Verandering biedt kansen
Home / Blogs / false
Ten aanzien van buiten Nederland wonende belastingplichtigen zijn er de laatste jaren de nodige wetswijzigingen geweest. Per 1 januari 2019 is de toepassing van diverse heffingskortingen voor de buiten Nederland woonachtige belastingplichtige gewijzigd. Inmiddels zijn de loonstroken van januari 2019 en de specificaties van de pensioenuitkeringen ontvangen. In dit artikel schets ik eerst de toepassing heffingskortingen buitenlands belastingplichtigen en ga hierna verder in op de eerste ervaringen. Deze verduidelijk ik met een aantal praktijkvoorbeelden.
Tot en met 2018 konden in de loonheffingen de heffingskortingen steeds worden toegepast, ook al woonde de werknemer niet in Nederland. Deze wetgeving is gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2019 hebben uw in het buitenland wonende werknemers geen of nog maar een beperkt recht op uitbetaling van de heffingskortingen via het loonstrookje.2 Indien en voor zover zij er wel recht op hebben, moeten zij ‘hun’ heffingskortingen zelf claimen via een aangifte inkomstenbelasting. Daarop vooruitlopend kan een voorlopige teruggaaf worden aangevraagd. Aldaar geldt echter de voorwaarde dat hun wereldinkomen voor ten minste 90% aan de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting moet zijn onderworpen.
Samenvattend:
Omdat het recht op het belastingdeel in de heffingskortingen afhankelijk is van het woonland van de werknemer, zijn er verschillende loonbelastingtabellen. U moet de loonbelastingtabel voor niet-inwoners toepassen als de werknemer niet in Nederland woont. Daarnaast is het belang toegenomen van de al bestaande verplichting dat u in uw salarisadministratie het juiste buitenlandse woonadres van uw werknemer moet opnemen, inclusief de regio. In de praktijk wordt soms volstaan met opname van het Nederlandse verblijfadres. Dit is niet juist.
Hierna neem ik een aantal concrete voorbeelden op om de gevolgen van de wijziging te laten zien.
Hoewel niet alle buiten Nederland wonende belastingplichtigen met inkomen uit Nederland door de nieuwe wetgeving vanaf 2019 geraakt zouden moeten worden, blijkt dit in de praktijk toch het geval. Als voorbeeld neem ik een inwoner van Duitsland, die een AOW-uitkering uit Nederland ontvangt van € 10.000 bruto per jaar.
Op grond van het belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting dat is gesloten tussen Nederland en Duitsland, is het heffingsrecht over deze AOW-uitkering toegewezen aan Duitsland. Nederland mag dus niet heffen over de uitkering. Tot 2019 werd normaliter geen belasting ingehouden. Vanaf 2019 wordt door de SVB wel loonbelasting ingehouden, omdat de nieuwe wet dit volgens de SVB met zich meebrengt.
Omdat ten onrechte Nederlandse loonbelasting wordt ingehouden, dient de belastingplichtige actie te ondernemen om deze terug te krijgen:
Het SVB heeft aan alle buiten Nederland wonende belastingplichtigen die een uitkering van het SVB ontvangen een brief verzonden en de gewijzigde inhouding vanaf 2019 toegelicht. Daarbij is aangegeven dat de heffingskorting alleen via de Nederlandse aangifte teruggekregen kan worden als er sprake is van een kwalificerende belastingplichtige. Dat is naar mijn mening niet volledig en verwarrend. Zoals in het genoemde voorbeeld is Nederland in veel gevallen helemaal niet heffingsbevoegd en kan de ingehouden loonbelasting in deze gevallen altijd teruggevraagd worden, ook als er sprake is van een niet kwalificerende belastingplichtige! Relevant is daarmee altijd eerst te kijken of Nederland wel heffingsbevoegd is.
Ondanks dat Nederland in veel gevallen helemaal niet bevoegd is belasting te heffen, heeft de wetswijziging vanaf 2019 tot gevolg dat Nederlandse belasting wordt ingehouden en de belastingplichtige actie moet ondernemen om deze terug te kunnen krijgen.
Vorige week ben ik gebeld door een inwoner uit Indonesië. Hij had altijd in Nederland gewoond en gewerkt en was naar Indonesië verhuisd. Vanuit Nederland ontvangt hij een AOW-uitkering en een pensioenuitkering opgebouwd via zijn voormalige werkgever. De eerste uitkeringsspecificatie over januari 2019 had hij ontvangen. Daaruit bleek een veel hogere inhouding in vergelijking met de situatie tot en met 2018. Helaas is daar niets aan te doen. Omdat Indonesië niet behoort tot de landenkring3, kan deze belastingplichtige niet kwalificeren. Hij kan dus ook geen aangifte doen in Nederland om alsnog de heffingskortingen te gelde te kunnen maken.
Een alleenstaande inwoner van Duitsland ontvangt een AOW-uitkering en een pensioenuitkering uit Nederland van in totaal bruto € 20.000. Verder is er geen sprake van inkomen. Op het inkomen wordt 9% Nederlandse loonbelasting ingehouden (€ 1.800). Met heffingskortingen wordt vanaf 2019 geen rekening gehouden omdat het een inwoner van Duitsland is.
Omdat de inwoner van Duitsland een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, kan in Nederland aangifte worden gedaan. Door ook een inkomensverklaring te overleggen, kan toch gebruik worden gemaakt van de heffingskortingen. Door het doen van aangifte is een inkomstenbelastingteruggave te verwachten van € 1.582, zijnde de algemene heffingskorting ad € 609, de ouderenkorting van € 767 en de alleenstaande ouderenkorting van € 206.
Hoewel de nieuwe wetgeving in beginsel een jaarlijkse inkomensachteruitgang van € 1.582 tot gevolg heeft, kan dit geheel worden gecompenseerd door aangifte te doen in Nederland en de inkomensverklaring op te nemen.
Een inwoner van Duitsland is werkzaam in Nederland. De werkgever mag ook na 2019 rekening houden met het belastingdeel van de arbeidskorting. Echter niet met dit deel van de algemene heffingskorting. Deze korting van € 609 kan wederom alsnog worden verkregen door aangifte te doen in Nederland en de inkomensverklaring te overleggen. Uitgangspunt daarbij is dat 90% van het inkomen is onderworpen aan de Nederlandse heffing. Bijkomend voordeel van het doen van de aangifte is dat indien van toepassing ook gebruik kan worden gemaakt van de renteaftrek op de lening voor de eigen woning in Duitsland.
Indien de inwoner van Duitsland een kind heeft dat bij hem ingeschreven staat en jonger is dan 12 jaar, kan via de aangifte inkomstenbelasting ook de teruggave van de inkomensafhankelijke combinatiekorting worden geclaimd van (maximaal) € 2.835. Deze kan namelijk niet meegenomen worden bij de berekening van de loonheffingen. Daarbij is het voldoen aan de 90% norm niet relevant.
Ervan uitgaande dat de (eventuele) partner geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, is er geen fiscale partner. Daardoor is het niet relevant wie het laagste arbeidsinkomen heeft, in Nederlandse verhoudingen kan de inkomensonafhankelijke combinatiekorting alleen worden toegepast door de fiscale partner met het laagste inkomen.
Vanaf 2019 wordt het toepassen van de heffingskortingen beperkt in het geval er sprake is van een inwoner die buiten Nederland woont. Ingeval van een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige kunnen de heffingskortingen gelijk aan een inwoner van Nederland alsnog worden toegekend door aangifte te doen in Nederland en een inkomensverklaring te overleggen. Dit betekent wel een lastenverzwaring voor deze belastingplichtige.
Ingeval de belastingplichtige niet behoort tot de landenkring betekent de wetswijziging dat er vanaf 2019 een hogere inhouding plaatsvindt en er netto minder overblijft. Daar is niets aan te doen.
Vaak is in een verdrag bepaald dat Nederland tot een bepaald bedrag aan pensioenuitkeringen niet heffingsbevoegd is of dat de uitkering geheel ter belastingheffing is toegewezen aan het woonland. Ook in deze gevallen heeft de wetswijziging van 2019 echter tot gevolg dat desondanks wel Nederlandse loonbelasting wordt ingehouden. Ook hier is extra actie nodig om de Nederlandse ingehouden loonheffing te stoppen en terug te krijgen.
R.W.M. te Kaat +31 314 369111 +31 6 11274485 r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl
Actueel
Loonsanctie bij re-integratie: hoe arbeidsrecht en casemanagement elkaar versterken
De waarde van een arbeidsjurist die dicht bij jouw organisatie staat
Het tussentijds opzegbeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst: kansen én risico’s
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Wanneer een medewerker langdurig ziek uitvalt, komt er als werkgever veel op je af. Je krijgt te maken met re-integratieverplichtingen, de Wet verbetering poortwachter, loondoorbetaling, gesprekken met de medewerker en strakke deadlines. Dat vraagt niet alleen tijd en aandacht, maar ook kennis van zaken. Binnen Stolwijk Kennisnetwerk bundelen casemanager Marleen Schoenaker-Noortman en arbeidsjurist Laura van […]
“We hadden het toch goed geregeld?” Het is een zin die we vaak horen. Veel werkgevers gaan ervan uit dat hun afspraken met medewerkers kloppen tot er iets gebeurt. In dit blog laten we je zien hoe snel afspraken ongemerkt kunnen verschuiven en waarom het helpt om ze af en toe samen tegen het licht […]
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd loopt in principe automatisch af op de afgesproken einddatum. Tussentijds opzeggen is meestal niet mogelijk. Toch kan dit anders liggen als er in de overeenkomst een tussentijds opzegbeding is opgenomen. In dit blog leg ik uit wat zo’n beding inhoudt, hoe het werkt in de praktijk en waar werkgevers en […]
Elke maand dezelfde stapels bonnetjes op je bureau. Medewerkers die wachten op uitbetaling. Een administratie die meer tijd kost dan nodig. Veel werkgevers herkennen het en vragen zich af hoe zij dit slimmer kunnen organiseren. Een vaste onkostenvergoeding kan veel rust geven. De kunst is alleen om deze goed in te richten en zorgvuldig te […]
Sinds dit jaar handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat zorgt voor veel onrust bij zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Hoewel er in 2025 nog geen boetes werden opgelegd, verandert dat per 1 januari 2026. Dan verdwijnt de zachte landing en kunnen direct sancties volgen als er sprake is van schijnzelfstandigheid. Door Tarik Jansen, fiscalist […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk