Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Status wetsvoorstel box 3 en aankomende box 3-arresten
Staatssecretaris Van Rij informeerde onlangs de Tweede Kamer met een Kamerbrief over onder meer het toekomstige box 3-stelsel en de voorbereidingen op de aankomende box 3-arresten van de Hoge Raad. Meer over de status van het wetsvoorstel box 3.
In de Kamerbrief gaat de staatssecretaris in op:
Uit een (extern getoetste) staatssteunanalyse blijkt dat een uitzonderingsbehandeling voor vermogensaanwasbelasting voor aandelen in familiebedrijven kan leiden tot onrechtmatige staatssteun. Daarom is deze afwijkende behandeling uit het wetsvoorstel gehaald. Dit betekent dat in het wetsvoorstel deze aandelen niet volgens de uitzondering van de vermogenswinstbelasting, maar volgens de hoofdregel van de vermogensaanwasbelasting worden belast.
Voor aandelen in familiebedrijven geldt straks toch geen uitzondering van de vermogenswinstbelasting. Voor onroerende zaken en aandelen in startups blijft die uitzondering wél bestaan.
In een van de beslisnota’s bij de Kamerbrief (reguliere nota box 3, d.d. 18-03-2024, no 2024-0000213237) is opgenomen, dat bij de vormgeving van het inkomensbegrip in het wetsvoorstel de totaalwinstgedachte niet meer als basis wordt gebruikt. Dit omdat dat veel uitzonderingen op deze gedachte zijn gemaakt. De totaalwinstgedachte en het goedkoopmansgebruik worden in het wetsvoorstel daarom vervangen door concrete regels voor het inkomensbegrip voor box 3. Dit verandert beleidsmatig overigens niets.
In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 geldt voor alle onroerende zaken in box 3 de vermogenswinstbelasting. Hierbij zijn drie componenten te onderscheiden:
Voor het voordeel van het eigen gebruik van een onroerende zaak komt een forfait vergelijkbaar met het eigenwoningforfait in box 1. De hoogte van dit forfait is nog onbekend, maar zal mede worden vastgesteld op basis van empirisch onderzoek naar de hoogte en spreiding van rendementen van verhuurde woningen. Ook dragen extern juridisch advies en burgeronderzoek bij.
De Kamerbrief benadrukt nogmaals dat in het wetsvoorstel de eigen woning in box 1 niet in box 3 wordt belast. Deze blijft in box 1.
Uit de voorlopige uitkomsten van de uitvoeringstoets van de Belastingdienst voor het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 blijkt onder andere:
De Hoge Raad doet naar de verwachting uiterlijk eind augustus 2024 uitspraak in de twee zaken waarin A-G Wattel conclusie nam. De uitspraken in de vijf zaken waarin A-G Pauwels conclusie nam worden in augustus/september 2024 verwacht.
Voor het geval de arresten ten gunste van belastingplichtigen uitvallen, ontwikkelt de Belastingdienst nu een digitaal formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’. Dit vergemakkelijkt het uniform en geautomatiseerd registreren van het werkelijke rendement, indien nodig.
Implementatie van het digitale formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ zal leiden tot verdere vertraging van de voorbereidingen en inwerkingtreding van de Wet werkelijk rendement box 3.
Voor de Belastingdienst is het opleggen van definitieve aanslagen IB 2023 on hold als daarin box 3-inkomen staat, dat uit meer bestaat dan alleen banktegoeden. Datzelfde geldt nu ook nog voor de IB 2021 en 2022. De belastingdienst legt de definitieve aanslag IB 2023 (net als die voor 2021 en 2022) pas op na meer duidelijkheid over de lopende box 3-cassatieprocedures.
De staatssecretaris geeft aan dat de Belastingdienst van ongeveer 55.000 “on hold” aanslagen IB 2021 toch op korte termijn definitief moet opleggen in verband met de verjaringstermijn.
Meer over box 3 en de status wetsvoorstel box 3 vind je ook in ons Box 3-actualiteitenoverzicht.
Bron: SRA
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk