Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Opgaaf Werkelijk Rendement: dit moet je weten en voorbereiden
De Hoge Raad heeft inmiddels meerdere uitspraken gedaan over de box 3-heffing en geoordeeld dat de box 3-heffing moet plaatsvinden op basis van het werkelijk rendement als dat werkelijk rendement lager is dan het gehanteerde forfaitaire rendement.
De Belastingdienst legt nu de laatste hand aan het formulier waarmee je het werkelijke rendement in box 3 kunt doorgeven: het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (hierna: OWR). De OWR is naar verwachting in juli 2025 beschikbaar. Zodra het formulier OWR beschikbaar is heb je een termijn van 26 weken om het in te dienen.
Volgens de Hoge Raad moeten zowel positieve als negatieve gerealiseerde en ongerealiseerde rendementen worden meegenomen bij de bepaling van het werkelijk rendement, zonder hierbij rekening te houden met het heffingsvrij vermogen. Denk hierbij aan:
Betaalde (onderhouds)kosten kunnen niet in mindering worden gebracht op het werkelijk rendement. De betaalde rente is daarentegen wel aftrekbaar (boeterente niet).
Bij minderjarige kinderen moet ook het werkelijk rendement van hen worden opgegeven in de OWR bij de ouders.
De Belastingdienst verstuurt voor elk jaar dat het werkelijk rendement mag worden doorgegeven een aparte brief. Op de Box 3-pagina van de Belastingdienst lees je op basis waarvan dit is bepaald.
Of het zinvol is om de OWR in te dienen, verschilt per situatie.
En goed om te weten: het gaat om het totale werkelijke rendement ten opzichte van het totale forfaitaire inkomen in een jaar; de Belastingdienst kijkt dus niet per vermogensbestanddeel.
De Belastingdienst vraagt per vermogensbestanddeel om andere gegevens. Op de Box 3-pagina van de Belastingdienst vind je overzichtelijk per vermogensbestanddeel welke gegevens nodig zijn om het werkelijke rendement te bepalen.
We begrijpen dat je wilt weten of het verzamelen van bovengenoemde gegevens voor jou van belang is. Daarom geven we je graag duidelijkheid: wij vullen de OWR niet op eigen initiatief voor je in. We beschikken namelijk niet over de meeste van de benodigde gegevens. Bovendien zijn de to do’s tijdrovend en dat zou hoge kosten voor jou met zich meebrengen. Wil je toch graag extra hulp? Dan zijn we er uiteraard. Bel of mail ons gerust.
Wanneer wij een definitieve aanslag van je ontvangen, kijken we alvast (globaal) naar het werkelijk rendement en stemmen met je af wat te doen. Hebben we jouw aanslag niet, dan is het belangrijk om zelf tijdig in actie te komen. Heb je daarbij hulp nodig, laat het ons dan weten.
De Belastingdienst is begonnen met het opleggen van definitieve aanslagen IB 2021 met box 3-vermogen. Dit in verband met het verjaren van de termijn waarbinnen de Belastingdienst een definitieve aanslag moet opleggen. Ontvang je een definitieve aanslag IB 2021 van de Belastingdienst? Beoordeel dan zo snel mogelijk of het werkelijke rendement voordeliger is dan het forfaitaire rendement. De bezwaartermijn is namelijk maar 6 weken!
Neem gerust contact op. Wij denken graag met je mee.
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk