Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Kortingen, annuleringen en oninbare vorderingen: de gevolgen voor de btw
Als ondernemer is de kans groot dat u geraakt wordt door de corona crisis en te maken krijgt met klanten die hun financiële verplichten niet na kunnen komen. De annuleringen, kortingen en oninbare vorderingen die hieruit voort komen hebben ook gevolgen voor de btw.
Wanneer prestaties niet door kunnen gaan en u als btw-ondernemer bedragen aan uw klanten terugstort, dan heeft dit gevolgen voor de btw. We onderscheiden drie mogelijkheden:
Hieronder leest u wat de gevolgen voor de btw zijn.
Betaalt u de volledige vergoeding aan uw klant terug, dan is de btw niet langer verschuldigd. Mocht de btw al bij de Belastingdienst zijn afgedragen, dan kunt u deze terugvragen onder de volgende voorwaarden:
Voor het deel van de vergoeding die u aan uw klant terugstort, gelden dezelfde gevolgen en voorwaarden als wanneer u de gehele vergoeding terugstort (zoals hierboven staat beschreven). Voor het deel van de vergoeding dat betaald blijft, geldt dat daar geen btw over verschuldigd is als er sprake is van een schadevergoeding. Dit lichten we even toe: uit rechtspraak blijkt dat als een vergoeding deels betaald is, maar de prestatie niet doorgaat, zodat de ondernemer schade lijdt, dit een aanwijzing is dat het om een schadevergoeding gaat. In dat geval bent u geen btw verschuldigd en kan de btw die eventueel al afgedragen is, teruggevraagd worden in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de annulering plaatsvindt.
Gaat het echter niet om een schadevergoeding, dan bent u btw verschuldigd over de ontvangen vergoeding. Uit rechtspraak blijkt dat de situatie waarin het gehele bedrag betaald is en de klant niet op komt dagen, u als btw-ondernemer een prestatie verricht en geen schade lijdt. Dan bent u dus wél btw verschuldigd over de vergoeding.
Let op: het is lastig om te bepalen of er wel of geen sprake is van een schadevergoeding. De rechtspraak, zoals hierboven beschreven, is zeer op de betreffende zaken toegespitst. Twijfelt u? Stem uw keuze dan altijd met ons of de Belastingdienst af.
Voor zover de vergoeding als schadevergoeding is aan te merken, bent u geen btw verschuldigd. Ook hierbij is het raadzaam om met ons of de Belastingdienst te overleggen. Zo voorkomt u discussies achteraf.
Verleent u een korting aan uw klanten, dan hoeft u over het kortingsbedrag geen btw af te dragen. Is de korting vooraf verleend, en staat deze dus op de verkoopfactuur? Dan wordt het juiste btw-bedrag in één keer berekend en in de btw-aangifte aangegeven.
Verleent u de korting achteraf (bijvoorbeeld een korting voor het betalen van een factuur binnen een bepaalde termijn)? Dan moet u een creditfactuur uitreiken. De btw op de korting vraagt u terug in de btw-aangifte van het tijdvak waarin de creditfactuur is uitgegeven.
Staat een verkoopfactuur één jaar na het opeisbaar zijn van de vergoeding nog open? Dan wordt deze als oninbaar aangemerkt. De btw moet u in dit geval terugvragen in de btw-aangifte van het tijdvak waarin de eenjaarstermijn verstreken is. In sommige gevallen is al eerder duidelijk dat de factuur niet betaald zal worden, bijvoorbeeld bij faillissement van uw klant, dan kunt u de btw eerder terugvragen. Geef in de btw-aangifte een negatieve omzet en een negatief btw-bedrag aan bij vraag 1a/1b van uw btw-aangifte.
Lees meer actuele berichten van onze Corona Helpdesk | schrijf u in voor onze Corona nieuwsbrief
DISCLAIMERIn dit nieuwsbericht verstrekt SKN algemene informatie gebaseerd op de ons thans bekende informatie en de thans geldende wet- en regelgeving. Voor zover dit nieuwsbericht juridische informatie verstrekt, beoogt SKN niet om juridisch advies te verlenen voor uw concrete situatie. De inhoud van dit nieuwsbericht is door SKN met zorg samengesteld mede op basis van door derden verstrekte informatie. SKN aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheid of onvolledigheid van de verstrekte informatie, daar iedere situatie uniek is.
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk