je betaalt, werkt de Belastingdienst met het welbekende boxenstelsel. Een particulier die Bitcoin enkel als belegging houdt, zal de waarde hiervan als box 3-vermogen in zijn aangifte inkomstenbelasting moeten opnemen. Als we naar inkomsten uit actieve handel in Bitcoin kijken, zouden deze onder box 1 (inkomsten uit werk en woning) kunnen vallen, maar ook onder box 3 (inkomsten uit sparen en beleggen). Box 1 kent belastingtarieven van 37,10% en 49,50%. In box 3 is het tarief een stuk lager én heb je ook nog een stuk heffingsvrij vermogen. In box 3 wordt (slechts) de waarde van de Bitcoins belast en maakt het behaalde rendement deel uit van het vermogen. Daarmee is het voor een handelaar die winst heeft gemaakt natuurlijk veel interessanter om het in box 3 te plaatsen, maar zo simpel is het niet vast te stellen.
Zo wordt er gekeken naar de manier waarop je het Bitcoin-vermogen hebt verworven: hoe actief handel je, hoeveel inspanning kost het je, hoe hoog is het rendement en over welke periode? Hoe groot is de zekerheid dat jouw investering en jouw inspanning daadwerkelijk geld op gaan leveren en heeft jouw inspanning invloed op de hoogte van het rendement? Allemaal vragen waarvan de antwoorden tezamen bepalend zijn of je in box 1 of box 3 belast wordt.
Voor iedereen met inkomsten uit Bitcoin kan het antwoord op bovenstaande vragen anders zijn. Het is niet zwart of wit, maar een grijs gebied waar veel ruimte is voor vrije interpretatie. De Belastingdienst is hier ook nog zoekende in en op dit moment lopen er in Nederland meerdere discussies over dit onderwerp.
Op moment van schrijven is er in Nederland nog geen rechtspraak geweest over dit onderwerp, maar naar verwachting zal dit niet lang op zich laten wachten. Met zo’n eerste zaak zal zeker een statement gemaakt willen worden en de uitkomst zal veel invloed hebben over hoe we in de toekomst om moeten gaan met het belasten van inkomsten uit Bitcoin.
Wat de Bitcoin in de toekomst gaat doen is nog onzeker, maar dat het interessante materie is, is wel duidelijk. Ik heb met veel plezier, interesse en nieuwsgierigheid aan mijn scriptie gewerkt, die uiteindelijk met een 8 is gewaardeerd. Daarnaast ben ik ‘met genoegen’ afgestudeerd. Maar het meest trots ben ik op het feit dat mijn scriptie genomineerd werd voor een vijftal scriptieprijzen, waaronder de NOB/LOF-scriptieprijs, en dat het regelmatig gebruikt wordt als brondocument voor artikelen over dit onderwerp.
Mijn interesse is er niet minder op geworden! Bij menig klant mag ik advies geven over dit onderwerp en dat doe ik graag. Dus mocht jij graag eens willen praten over wat voor jou de beste aanpak is, wat de mogelijkheden zijn en hoe de wetgeving vorm krijgt? Bel (06 8280 5246) of mail me!
Groeten, Dennis Jansen
*Bron: coinmarketcap.com
Actueel
HR processen optimaliseren vraagt meer dan alleen nieuwe software
Subsidie praktijkleren 2026: zo benut je de regeling optimaal
Als dga privé financiële middelen nodig – kies je voor meer salaris of dividend?
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
HR processen optimaliseren klinkt voor veel organisaties als een technisch vraagstuk. Eén systeem kiezen, processen digitaliseren en klaar. In de praktijk werkt het zelden zo eenvoudig. Zeker bij organisaties waar veel processen starten en eindigen bij HR. Hier zie je dan ook vaak dat HR vast zit in uitzonderingen, controles en handmatig herstelwerk. Technologie helpt […]
Begeleid je binnen jouw organisatie een bbl-leerling of -student binnen een erkend praktijkleertraject? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor de subsidie praktijkleren. Toch zien we in de praktijk dat veel werkgevers deze regeling niet benutten of onnodig subsidie mislopen door fouten in de administratie of een te late aanvraag. Dat is jammer, want de […]
Je werkt keihard in en aan je eigen bv, maar privé voelt het soms krap. Misschien wil je een verbouwing financieren, een luxe aankoop doen of gewoon wat ruimer leven? De winst is er, maar die zit in je bv. Hoe haal je die fiscaal slim naar privé? Zelfstandig Assistent Accountant Marieke Gooiker vergelijkt 2 […]
Schijnzelfstandigheid is voor gemeenten geen theoretisch risico meer. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst actief op arbeidsrelaties. Organisaties moeten zelf kunnen onderbouwen of iemand echt zelfstandig is of feitelijk in dienstbetrekking werkt. Daarnaast raakt schijnzelfstandigheid steeds vaker aan de rechtmatigheid van uitgaven en daarmee aan de financiële verantwoording van gemeenten. Dat maakt dit onderwerp […]
Veel werkgevers vergoeden woon-werkverkeer met een vaste kilometervergoeding. Vaak gebeurt dat via de 214-dagenregeling, waarbij je uitgaat van een vast aantal reisdagen per jaar. Dat lijkt eenvoudig: maximaal € 0,23 per kilometer onbelast vergoeden en klaar. In de praktijk gaat het echter wel eens mis. Denk aan situaties waarin een medewerker minder gaat werken, verhuist […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk