Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Wanneer mag gebruikelijk loon dga omlaag?
Werk je voor je eigen bv? Dan ben je verplicht om jezelf een ‘gebruikelijk loon’ uit te keren. In 2025 ligt het normbedrag op € 56.000. Een hoger bedrag uitkeren mag ook. Een lager bedrag mag alleen onder bepaalde omstandigheden. We laten kort zien wat die omstandigheden zijn waarbij het gebruikelijk loon dga omlaag mag en hoe je deze aantoont.
Een gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap én werkzaamheden verricht voor die vennootschap. Een dga die werkzaamheden voor zijn bv verricht is het bekendste voorbeeld.
Je bent aandeelhouder met een aanmerkelijk belang als je (eventueel met je fiscale partner):
In 2025 moet je gebruikelijk loon van een dga vaststellen op het hoogste bedrag van deze 3 bepalingscriteria:
Het gebruikelijk loon dga omlaag bijstellen doe je meestal om de onderneming financieel gezond te houden of belastingtechnisch te optimaliseren:
1. Beperkte financiële middelen in de bv
Als je bv nog niet genoeg winst maakt of te weinig liquiditeit heeft (bijvoorbeeld bij een start-up of in economisch moeilijke tijden), dan is het niet verantwoord om jezelf een hoger loon uit te keren. Je zou dan in de reserves, voorraden of bedrijfsmiddelen moeten tasten — en dat kan de continuïteit van je bedrijf in gevaar brengen.
Goed om te weten: De wet biedt hiervoor mogelijkheden.
2. Fiscale optimalisatie
Een lager loon betekent minder loonbelasting. In plaats daarvan kun je kiezen om meer winst in de bv te laten zitten en daarover vennootschapsbelasting te betalen (wat vaak lager is dan inkomstenbelasting). Zo hou je meer geld in de bv beschikbaar voor investeringen, uitkeringen via dividend, of gewoon als buffer.
Let op! De Belastingdienst accepteert een lager loon alleen als je het goed kunt onderbouwen.
3. Structureel verlies
Draait je bv structureel verlies en is herstel op korte termijn niet in zicht? Dan kan een lager gebruikelijk loon gerechtvaardigd zijn, juist om de onderneming niet verder te belasten.
In principe moet je dus uitgaan van de hoogte van het hoogste loon dat naar voren komt uit de 3 bepalingscriteria. Er zijn echter uitzonderingen mogelijk waarbij je het gebruikelijk loon dga omlaag mag bijstellen:
Kun je aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstberekening in de markt lager is dan het berekende gebruikelijke loon? Dan mag je jouw gebruikelijk loon verlagen naar dat bedrag.
Kun je aantonen dat een vergelijkbare functie in loondienst minder oplevert dan het normbedrag? Dan mag je de hoogte van jouw gebruikelijk loon verlagen naar dat bedrag.
Let op! De Belastingdienst kan hierover in discussie gaan. Zij willen vaak weten of de gekozen vergelijking realistisch is — misschien vindt de inspecteur dat het vergelijkbare loon eigenlijk hoger moet zijn.
Ben je net gestart met je onderneming en is je bv financieel niet in staat om het volledige gebruikelijk loon uit te keren? Dan mag je de hoogte van jouw gebruikelijk loon maximaal 3 jaar lang verlagen Bijvoorbeeld omdat je flink hebt geïnvesteerd of je cashflow nog laag is.
Let op! Het verlaagde gebruikelijk loon mag niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat je we bv structureel verlies draait en het voortbestaan van de onderneming op het spel staat, mag je jezelf tijdelijk minder uitbetalen.
De rechtbank Den Haag behandelde onlangs zo’n situatie. In de betreffende zaak ging het om een ondernemer die handelde in sloopgoud én een juwelierswinkel runde. Omdat het slecht ging met de zaken had de dga zich geen gebruikelijk loon toegekend. De Belastinginspecteur was het hiermee niet eens en legde een naheffingsaanslag loonheffing op waarbij was uitgegaan van het normbedrag van het gebruikelijk loon van destijds € 48.000 (2025: €56.000). Na bezwaar werd dit teruggebracht tot een naheffing over een loon van € 25.000.
De ondernemer vond ook € 25.000 nog te hoog. Het gebruikelijk loon moest volgens hem – gezien de slechte financiële situatie van de bv – op ‘nihil’ worden vastgesteld. Maar omdat de inspecteur al onder het wettelijke minimum was gaan zitten, moest de bv aantonen dat een nóg lager gebruikelijk loon aannemelijk was.
De rechter gaf de ondernemer deels gelijk. Zelfs € 25.000 was te veel: om dat bedrag te kunnen uitkeren, moest de bv namelijk de liquiditeiten, voorraden en/of bedrijfsmiddelen aanwenden. En dat zou de continuïteit in gevaar brengen. De rechtbank voegde hier nog aan toe dat een lager gebruikelijk loon er op termijn niet toe zou leiden dat minder inkomen uit de bv belast zou worden, maar alleen op een later moment.
Alles overwegende vond de rechtbank een gebruikelijk loon van 0 euro toch echt te laag. Uit de feiten bleek namelijk dat er nog wel winstreserves beschikbaar waren om een klein bedrag uit te keren. Uiteindelijk stelde de rechtbank het gebruikelijk loon daarom vast op € 7.500.
Bron: SRA
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk