Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Q&A Versobering 30%-regeling
Onlangs beantwoorde Marnix van Rij, demissionair staatssecretaris van Financiën, vragen van Eerste Kamerfracties over wat het Belastingplan 2024 aangeeft over de verdere versobering van de 30%-regeling. De vragen en antwoorden voor je op een rij.
Staatssecretaris Van Rij liet weten dat het kabinet spreiding van fiscale wetgeving belangrijk vindt. Dus ook voor de versobering van de 30%-regeling. Het zet in op een ruime, reële voorbereidingstijd voor nieuwe wetgeving en de gelegenheid voor beide Kamers om daar zorgvuldig naar te kijken. Dit komt volgens Van Rij de kwaliteit ten goede.
Vraag:Wat zijn de gevolgen voor administratieve lasten en uitvoeringskosten, als je vanaf de tweede 20-maandsperiode overstapt naar de ETK-regeling?
Antwoord:Ook in de bestaande situatie is het mogelijk om te kiezen tussen het gebruik van de 30%-regeling of de ETK-regeling. Deze keuze is aan de inhoudingsplichtige en moet voor het eerste loontijdvak van ieder kalenderjaar waarin de werknemer aan die voorwaarden voldoet worden gemaakt.
Bij gebruik van de ETK-regeling beoordeelt de Belastingdienst achteraf bij een eventueel boekenonderzoek of je hierin als werkgever de juiste keuzes hebt gemaakt. Dit kan tot meer discussie leiden over wat exact de werkelijke kosten zijn die onbelast kunnen worden vergoed op basis van de ETK-regeling.
Met de uitvoeringstoets van het aangenomen amendement zullen nadere uitvoeringsgevolgen duidelijker worden
Over het algemeen zal naar verwachting de grootste groep belastingplichtigen in 2024 gebruik kunnen maken van de 30%-vergoeding. Naar verwachting kan in beperkte gevallen de situatie ontstaan dat al in 2024 een lager percentage bij een werknemer van toepassing is. Naar verwachting zullen softwareleveranciers in 2024 nog niet altijd in staat zijn om een ander percentage dan 30% toe te passen. Als achteraf blijkt, dat een te hoge vergoeding is vastgesteld, moet dit met correctieberichten worden hersteld.
Vraag:Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om de 30%-regeling inhoudelijk aan te passen?
Antwoord:De meest recente evaluatie van de 30%-regeling is afgerond in 2017. Uit die evaluatie is gebleken, dat de regeling doeltreffend is om ons vestigingsklimaat aantrekkelijk en competitief te houden. Deze evaluatie was voor het kabinet wel aanleiding om de 30%-regeling op twee punten te versoberen:
• Een verkorting van de looptijd van 8 jaar naar 5 jaar• Een aftopping van het loon waarover de 30%-vergoeding mag worden berekend op de WNT-norm (waarvan de laatste van kracht wordt per 2024)
Het kabinet was voornemens geen verdere voorstellen te doen tot de volgende evaluatie. Wel heeft het besloten de komende evaluatie naar voren te halen en al in 2024 te starten. Dit conform de motie Alkaya. Door het amendement Omtzigt c.s. is een verdere versobering van de 30%-regeling toch onderdeel geworden van het Belastingplan 2024.
Vraag:Welke opties zijn beschikbaar om de voor de 30%-regeling vereiste schaarste en deskundigheid te bewijzen? En welke voor- en nadelen ziet het kabinet in het anders toetsen van deskundigheid?
Antwoord:Tot en met 2011 vulde je de voorwaarde van specifieke deskundigheid voor wat betreft:
• Het opleidingsniveau• De voor de functie relevante werkervaring van de ingekomen werknemer• Het beloningsniveau in Nederland ten opzichte van dat niveau in het buitenland
Sinds 2012 vul je de schaarste en deskundigheid in aan de hand van een salarisnorm. Deze omvorming van een materieel deskundigheidsvereiste naar een salarisnorm is ook onderdeel geweest van de evaluatie van de 30%-regeling door Dialogic in 2017. De onderzoekers concludeerden dat het niet voor de hand ligt om een inhoudelijke schaarstetoets te (her)introduceren. Dit zou de regeling namelijk onvoorspelbaar en complex kunnen maken.
In de kabinetsreactie op de komende evaluatie van de 30%-regeling zal het kabinet ingaan op dit onderdeel van de motie Hermans/Omtzigt voor zover die betrekking heeft op de 30%-regeling.
Vraag:Voor welke belastingmiddelen verwacht de staatssecretaris een derving van inkomsten als gevolg van de voorgestelde versobering van de 30%-regeling?
Antwoord:Het Dialogic-rapport van de evaluatie van de 30%-regeling geeft aan dat, als gevolg van een hoger aantal ingekomen werknemers, de 30%-regeling leidt tot meer belastinginkomsten binnen de belasting over toegevoegde waarde en accijnzen. Wanneer buitenlandse werknemers naar Nederland komen zullen zij immers in principe ook in Nederland leven en consumeren.
Daarnaast stelt het rapport dat de 30%-regeling leidt tot minder loonbrutering vanuit werkgevers, en dus tot meer bedrijfswinst en meer vennootschapsbelasting-inkomsten.
Omgekeerd zal een versobering leiden tot meer inkomsten aan loonbelasting, maar tot minder inkomsten aan omzetbelasting, accijnzen en vennootschapsbelasting. Bovendien blijkt uit de evaluatie van de 30%-regeling dat deze doeltreffend is met betrekking tot het doel om ons vestigingsklimaat aantrekkelijk en competitief te houden. Een dergelijk vestigingsklimaat levert de schatkist in de meest brede zin van belastingmiddelen geld op.
Het amendement Omtzigt c.s. is met zeer brede steun aangenomen door de Tweede Kamer en daarmee onderdeel geworden van het Belastingplan 2024. Uitstel of heroverweging van de aanpassingen zoals aangegeven in het amendement behoren daarmee in principe niet tot de mogelijkheden.
Wel heeft de staatssecretaris toegezegd dat de evaluatie van de 30%-regeling, ETK-regeling en keuzeregeling partiële buitenlandse belastingplicht zo snel mogelijk zal starten. Het streven is om de evaluatieresultaten vóór de zomer 2024 bij de Tweede Kamer te hebben. Zo kunnen eventuele aanpassingen nog mee in het Pakket Belastingplan 2025.
Hierbij is relevant dat voor veruit de grootste groep gebruikers van de 30%-regeling geldt, dat zij voor het eerst vanaf 2025 worden geconfronteerd met de gevolgen van de versobering van de 30%-regeling, op basis van het amendement Omtzigt c.s.
Nota naar aanleiding van 2e verslag Belastingplan 2024
Bron: Salaris Vanmorgen
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk