Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Let hierop bij je laatste btw-aangifte van 2024
In januari 2025 moet je je laatste btw-aangifte van 2024 indienen. Zo’n laatste aangifte kan een aantal bijzonderheden bevatten. We hebben voor je samengevat waar je op moet letten.
De btw-afdracht die je verschuldigd bent over het privégebruik van auto’s van de zaak moet je aangeven in je laatste btw-aangifte van het jaar bij vraag 1d. De btw die je gedurende heel 2024 betaalde voor deze auto’s van de zaak kon je namelijk in 2024 in aftrek brengen in je btw-aangiften. In de laatste btw-aangifte corrigeer je dit voor het privégebruik.
Let op! Dit moet je voor personenauto’s én voor bestelauto’s van de zaak toepassen; ook voor auto’s waarvoor je in de loonbelasting of inkomstenbelasting geen bijtelling toepast omdat met de auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden is. Voor de btw is het woon-werkverkeer namelijk niet zakelijk, maar privé. Dit in tegenstelling tot de loonbelasting en de inkomstenbelasting, waar deze kilometers als zakelijk worden gezien.
Je berekent de btw-afdracht over het privégebruik auto op basis van de verhouding tussen het zakelijke en het privégebruik. Beschik je niet over die informatie? Dan is de btw-afdracht 2,7% van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm.
Tip! In bepaalde gevallen bedraagt de btw-afdracht 1,5 in plaats van 2,7%. Bijvoorbeeld als je bij de aankoop van de auto de btw niet in aftrek bracht. Voor de btw-afdracht van het privégebruik in 2024 pas je ook 1,5% toe voor auto’s die je in 2019 of eerder in gebruik nam.
Let op! Is er een normale eigen bijdrage betaald voor het privégebruik van de auto, dan vindt voorgaande btw-afdracht vanwege privégebruik niet plaats. Wel moet je dan de btw die begrepen is in de eigen bijdrage (21/121 x de eigen bijdrage) in je btw-aangifte aangeven en afdragen bij vraag 1a. Deze regel geldt niet als de eigen bijdrage lager is dan een normale waarde.
Verstrekte je in 2024 aan relaties of medewerkers goederen of diensten (bijvoorbeeld relatiegeschenken, fitness, ontspanning of bijvoorbeeld een kerstpakket of jubileumgeschenk)? Als dat meer dan € 227 exclusief btw per persoon per boekjaar bedroeg, moet je in de laatste btw-aangifte een btw-correctie toepassen.
Wellicht moet je ook nog een correctie maken op de btw die je in 2024 in aftrek bracht. De btw die rechtstreeks toerekenbaar is aan btw-vrijgestelde verkoop van goederen en diensten mag je namelijk niet in aftrek brengen. Voor de algemene kosten wordt die btw in aftrek gebracht op basis van een pro-ratapercentage. Gedurende 2024 maakte je een inschatting van de pro rata niet-aftrekbare btw (meestal gebaseerd op de pro rata van 2023). In je laatste btw-aangifte van 2024 bereken je het juiste pro-ratapercentage en moet je mogelijk nog een correctie toepassen op de in aftrek gebrachte btw bij vraag 5b.
Gebruikte je bepaalde goederen en diensten deels privé, dan moet je ook daarvoor een correctie toepassen op de in aftrek gebrachte btw (bij vraag 1d).
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken (bijvoorbeeld een bedrijfspand) en roerende zaken (bijvoorbeeld een computer) waarop je afschrijft.
Let op! Heb je in 2015 of latere jaren een onroerende zaak gekocht of heb je in 2020 of latere jaren een roerende zaak gekocht én daarbij btw in aftrek gebracht? Dan moet je deze btw mogelijk in je laatste btw-aangifte van 2024 herzien bij vraag 5b (als de verhouding btw-belast en btw-vrijgesteld in 2024 anders is dan aan het einde van het jaar van aankoop). Dit moet ook als je de onroerende zaak of de roerende zaak anders privé gebruikte.
Tip! Voor zogenaamde kostbare diensten geldt nu nog geen herzieningsregeling. Vanaf volgend jaar komt daar verandering in en gaat er een herzieningsregeling van vijf jaar gelden.
Wil je meer weten over een van de genoemde onderwerpen van je laatste btw-aangifte van 2024 of heb je hulp nodig? Bel of mail ons. We helpen je graag.
Bron: SRA
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk