Skip to main content
27 februari 2024

Vakantiebijslag in aangifte loonheffingen – Hoe zit dat?

Als het gaat om vakantiebijslag in aangifte loonheffingen kom je daar twee rubrieken tegen: vakantiebijslag en opgebouwde recht vakantiebijslag. Wat moet je daarvoor wel of niet doen?

Eerst even terug naar de basis: Vakantiebijslag en vakantiegeld worden in de volksmond door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. Dat zit zo:

  • Vakantiebijslag, ook wel vakantietoeslag, is het bedrag dat je een werkgever een medewerker boven op het afgesproken loon moet betalen op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM) boven op het afgesproken loon moet betalen. Hiervan kan alleen bij cao onder voorwaarden worden afgeweken.
  • Vakantiegeld is het reguliere loon dat je een medewerker doorbetaalt tijdens zijn vakantieverlof.

Het wettelijk minimum voor vakantiebijslag is 8% van het bruto jaarsalaris van het afgelopen jaar, bijvoorbeeld van begin juni tot en met eind mei. Voor de uitbetaling gebruik je de tabellen voor bijzondere beloningen.

Onderdeel van het brutoloon zijn ook zaken zoals overuren, prestatie- en onregelmatigheidstoeslagen en provisies. Dus ook daarover moet je vakantietoeslag uitbetalen. Uitbetalingen zoals onkostenvergoeding en een eindejaars- of winstuitkering worden niet tot het brutoloon gerekend.

Vakantiebijslag bij overuren

Je betaalt medewerkers ook vakantiebijslag over de overuren die ze werken. En dan over de volle waarde van de overuren, dus inclusief eventuele overwerktoeslag.

Vakantiebijslag bij ziekte

Ook als een werknemer ziek is, bouwt hij vakantietoeslag op. Dat gebeurt over het deel van het loon dat je moet doorbetalen.

Lees hierover meer in het artikel ‘Vakantiedagen tijdens ziekte – Bouw je op? Moet je opnemen? En meer’.

Vakantiebijslag bij contracteinde

Bij ontslag of afloop van een tijdelijk contract moet je vakantiebijslag betalen over de periode dat de werknemer in dienst was. Je betaalt dat uit bij het laatste salaris.

Rubrieken vakantiebijslag in aangifte loonheffingen

Je treft voor vakantiebijslag in aangifte loonheffingen twee rubrieken aan:

  1. Rubriek ‘vakantiebijslag’ >> Het bedrag dat je medewerker in het aangiftetijdvak daadwerkelijk aan vakantietoeslag heeft opgebouwd (veelal 8% van het brutoloon).
  2. Rubriek ‘Opgebouwde recht vakantiebijslag’ >> Het bedrag dat je medewerker in elk aangiftetijdvak aan recht op vakantiebijslag opbouwt, ongeacht of je daarvoor daadwerkelijk reserveert of niet.

Let op: Je moet beide rubrieken altijd aanleveren. Is er geen sprake van vakantiebijslag? Dan vul je de rubrieken met € 0 in.

Waarom rubrieken vakantiebijslag in aangifte loonheffingen?

UWV heeft de rubrieken ‘vakantiebijslag’ en ‘opgebouwde recht vakantiebijslag’ nodig voor:

  • Vaststelling van het dagloon
  • Vaststelling van het maatmanloon (het loon dat een medewerker verdiende voordat hij ziek werd)
  • Verrekening van inkomsten met een aantal lopende uitkeringen uit werknemersverzekeringen

Berekening dagloon

Voor de berekening van het dagloon gaat UWV uit van het loon voor de werknemersverzekeringen (loon SV) in de periode die voorafgaat aan de werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid (de referteperiode), bijvoorbeeld over een voorgaande periode van 12 maanden.

Aangezien vakantiebijslag vaak eenmaal per jaar wordt uitbetaald, kan dat ertoe leiden dat die uitbetaling net buiten of net binnen de referteperiode valt. Om toch tot een evenwichtige berekening van het dagloon te komen, gaat het UWV uit van het opgebouwde recht aan vakantietoeslag en niet van het genietingsmoment.

Bijzondere situaties voor vakantiebijslag

Hoe geef je vakantiebijslag in aangifte loonheffingen aan in uitzonderlijke situaties? We lichten vier van deze situaties toe:

Vul € 0 in bij beide rubrieken van vakantiebijslag in aangifte loonheffingen als het volgende geldt:

    • Je betaalt geen vakantiebijslag, bijvoorbeeld omdat sprake is van een fictieve dienstbetrekking.

    • Je betaalt bij elke loonbetaling de vakantietoeslag van (bijvoorbeeld) 8% uit door 108% van het uurloon te betalen (dit noem je ook wel all-in-verloning).

    • Je voert een tijdsparensysteem in een fonds (TSF) (de aanspraak op vakantiebijslag wordt dan steeds als loon voor de werknemersverzekeringen meegeteld)

    • Je voert een systeem met keuzebudget (let op: je moet in de aangifte loonheffing dan wel de rubrieken ‘Opbouw arbeidsvoorwaardenbedrag’ en ‘Opname arbeidsvoorwaardenbedrag’ invullen).

Als je per 1 januari overstapt naar keuzebudget:

Stel je stapt als werkgever per 1 januari (dus halverwege het vakantiebijslagjaar dat loopt van juni van voorgaand jaar tot en met mei van dit jaar) over op een keuzebudget. Voorheen hanteerde je een systeem met uitbetaling van de vakantiebijslag in bijvoorbeeld mei. Dan betaal je in dat nieuwe jaar mogelijk nog wel vakantietoeslag ‘oude stijl’. Maar er is in dat jaar geen opbouw meer. Die opbouw is dan onderdeel van het ‘arbeidsvoorwaardenbedrag’. Je vult in dat jaar de rubriek met ‘Opgebouwde recht vakantiebijslag’ in met € 0. In het aangiftetijdvak waarin je de vakantietoeslag uitbetaalt, vul je de rubriek ‘Vakantiebijslag’ in met het uitbetaalde bedrag.

Voorbeeld

Stel: een werkgever reserveert de vakantietoeslag deels en betaalt het andere deel direct uit.

Maandelijks betaalt de werkgever over het loon van € 1.000 van de 8% vakantietoeslag over € 1.000 een bedrag van € 30 direct uit. Het restant à € 50 reserveert hij om uit te betalen in mei. In mei betaalt de werkgever aan vakantiebijslag dan € 12 x € 50 + € 30 = € 630. De vakantiebijslag wordt opgebouwd over de periode juni van het jaar T-1 t/m mei van het jaar.

In dit geval betaalt de werkgever in mei zoals gebruikelijk € 30 aan vakantiebijslag. Daarnaast betaalt hij in mei ook 12 x € 50 = € 600 aan gereserveerde vakantiebijslag uit. In totaal is het bedrag aan vakantietoeslag in mei dus € 30 + € 600 = € 630.

Als de werknemer (al dan niet in een cafetariasysteem) afziet van vakantiebijslag in ruil voor een voor hem onbelaste vergoeding of voor extra betaald verlof, geef je die afname niet op in de aangifte loonheffingen.

Aandachtspunten:

    • Ook in een aangiftetijdvak waarin er een uitbetaling van eerder opgebouwd recht op vakantiebijslag heeft plaatsgevonden, vul je het voor dat tijdvak op te bouwen recht in.

    • Als je het recht op vakantietoeslag reserveert door in elk aangiftetijdvak een percentage van het loon in dat aangiftetijdvak te nemen, vul je dat bedrag in aan opgebouwd recht.

    • Als je de hoogte van de uit te betalen vakantiebijslag baseert op het laatstverdiende loon, hanteer je als opbouw het vakantiebijslagpercentage over dat laatstverdiende loon.

    • Als je de hoogte van de uit te betalen vakantietoeslag baseert op een percentage van het loon op een peildatum (peildatumsystematiek), hanteer je het vakantiebijslagpercentage over dat loon op die peildatum. Als dat loon lastig is vast te stellen, bijvoorbeeld omdat het loon op de peildatum niet van tevoren bekend is, moet je toch een reëel bedrag aan opbouw invullen. Reëel is in ieder geval om 8% van het loon in het aangiftetijdvak als opbouw in te vullen.

    • Je vult de bedragen per aangiftetijdvak in, dus geen cumulatieve bedragen.

    • De bedragen van de rubrieken ‘Opgebouwde recht vakantiebijslag’ en ‘Vakantiebijslag’ zijn in de aangifte loonheffingen losstaande gegevens en zijn daarin geen onderdeel van een optelling.

Meer weten over vakantiebijslag en vakantiedagen?

Meer over vakantiebijslag en de opbouw van vakantiedagen vind je via onze overzichtspagina met vakantiegerelateerde artikelen.

Wil je specifiek meer weten over vakantiebijslag in aangifte loonheffingen? Bekijk paragraaf 29.15 Vakantiebijslag in het Handboek Loonheffingen 2023 op de website van de Belastingdienst.

En natuurlijk mag je ons altijd bellen of mailen. We helpen je graag.

Bron: Salaris Vanmorgen, Belastingdienst

Terug

Nog niet uitgelezen?