Skip to main content
18 maart 2025

Schijnzelfstandigheid regels: wat de Uber-uitspraak heeft veranderd

De Hoge Raad heeft in de Uber-zaak bevestigd dat ‘ondernemerschap’ een volwaardig onderdeel is bij het beoordelen van arbeidsrelaties. Dit verandert de schijnzelfstandigheid regels en dus hoe je als opdrachtgever met zelfstandigen kunt werken. En het heeft mogelijk gevolgen voor hoe de Belastingdienst controleert op schijnzelfstandigheid. Jurist Carmen Vermeer en fiscalist Tarik Jansen hebben het voor je samengevat in een blog.

Door Carmen Vermeer (Jurist) en Tarik Jansen (Fiscalist)

In 2023 introduceerde de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest een aantal gezichtspunten om te bepalen of een arbeidsrelatie wel of geen arbeidsovereenkomst is.

Een van die gezichtspunten is ‘ondernemerschap’. Hierbij is het de vraag of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit:

  • Dat de werkende zich moet inspannen om nieuwe opdrachten te krijgen
  • Het aantal opdrachten bij andere opdrachtgevers
  • De duur van deze opdrachten bij andere opdrachtgevers
  • Het dragen van eigen bedrijfskleding

Wat de Uber-uitspraak betekent voor schijnzelfstandigheid regels

Er was echter toch nog de nodige onduidelijkheid over de precieze invulling. Dus stelde het Gerechtshof Amsterdam (extra) vragen over ‘ondernemerschap’ aan de Hoge Raad. En met de uitspraak in de Uber-zaak is er meer duidelijkheid:

Het gezichtspunt ‘ondernemerschap’ omvat niet alleen aspecten binnen de arbeidsrelatie, maar ook is van belang hoe de werkende zich, buiten de specifieke werkrelatie, in het economische verkeer als ondernemer gedraagt.

Alle 9 gezichtspunten even belangrijk

Daarnaast bevestigt de Hoge Raad in de Uber-zaak dat je bij de beoordeling of een overeenkomst  een arbeidsovereenkomst is naar alle omstandigheden ervan moet kijken. Er bestaat geen rangorde tussen de negen Deliveroo-gezichtspunten. Samen vormen ze de basis voor de schijnzelfstandigheid regels, waarbij het gezichtspunt ‘ondernemerschap’ even belangrijk is als de 8 andere gezichtspunten.

Elke beoordeling is een individuele beoordeling

Ook benadrukt de Hoge Raad dat elke beoordeling van een arbeidsrelatie een individuele beoordeling is. Dat maakt het beoordelen van arbeidsrelaties volgens de schijnzelfstandigheid regels maatwerk; je moet elke situatie op zich bekijken. Want twee werkenden die hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever doen, kunnen toch verschillend worden beoordeeld. Dit is afhankelijk van of ze zich in de markt als ondernemer gedragen. Tegelijkertijd geldt: we kunnen er niet van rechtswege vanuit gaan dat wanneer iemand maar 1 opdrachtgever heeft, dit per definitie een arbeidsovereenkomst is. Je moet alle 9 de Deliveroo-gezichtspunten zorgvuldig afwegen.

Schijnzelfstandigheid regels roepen nog vragen op

Daar waar de uitspraak van de Hoge Raad meer duidelijkheid geeft over de rol van ondernemerschap bij de beoordeling van arbeidsrelaties, roept deze tegelijkertijd vragen op over (mogelijke) toekomstige wetgeving. Het huidige Wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR) legt namelijk primair de nadruk op de afspraken binnen de werkrelatie.

Lees ook de eerdere Q&A over de Wet VBAR.

In het wetsvoorstel is opgenomen dat het extern ondernemerschap pas relevant is als de primaire afweging geen duidelijke kwalificatie van de arbeidsrelatie geeft. Dat wil zeggen: ondernemerschap buiten de werkrelatie telt pas mee in de beoordeling als je op basis van de afspraken geen duidelijk oordeel kunt vellen. [AW3] Deze benadering lijkt af te wijken van de schijnzelfstandigheid regels, zoals die zich nu ontwikkelen onder invloed van rechtspraak. De uitspraak van de Hoge Raad benadrukt namelijk dat ondernemerschap een even belangrijke rol speelt als de afspraken binnen de arbeidsrelatie. Dit roept de vraag op of de Wet VBAR in zijn huidige vorm in werking kan treden. En naar alle waarschijnlijkheid zal het ook gevolgen hebben voor het handhavingsbeleid van de Belastingdienst.

De Uber-uitspraak samengevat

  • Er is geen sprake van een hiërarchie tussen de verschillende gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest; alle punten zijn even belangrijk
  • Relevant is ook hoe de werkende zich (buiten de relatie met de opdrachtgever) als ondernemer gedraagt of kan gedragen (extern ondernemerschap)
  • Het kan voorkomen dat de arbeidsrelatie van 2 verschillende werkenden, die hetzelfde werk verrichten voor dezelfde opdrachtgever, anders wordt beoordeeld (de ene werkende als werknemer, de andere als zelfstandige); dit op basis van hun ondernemerschapskenmerken

Handhaving schijnzelfstandigheid regels

In een eerder blog van collega Laura van Alst is al benoemd dat de Belastingdienst pPer 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid.

Daarbij toetst de Belastingdienst, aan de hand van de zogeheten holistische toets of sprake is van schijnzelfstandigheid. Dit doet de dienst overigens met een ‘zachte landing’, want men snapt dat  opheffing van het handhavingsmoratorium grote gevolgen heeft en van opdrachtgevers en zelfstandigen soms flinke aanpassingen vraagt. Dus zijn er in 2025 bijvoorbeeld nog geen boetes voor opdrachtgevers of zelfstandigen kunnen aantonen dat ze stappen hebben ondernomen om schijnzelfstandigheid te voorkomen.

Handhaving stap 1: Bedrijfsbezoek

Ook in de verdere handhaving op de juiste arbeidsrelatie zie je de zachte landing terug. Een bedrijfsbezoek, binnen de reguliere controlekaders van de Belastingdienst, is in principe de eerste stap in dat proces. De Belastingdienst gaat daarbij met jou als opdrachtgever in gesprek over de inzet van zelfstandigen in jouw organisatie. Je wordt gewezen op mogelijke risico’s en het belang van een correcte kwalificatie van arbeidsrelaties.

Handhaving stap 2: Boekenonderzoek

Schat de Belastingdienst tijdens het bedrijfsbezoek in dat er (grote) risico’s zijn of vermoedt men dat je zult blijven werken met schijnzelfstandigen, dan kan de Belastingdienst besluiten om een boekenonderzoek in te stellen. Dit is een controle van jouw aangiften en administratie. In sommige gevallen kan de Belastingdienst het boekenonderzoek zelfs direct starten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij concrete signalen van schijnzelfstandigheid of wanneer tijdens een controle op een ander belastingmiddel, zoals btw, schijnzelfstandigheid aan het licht komt.

Boekenonderzoek in 2025

Gelet op de zachte landing richt een boekenonderzoek in 2025 zich in principe op de meest recente tijdvakken waarover aangifte loonheffingen is gedaan. Verder geeft de Belastingdienst – waar mogelijk – vooraf aan welke arbeidsrelatie(s) men zal beoordelen.

Stelt de Belastingdienst vervolgens vast dat één of meerdere arbeidskrachten eigenlijk in loondienst hadden moeten zijn, terwijl dit niet is aangegeven in de aangifte loonheffingen, dan kan dit leiden tot een:

  • Een correctieverplichting, en/of
  • Een naheffingsaanslag over het betreffende tijdvak

In 2025 zal de Belastingdienst geen verzuim- of vergrijpboetes opleggen voor een onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties. Tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als je eerder gegeven aanwijzingen van de Belastingdienst hebt genegeerd.

Regulier toezicht op aangiftes loonheffingen

Naast gerichte handhaving op schijnzelfstandigheid houdt de Belastingdienst regulier toezicht op de aangiftes loonheffingen. Daarbij kunnen controles voorkomen van alle voorkomende loonheffingenonderwerpen, zoals de werkkostenregeling, sectorindeling en gebruikelijkloonregeling, maar dus ook de beoordeling van kwalificatie van arbeidsrelaties.

Meer weten?

Wil je zeker weten dat de arbeidsrelaties in jouw organisatie goed zijn ingericht, volgens de schijnzelfstandigheid regels? Of heb je vragen over hoe je schijnzelfstandigheid voorkomt? Bel of mail ons. We helpen je graag, praktisch, helder en afgestemd op jouw situatie.

Carmen_VermeerDSC_0152KL

Carmen Vermeer

Jurist
T +31 (0)314 369 111
E carmenvermeer@stolwijkkelderman.nl

Tarik Jansen

Tarik Jansen

Fiscalist
T +31 (0)314 369 111
E tarikjansen@stolwijkkelderman.nl

Terug

Nog niet uitgelezen?