Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Bandbreedtecontract vervangt oproepovereenkomst: dit verandert er voor werkgevers
Flexibele arbeid krijgt een nieuw gezicht. Het kabinet wil af van het nulurencontract en de huidige vorm van het min-maxcontract. Daarvoor in de plaats komt het bandbreedtecontract: een nieuwe contractvorm die werkenden meer zekerheid biedt, maar werkgevers ruimte laat voor flexibele inzet. Wat verandert er precies? En wat betekent dit voor jouw organisatie?
Ruim 757.000 medewerkers in Nederland werkten in 2023 op basis van een nulurencontract. Bij deze contractvorm is geen vaste arbeidsomvang afgesproken en geldt geen loondoorbetalingsplicht als er geen werk is. Het gevolg? Grote onzekerheid over werk en inkomen. Daarom wordt deze vorm afgeschaft, net als het traditionele min-maxcontract.
Het bandbreedtecontract wordt de nieuwe norm voor flexibel werk. Daarmee spreken werkgever en medewerker een minimale en maximale arbeidsomvang per kwartaal af. Het aantal uren kan dus variëren, maar de medewerker weet minimaal hoeveel uren hij per drie maanden werkt en wat hij verdient.
Belangrijke kenmerken van het bandbreedtecontract:
Niet alle oproepovereenkomsten verdwijnen. Voor de volgende groepen blijven ze (onder voorwaarden) toegestaan:
Bij deze groepen mag nog gewerkt worden met oproepcontracten zonder vaste arbeidsomvang, mits er een loonuitsluitingsbeding is opgenomen. Werkgevers moeten daarbij wel elk jaar controleren of iemand nog aan deze voorwaarden voldoet. Bijvoorbeeld in september bij de start van het schooljaar.
Het wetsvoorstel verplicht werkgevers om de arbeidsomvang schriftelijk vast te leggen. Ook bij mondelinge arbeidsovereenkomsten moet de omvang worden afgesproken, zwart op wit. Hiermee wordt de praktijk van ‘altijd oproepbaar zijn’ beperkt.
Ook bij arbeidsovereenkomsten met jaarurennorm gelden nieuwe eisen. Deze mogen alleen nog als het gaat om één vast aantal uren per jaar, niet als er variabele inzet is.
Een tijdelijke uitbreiding van uren is nog steeds toegestaan. Wel moet dit als een aanvullend aantal uren per maand of kwartaal worden vastgelegd, inclusief de reden. Zo blijft incidentele inzet mogelijk, maar ontstaat geen structureel grijs gebied.
De overheid stelt een conversieregel in voor medewerkers die toch op een nulurencontract worden ingezet. Deze medewerkers kunnen op basis van hun feitelijk gewerkte uren een vaste arbeidsomvang afdwingen, met loonvordering over niet-opgeroepen uren.
Daarnaast geldt een minimum van drie uur per week als er geen arbeidsomvang is afgesproken. Heeft iemand de afgelopen drie maanden gemiddeld meer gewerkt? Dan wordt dat gemiddelde als nieuwe arbeidsomvang beschouwd.
Om medewerkers te beschermen, introduceert het wetsvoorstel een algemeen benadelingsverbod. Werkgevers mogen geen negatieve gevolgen verbinden aan het feit dat medewerkers hun recht opeisen.
Ook wordt helder vastgelegd dat contracten met een vaste arbeidsomvang en bereikbaarheidsdiensten geen oproep- of bandbreedtecontract zijn. Dit voorkomt verwarring in de praktijk.
De nieuwe contractvorm heeft ook impact op de WW-premiedifferentiatie. Waar oproepovereenkomsten nu onder de hoge premie vallen, komt het bandbreedtecontract onder de lage premie, mits het een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd betreft.
Dat betekent:
De premieopbrengsten dalen hierdoor, maar worden naar verwachting gecompenseerd met een lichte verhoging van de algemene WW-premie.
Met het bandbreedtecontract wordt flexibiliteit gecombineerd met zekerheid. Een stap vooruit voor medewerkers en een duidelijke structuur voor werkgevers. Begin dus op tijd met de voorbereiding.
Bron: Accountancy Vanmorgen
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk