Skip to main content
6 mei 2022

Contouren toekomstig box 3-stelsel vanaf 2025

Op 15 april 2022 is het plan om vanaf 2025 belasting te heffen over het werkelijke rendement in box 3 gepresenteerd in een Kamerbrief over contourennota voor box 3-heffing op basis van werkelijk rendement. Het voorstel is om box 3 vorm te geven als een vermogensaanwasbelasting.

In box 3 wordt dan belast:

  • De reguliere inkomsten (zoals rente, dividend, huur, pacht verminderd met de kosten), maar ook
  • De waardeontwikkeling van het vermogen (denk aan koerswinst/verlies op aandelen en waardestijging/daling van onroerend goed).

Nadelen

Nadeel van een vermogensaanwasbelasting is dat belastingplichtigen mogelijk onvoldoende liquide middelen hebben om de box 3-heffing te voldoen. De staatssecretaris schrijft dat bij de verdere uitwerking van het plan hiervoor aandacht moet zijn. Hij suggereert daarbij nog dat in geval van snel liquide te maken vermogensbestanddelen (denk aan beursgenoteerde aandelen) een belastingplichtige een gedeelte liquide zou kunnen maken om de belastingschuld te voldoen. Een andere oplossing kan het verlenen van uitstel van betaling zijn.

Een ander nadeel is dat belastingplichtigen jaarlijks de waarde moeten bepalen en stortingen en onttrekkingen moeten bijhouden. Hiermee ontstaat in feite een administratieplicht.

Voor de waardes zal voor spaar- en beleggingsproducten worden aangesloten bij de door de financiële instellingen te verstrekken financiële jaaroverzichten. Voor onroerende zaken is de vaststelling van de waarde ingewikkelder. Deze zal vanaf 2025 aanvankelijk nog forfaitair worden belast. De overstap naar het rendement op basis van de werkelijke waarde wordt zo snel mogelijk daarna gemaakt.

Vorderingen en schulden

Met betrekking tot vorderingen en schulden zal de rente als positief inkomen belast zijn bij de schuldeiser en als negatief inkomen aftrekbaar bij de schuldenaar. Bij af- of opwaardering van een vordering leidt dit alleen bij de schuldeiser tot een vermogensmutatie. Bij kwijtschelding ontstaat bij de schuldenaar echter een positieve vermogensmutatie en bij de schuldeiser een negatieve vermogensmutatie. Onderzocht wordt nog hoe wordt omgegaan met onbedoelde effecten van de belastingheffing bij kwijtschelding. Denk hierbij aan een schuldenaar die al in zwaar weer zit of situaties waarbij schuld en vordering niet alleen maar in box 3 vallen.

Voor overige bezittingen (denk aan verzekeringsproducten zoals kapitaal- en lijfrenteverzekeringen en rechten op periodieke uitkeringen, contant geld, cryptovaluta en participaties in ondernemingen die niet in box 1 vallen) wordt nog onderzocht hoe de belastingheffing over het werkelijke rendement vormgegeven kan worden.

In beginsel zijn de kosten die samenhangen met de werkelijke inkomsten straks aftrekbaar. Nog onderzocht wordt welke kosten eenduidig zijn toe te wijzen aan de inkomsten uit vermogen en straks aftrekbaar zijn en welke kosten straks als niet aftrekbaar moeten worden beschouwd.

Verliezen in box 3

Er moet nog nagedacht worden over de verrekeningen van verliezen in box 3. Het lijkt voor de hand te liggen om daarbij aan te sluiten bij de huidige systematiek in box 1 en 2 waarbij verrekening alleen binnen de box zelf mogelijk is. De termijn van de verliesverrekening in box 3 wordt nog nader onderzocht.

In het nieuw stelsel zal niet langer sprake zijn van een heffingvrij vermogen maar van een heffingvrij inkomen. Over de hoogte hiervan moet nog besluitvorming plaatsvinden.

Ook over de vormgeving (vlaktaks of progressief tarief) en hoogte van het tarief moet nog besluitvorming plaatsvinden.

De huidige vrijstellingen (zoals natuurterreinen, bepaalde kapitaalverzekeringen en groene beleggingen) worden bij overgang naar het nieuwe stelsel gehandhaafd, tenzij deze overgang aanleiding is om de vrijstelling anders vorm te geven of af te schaffen.

Aan een groot aantal technische vraagstukken wordt momenteel nog gewerkt. Denk daarbij aan onder meer:

  • Onzakelijke elementen bij het belasten van het werkelijke rendement;
  • Verhouding met de schenk- en erfbelasting bij kwijtschelden van vorderingen;
  • Liquiditeitseffecten bij heffing over niet-gerealiseerde waardemutaties;
  • Bestanddelen die gesplitst zijn in blooteigendom en vruchtgebruik;
  • Arbitrage-effecten die optreden door de gewijzigde verhouding waarop inkomsten uit vermogen worden belast ten opzichte van andere regimes, zoals box 2;
  • Positie van binnenlandse belastingplichtigen met vermogen in het buitenland of buitenlandse belastingplichtigen;
  • De gevolgen van persoonlijke omstandigheden zoals het aangaan en beëindigen van een fiscaal partnerschap, overlijden en migratie.

De komende maanden zal aan de hand van de contouren gekomen worden tot een conceptwetsvoorstel dat ter internetconsultatie zal worden aangeboden. Het wetsvoorstel kan dan voor het zomerreces 2023 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Meer informatie

De impact van de wijzigingen in het box 3-stelsel is groot. Wil je hier meer over weten, kijk dan op de pagina van onze Box 3-Helpdesk, daar vind je alle berichtgeving omtrent dit onderwerp. Je kunt onze specialisten ook telefonisch of per mail bereiken voor al je box 3-gerelateerde vragen.

Terug

Nog niet uitgelezen?