Skip to main content
19 juni 2026

Wetsvoorstel rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst uurtarief aangenomen

De Eerste Kamer heeft op 16 juni 2026 ingestemd met de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Daarmee is een nieuwe stap gezet in de aanpak van schijnzelfstandigheid in Nederland. Voor werkgevers en opdrachtgevers die werken met zzp’ers betekent deze wet een concrete verschuiving van de bewijslast. Wie een zzp’er inhuurt onder een bepaald uurtarief, moet voortaan kunnen aantonen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat vraagt om een heldere en goed gedocumenteerde samenwerking.

Wat houdt het rechtsvermoeden van werknemerschap in?

De wet wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Concreet betekent dit dat een zzp’er die minder dan 38 euro per uur verdient (gemeten op 1 januari 2026) een beroep kan doen op het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dat rechtsvermoeden houdt in dat de wet ervan uitgaat dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, tenzij jij als opdrachtgever het tegendeel bewijst.

Dit is een fundamentele verandering. Tot nu toe moest een zzp’er zelf aantonen dat er sprake was van een arbeidsrelatie als hij of zij aanspraak wilde maken op werknemersbescherming. Met deze nieuwe wet draait die bewijslast om.

Welke zzp’ers vallen onder de grens van 38 euro?

De grens van 38 euro per uur is het centrale criterium in deze wet. Verdient de zzp’er die jij inhuurt minder dan dit bedrag, dan kan hij of zij aanspraak maken op het rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst uurtarief. Dat zijn vaak werkenden in sectoren zoals de zorg, schoonmaak, logistiek of de detailhandel, groepen die de wetgever expliciet wil beschermen.

Let op: het gaat om het uurtarief op peildatum 1 januari 2026. Het is aannemelijk dat dit bedrag in de toekomst wordt geïndexeerd, maar daarover doet de bron geen uitspraken.

Wat moet jij als opdrachtgever kunnen bewijzen?

Zodra een zzp’er een beroep doet op het rechtsvermoeden, ligt de bal bij jou als werkgever of opdrachtgever. Je moet dan aantonen dat de samenwerking de kenmerken heeft van een zelfstandige opdracht en niet van een arbeidsovereenkomst. Denk daarbij aan zaken zoals:

  • de mate van vrijheid die de opdrachtnemer heeft in de uitvoering van het werk
  • of er sprake is van persoonlijke arbeidsverplichting
  • de gezagsverhouding tussen jou en de zzp’er
  • het ondernemersrisico dat de opdrachtnemer zelf draagt

Kun jij dat bewijs niet leveren, dan stelt de rechter vast dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. De zzp’er heeft dan recht op alle bescherming die hoort bij een arbeidsovereenkomst, waaronder loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Schijnzelfstandigheid zzp: preventieve werking is het doel

Het kabinet verwacht dat de wet niet alleen achteraf effect heeft via rechtszaken, maar ook een preventieve en normerende werking heeft. Werkgevers zullen eerder geneigd zijn de arbeidsrelatie correct te structureren, juist omdat de bewijslast nu bij hen ligt. Dat is precies de bedoeling: minder zzp’ers in een kwetsbare situatie, minder gebruik van schijnzelfstandigheid als verdienmodel.

Voor jou als ondernemer betekent dit dat je niet kunt afwachten tot een zzp’er actie onderneemt. Zorg dat de afspraken in je overeenkomsten aansluiten op de praktijk. Een contract dat spreekt van zelfstandigheid, maar een werkwijze die lijkt op loondienst, biedt onvoldoende bescherming.

Verduidelijking van de wet ten opzichte van het originele wetsvoorstel

Oorspronkelijk maakte dit rechtsvermoeden deel uit van een breder wetsvoorstel: de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het verduidelijkingsdeel van dat voorstel is geschrapt. Wat overblijft, is uitsluitend de regeling rond het rechtsvermoeden op basis van uurtarief.

Dit is relevant voor werkgevers die de beleidsontwikkelingen rond de beoordeling van arbeidsrelaties al volgden. De bredere verduidelijking van wanneer iemand werknemer is, maakt geen deel uit van deze wet. Dat dossier loopt dus nog.

Wat betekent dit concreet voor jouw administratie en contracten?

Als werkgever of opdrachtgever doe je er verstandig aan om nu al actie te ondernemen, nog voordat de wet in werking treedt via publicatie in het Staatsblad. Concrete stappen zijn:

  • Breng in kaart welke zzp’ers je inhuurt voor minder dan 38 euro per uur.
  • Controleer of de feitelijke samenwerking overeenkomt met wat er in het contract staat.
  • Beoordeel per opdracht of er sprake is van echte zelfstandigheid of van een constructie die lijkt op loondienst.
  • Leg afspraken over vrijheid, planning, vervanging en risico schriftelijk vast.
  • Overweeg juridisch advies als je twijfelt over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.

Zorg dat je documentatie op orde is. Als een zzp’er een beroep doet op het rechtsvermoeden van werknemerschap, heb je die documentatie nodig om je verweer te onderbouwen.

Wacht niet af, maar handel nu

De wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief is aangenomen en zal worden gepubliceerd in het Staatsblad. Voor werkgevers die werken met laagbetaalde zzp’ers is dit het moment om de bestaande samenwerkingen kritisch te beoordelen. De bewijslast bij schijnzelfstandigheid ligt straks bij jou. Wie zijn administratie en contracten nu op orde brengt, staat sterker als een zzp’er later aanspraak maakt op werknemersbescherming.

Bron: Salaris Vanmorgen

Terug

Nog niet uitgelezen?