Maak uw keuze

Investeren? Vraag de BIK aan!

09 dec 2020

Vanwege de coronacrisis is er een nieuwe, fiscale investeringssubsidie geïntroduceerd: de Baangerelateerde investeringskorting (BIK). De BIK geldt voor investeringen in de periode van 1 oktober 2020 t/m 31 december 2022 voor nieuwe bedrijfsmiddelen.

De BIK kan verrekend worden met de loonheffing en is dus alleen interessant voor bedrijven met personeel. Door deze systematiek is het voordeel van de regeling ook niet afhankelijk van de winst.

Via de BIK kan tot en met 31 december 2021 van een investering 3,9% van het investeringsbedrag tot € 5 miljoen worden verrekend met de loonheffing. Bij een hoger investeringsbedrag is van het meerdere 1,8% te verrekenen. Dit pakt dus gunstig uit voor kleinere investeringen. De percentages voor het jaar 2022 staan nog niet vast. De BIK kan per jaar vier keer worden aangevraagd, waarbij per aanvraag een ondergrens van € 20.000 geldt en per bedrijfsmiddel een ondergrens van € 1.500.

De BIK kan worden verkregen naast de bestaande investeringsregelingen, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de milieu-investeringsaftrek en de energie-investeringsaftrek.

De BIK is een mooie, maar ook complexe regeling. In dit artikel nemen we je uitgebreid mee in alle voor- en nadelen, voorwaarden en bijkomende zaken van deze regeling:


De BIK-regeling richt zich op zowel IB-ondernemers als VPB-plichtige ondernemers.

De BIK-regeling is van toepassing op investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen. Deze bedrijfsmiddelen mogen nog niet eerder in gebruik genomen zijn. Uitgaven die te maken hebben met verbetering van een bedrijfsmiddel of kwalificeren als voortbrengingskosten, komen niet in aanmerking.

Het gaat om investeringsverplichtingen die zijn aangegaan op of na 1 oktober 2020, waarvan de (laatste) betaling in 2021 en uiterlijk voor 31 december 2022 zal plaatsvinden. De laatste betaling is leidend voor de vraag of de investering (voor deze regeling) is gedaan in 2021 of 2022. De koppeling aan de (laatste) betalingsdatum wijkt af van de EIA, MIA of VAMIL-regeling, waar de melding van de investering bij het RVO binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichting voldoende is. Zorg er dus voor dat je niet alleen de investeringsverplichting goed plant, maar ook de betaling ervan.

Voor de BIK-regeling moet het bedrijfsmiddel vervolgens binnen zes maanden na de laatste betaling in gebruik genomen zijn.

Bedrijfsmiddelen die zijn uitgesloten voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) komen ook niet in aanmerking voor de BIK. Een voorbeeld hiervan zijn bedrijfsmiddelen die zijn bestemd voor de verhuur. Daarnaast zijn investeringsverplichtingen bij verbonden personen/entiteiten ook uitgesloten van de BIK-regeling.

Naar verwachting opent het aanvraagloket bij het RVO op 1 september 2021.

Heb je een aanvraag gedaan, dan moet het RVO binnen 12 weken reageren, zodat in theorie de afdrachtvermindering in de laatste periode van 2021 geëffectueerd kan (gaan) worden. Bij de aanvraag en daaropvolgende toekenning wordt een BIK-verklaring afgegeven. Hierin staat:

– de hoogte van de gemelde baangerelateerde investeringen;
– het jaar waarop de melding en daaropvolgende verklaring betrekking heeft;
– de hoogte van de afdrachtsvermindering, inclusief de berekening;
– bij een aanvraag die betrekking heeft op een fiscale eenheid; de toedeling van de afdrachtsvermindering over de verschillende inhoudingsplichtigen binnen een fiscale eenheid. Meer informatie hierover vind je bij “BIK & Fiscale Eenheid”, met name het voorbehoud hierin.

Tot slot zal een administratie bijgehouden moeten worden van de investeringen waarvoor een BIK-verklaring is afgegeven.

De afdrachtsvermindering moet in 2021 worden opgenomen in de rubriek “afdrachtvermindering zeevaart”. Vanaf 2022 komt de rubriek “BIK-afdrachtvermindering” beschikbaar.

De afdrachtsvermindering kan de verschuldigde loonheffing maximaal verlagen tot nihil. Als de afdrachtsvermindering in die periode niet volledig geëffectueerd kan worden, kan het restant in mindering worden gebracht op de loonheffing in de resterende loonaangiften van het betreffende jaar. Als deze er niet meer zijn, kan de afdrachtsvermindering (zoveel als mogelijk) gerealiseerd worden door correctieberichten op de loonaangiften over eerdere tijdvakken in dat jaar. De afdrachtsvermindering kan alleen worden toegepast in het jaar waarop de BIK-verklaring betrekking heeft.

Het afdrachtsvoordeel leidt tot een hoger resultaat van de onderneming. Het afdrachtsvoordeel wordt regulier in de heffing betrokken, waardoor hierover inkomsten- of vennootschapsbelasting verschuldigd is.

In sommige gevallen kent de BIK-regeling een meldingsplicht voor werkgevers, waarop het RVO een correctie-BIK-verklaring kan afgeven aan de werkgever. Voorbeelden hiervan zijn:

– Als bij de aanvraag onjuiste of onvolledige stukken zijn verstrekt die geleid hebben tot een onjuist oordeel. Let op: in dat geval kan ook een boete worden opgelegd.
– Als de investering niet binnen 6 maanden na de volledige betaling in gebruik is genomen.

De BIK-regeling kent op dit moment geen desinvesteringsbepaling. Het voordeel hoeft dus niet terugbetaald te worden in het geval van desinvestering.

In het wetsvoorstel is een specifieke regeling opgenomen die betrekking heeft op de toepassing van de fiscale eenheid vennootschapsbelasting in combinatie met de BIK-regeling. Dit kan met name gewenst zijn indien:

– de investeringen worden gedaan in een andere vennootschap dan de vennootschap waar het personeel in dienst is;
– de nieuwe bedrijfsmiddelen bestemd zijn om hoofdzakelijk (70% of meer) te worden verhuurd binnen het concern.

Is er sprake van een fiscale eenheid dan worden alle investeringen die in aanmerking komen voor de BIK samengeteld. Dit geldt ook voor de vennootschappen zonder personeel. Binnen de fiscale eenheid wordt één BIK-inhoudingsplichtige aangewezen die de aanvraag indient. Bij de aanvraag kan de keuze worden gemaakt om de afdrachtsvermindering toe te rekenen aan verschillende entiteiten binnen die fiscale eenheid. Hierbij is het van belang dat de BIK wordt toegerekend aan de entiteiten met werknemers op de loonlijst. Als er geen keuze wordt gemaakt, wordt deze volledig toegerekend aan de aanvrager.

Let op: in verband met mogelijke strijdigheid met Europese wetgeving wacht men voor dit onderdeel nog op goedkeuring van de Europese Commissie. Tot die tijd, kan een fiscale eenheid de BIK niet toepassen. Ben je na 1 oktober 2020 investeringsverplichtingen aangegaan en/of ben je voornemens om een fiscale eenheid aan te vragen? Check dan eerst of er op dit punt uitsluitsel is gekomen. Tot deze tijd kan de BIK alleen geëffectueerd worden bij een individuele vennootschap, waarbij de investering in dezelfde vennootschap plaatsvindt als de vennootschap waar het personeel in dienst is.

Bij goedkeuring treedt dit onderdeel alsnog in werking met terugwerkende kracht naar 1 januari 2021. Wij verwachten dan ook dat bij de eerste aanvraag op 1 september 2021 hierover meer duidelijkheid is.

Een door een Nederlandse onderneming aangekocht bedrijfsmiddel, dat bestemd is om hoofdzakelijk te worden gebruikt voor het buitenlandse filiaal (vaste inrichting), kwalificeert niet voor de BIK.

Ook kan geen BIK geclaimd worden door het Nederlandse filiaal (vaste inrichting) voor een investering gedaan door een onderneming die in het buitenland is gevestigd.

Een samenwerkingsverband (zoals een V.O.F., maatschap of C.V.) met personeel wordt aangemerkt als werkgever. Alle investeringen binnen het samenwerkingsverband als in het buitenvennootschappelijk vermogen, die in aanmerking komen voor de BIK, worden samengeteld en voor deze regeling aan het samenwerkingsverband toegerekend. Het samenwerkingsverband vraagt vervolgens de BIK aan en past deze toe in haar aangifte(n) loonheffing.

Voor de (fiscale) winstberekening wordt de afdrachtsvermindering niet in mindering gebracht op de aanschafwaarde van het betreffende bedrijfsmiddel. De BIK gaat dus niet ten koste van de afschrijvingen op de geïnvesteerde bedrijfsmiddelen.

In de communicatie met het RVO is vaak E-Herkenning nodig. Wij verwachten dat dit ook nodig gaat zijn bij de aanvraag van de BIK. Heb je nog geen E-Herkenning, dan adviseren wij om deze tijdig aan te vragen, ook al kan de BIK-aanvraag pas vanaf 1 september 2021 ingediend worden.

Naast het contact met het RVO wordt E-herkenning ook gebruikt bij andere communicatie met de overheid. Het is nog niet duidelijk of wij de BIK voor ondernemers kunnen aanvragen met onze eigen E-herkenning.


Heb je vragen hebben over de BIK-regeling en wat deze voor jouw organisatie kan betekenen? Aarzel niet om contact op te nemen met onze specialisten op dit gebied:

mr. Erwin ten Holder, fiscalist
Mail: e.t.holder@stolwijkkelderman.nl
Telefoon: 06 3032 2635

Koen Hijl MSc RB, fiscalist
Mail: koenhijl@stolwijkphilipsen.nl
Telefoon: 06 4979 4902



Delen via Social Media