Skip to main content
6 maart 2024

Q&A – Antwoord op veel gestelde vragen Box 3 stelsel

Er bestaat veel praktische onduidelijkheid over box 3. Daarom een overzicht van een aantal van de meest gestelde vragen over het Box 3 stelsel en de antwoorden hierop.

1. Is al bekend hoe het nieuwe stelsel Box 3 eruit komt te zien?

Nee, niet precies. Wel bestaat er een uitgewerkt plan van het huidige demissionaire kabinet. Een eerste belangrijke aanzet was de zogenoemde contourennota voor box 3-heffing op basis van werkelijk rendement in 2022. In september 2023 verscheen vervolgens een concreet internetconsultatievoorstel. De vele reacties daarop hebben begin 2024 geleid tot een aanpassing. Het is afwachten wat het nieuwe kabinet gaat doen.

2. Wanneer treedt het nieuwe Box 3 stelsel in werking?

Het is nog steeds de bedoeling dat het nieuwe stelsel per 1 januari 2027 in werking treedt. Om deze deadline haalbaar te houden, moet het wetsvoorstel uiterlijk aanstaande Prinsjesdag worden ingediend. En daaraan voorafgaand moeten nog allerlei andere voorstellen worden gedaan en toetsingen plaatsvinden. Met de huidige stand van de kabinetsformatie lijkt uitstel van een nieuw Box 3 stelsel tot 2028 daarom niet ondenkbaar. Zeker als een nieuw kabinet keuzes zou maken die fors afwijken van het conceptwetsvoorstel dat er nu ligt.

3. Het Box 3-conceptwetsvoorstel houdt een heffing over vermogensaanwas in, dus ook belastingheffing als de inkomsten nog niet feitelijk zijn gerealiseerd. Is dat strijdig met het Europese recht, net zoals de oude box 3?

Hierover gaat komende jurisprudentie van de Hoge Raad hopelijk meer duidelijkheid geven. In ieder geval houdt het nieuw voorgestelde Box 3 stelsel geen heffing meer in over forfaitaire inkomsten. Met het nieuwe stelsel zou de Belastingdienst belast heffen over het daadwerkelijke inkomen, zij het dat dit ook inkomen kan zijn bestaande uit waardestijgingen die nog niet door verkoop van bijvoorbeeld aandelen zijn gerealiseerd.

Of dit laatste mogelijk strijdig kan zijn met het EVRM, is de vraag. In ieder geval is belastingheffing over gerealiseerde inkomsten dat niet.

Bij ongerealiseerde inkomsten zou dat wellicht aan de orde kunnen zijn bij het eigen huis dat in waarde stijgt. Als je dan de belasting niet kunt betalen, zou strijdigheid misschien gesteld kunnen worden. Maar juist daarvoor geldt in het nieuwe Box 3 stelsel dat de Belastingdienst de inkomsten nog wel forfaitair bepaalt en dat systeem kennen we in Nederland al vele jaren.

4. Is het verstandig om een bedrijfspand dat je koopt en wilt gaan verhuren te rekenen tot het ondernemingsvermogen of toch tot het box 3-vermogen?

Om te beginnen is dit geen vrije keuze. Om bezittingen als ondernemingsvermogen in box 1 aan te kunnen merken, moet je o.a. voldoen aan de eis dat je het bezit in de onderneming gebruikt. Zowel in box 1 als in het vernieuwde Box 3 stelsel worden straks de werkelijke inkomsten belast. In box 1 gebeurt dit nu al en volgens het voorgestelde wordt ook vastgoed in de nieuwe box 3 belast met vermogenswinstbelasting.

Zowel in box 1 als box 3 is straks sprake van een heffing bij daadwerkelijke realisatie van het inkomen. Wat dat betreft is er dan weinig verschil. Wel kent box 1 voor winst bijvoorbeeld de mkb-winstvrijstelling en kent het toekomstige Box 3 stelsel die niet. Tegelijkertijd zal er misschien net als nu een tariefverschil bestaan, maar daarover is nog niets bekend.

5. Is al uitsluitsel over de Massaalbezwaar-plus procedure (MB+)?

Nee. De Belastingdienst heeft verzoeken om ambtshalve vermindering bij mensen die geen bezwaar hebben ingediend tegen box 3 afgewezen. In het kader van de MB+-procedure is in de vier uitgekozen zaken voor de proefprocedure net de motivering bij het bezwaarschrift ingediend en dat bezwaar wordt nu behandeld. Vast staat dat deze bezwaren worden afgewezen en vervolgens wordt beroep ingesteld. Het kan nog geruime tijd duren voor over deze kwestie een eindoordeel wordt geveld.

6. Welke procedures liggen nu bij de Hoge Raad (waarover diverse A-G conclusies zijn gepubliceerd)?

Dit betreft andere vragen dan in de MB+-procedures. Het gaat vooral over het rechtsherstel dat na het kerstavondarrest is geboden. De Hoge Raad heeft aangegeven dat mensen die het oneens zijn met het geboden rechtsherstel omdat dit volgens hen niet ver genoeg gaat, die vraag weer kunnen voorleggen aan de rechter. Dat kon en kan bij aanslagen waarvan de bezwaartermijn nog niet was verstrekken via regulier bezwaar en in andere gevallen via een verzoek om ambtshalve vermindering.

Los van deze gevallen, waren er ook lopende procedures bij lagere rechters toen de Hoge Raad het kerstavondarrest wees. Ook daarin speelde de vraag of het rechtsherstel voldoende is/was. Een aantal van deze zaken ligt nu bij de Hoge Raad en daarin is conclusie gewezen.

De hoop is dat met deze zaken duidelijk wordt of de rechtsherstelwet en overbruggingswet EVRM-proof zijn. Als dat in bepaalde gevallen niet zo blijkt te zijn, is de hoop dat de Hoge Raad aangeeft hoe het werkelijke inkomen in zijn algemeenheid moet worden berekend als je een beroep wilt doen op een werkelijk lager inkomen.

7. Moet ik nog steeds tot behoud van rechten bezwaar maken tegen aanslagen met box 3-inkomen?

Dat is niet in zijn algemeenheid te zeggen, omdat nog onduidelijk is wat de Hoge Raad gaat beslissen. Zolang je meent dat het werkelijke inkomen lager is dan het forfaitaire box 3-inkomen dat aan de aanslag ten grondslag ligt, bestaat de mogelijkheid dat de aanslag naderhand te hoog blijkt te zijn. Ter behoud van rechten zou je dan bezwaar kunnen maken. In alle gevallen waarin het werkelijke inkomen overduidelijk hoger ligt, is dit zinloos als het box 3 betreft.

Bron: SRA

Terug

Nog niet uitgelezen?