Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / De nieuwe box 3-heffing: eerlijker, maar niet perse makkelijker
2025, dat is het jaar dat het kabinet van plan is om belasting te gaan heffen over het werkelijk box 3-rendement. Dan spreken we niet meer van een ‘vermogensbelasting’, maar van een ‘vermogensaanwasbelasting’. 15 april heeft het parlement een kamerbrief ontvangen over hoe dit nieuwe systeem er uit moet gaan zien.
Het huidige systeem van vermogensrendementsheffing lijkt complex, maar is relatief eenvoudig in de uitvoering. Momenteel hanteert de fiscus een aantal ficties (ook wel forfaitaire rendementen genoemd): de Belastingdienst verondersteld op basis van je box 3-vermogen een fictief rendement en dus niet je werkelijke rendement.
De Belastingdienst gaat er vanuit dat het hogere box 3-vermogen (vanaf € 50.651) gebruikt wordt voor beleggingen. Echter kan er niet zo maar aangenomen worden dat wanneer er sprake is van een bepaald box 3-vermogen er ook hoge rendementen van 4%-5% worden behaald. Het kan namelijk ook zijn dat de belastingplichtige alleen spaartegoeden aanhoudt en dus rendementen behaalt die veel lager zijn. Zo vond ook de Hoge Raad: deze huidige regeling is in strijd met het Europees Recht.
Tabel 1. Berekening forfaitair rendement box 3 (2022)
Voor de jaren 2017-2022 wordt rechtsherstel geboden. Maar op welke wijze?
Er zijn twee uiterste varianten voor rechtsherstel: 1) alle opbrengsten uit box 3 over de afgelopen jaren terugbetalen of 2) de werkelijke rendementen opvragen bij de belastingplichtigen. Beide varianten vallen echter direct af. De eerste variant valt budgettair af (€ 26,5 miljard). De tweede variant valt af op uitvoerbaarheid. De enige acceptabele wijze van rechtsherstel die ook uitvoerbaar is, gaat uit van de werkelijke vermogensmix. De werkelijke vermogensmix moet een nieuwe en verbeterde forfaitaire berekening hebben. Vooralsnog zijn 2 varianten uitgewerkt voor een nieuwe forfaitaire berekening.
Er wordt gewerkt met drie forfaits voor spaargeld, schulden en overige bezittingen. Voor spaargeld wordt uitgegaan van een actuele spaarrente. Deze komt uit op 0,25% in 2017 aflopend naar ongeveer 0% in de jaren erna. Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente: van ruim 3% aflopend naar iets minder dan 2,5%. Voor de overige bezittingen wordt, net als in het huidige box 3-stelsel, uitgegaan van het meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen.
Bij deze variant worden voor alle rubrieken uit de belastingaangifte (spaargeld, onroerende zaken, effecten (aandelen en obligaties), contant geld, vorderingen etc.) de forfaits aangepast aan de gemiddelderendementen voor deze vermogenscategorieën in het betreffende belastingjaar, zodat het forfaitaire rendement (gemiddeld) zo goed mogelijk aansluit bij het werkelijke rendement in de betreffende jaren.
Let op Rechtsherstel wordt geboden aan degenen die nadeel hebben gehad van de wetgeving. Als het niet nadelig is dan blijft de huidige wetgeving met fictieve rendementen van kracht.
In feite komt het er op neer dat de nieuwe forfaits, zoals hierboven beschreven, bij rechtsherstel omgezet wordt in (spoed)wetgeving.
Let op Door deze nieuwe spoedwetgeving voor 2023 en 2024 kan het zo zijn dat de belastingplichtige meer box 3-heffing gaat betalen dan in het huidige box 3-stelsel het geval zou zijn geweest.
Circa 60.000 mensen hebben bezwaar gemaakt tegen de box 3-heffing over de belastingjaren 2017-2020 en komen in aanmerking voor rechtsherstel. Dat kan een reden zijn om alle belastingplichtigen rechtsherstel te bieden. Over de doelgroep voor rechtsherstel moet nog een besluit worden genomen. Mochten aanslagen nog niet onherroepelijk vast staan dan kan nog aanspraak gemaakt worden op rechtsherstel. Voor de jaren 2021 en 2022 komen dus alle belastingplichtigen in aanmerking voor rechtsherstel.
Om aan te sluiten bij het werkelijke rendement stelt het kabinet voor om in het box 3-stelsel te werken met ‘vermogensaanwasbelasting’. Jaarlijks wordt dan belasting in box 3 geheven over de ontvangen renten, huur, dividend en dergelijken. Maar ook de waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen. Zo zal een aandelenportefeuille ieder jaar belast worden voor de waardeontwikkeling en niet pas in het jaar waarin de aandelen worden verkocht. Dit is een wijze waarmee uitstel van belastingheffing wordt voorkomen, maar dit kan wel leiden tot liquiditeitsproblemen. Als een pand of aandelenpakket significant stijgt in waarde maar niet verkocht wordt, dient toch box 3-belasting betaald te worden.
In een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement is het ook mogelijk dat in een bepaald jaar een negatief rendement wordt behaald. Dit betekend dat het binnen box 3 mogelijk zal worden om verliezen te verrekenen.
Een systeem op basis van werkelijk rendement is natuurlijk heel fair. Echter is het maar de vraag of dit het voor de belastingplichtige ook makkelijker maakt. Bij een aandelenportefeuille moet bijvoorbeeld goed geadministreerd worden hoeveel er in een jaar gestort dan wel onttrokken is om de daadwerkelijke rendementen c.q. vermogensaanwas te berekenen. Bij onroerende zaken in box 3 (denk hierbij aan niet-eigen woningen) mogen de kosten op de rendementen in mindering worden gebracht. De vraag is echter welke kosten hier onder zullen vallen. Het lijkt logisch dat onderhoudskosten hierin mee mogen worden genomen, maar hoe gaan we om met de gemeentelijke belastingen?
Belastingplichtigen kunnen zoals zij gewend zijn vanaf 1 maart aangifte inkomstenbelasting 2021 doen. De juiste hoogte van de bezittingen en schulden in box 3 dienen daarbij opgegeven te worden. De Belastingdienst heeft de uitspraak van de Hoge Raad nog niet kunnen verwerken in de aangiftesystemen. Hierdoor kan het zo zijn dat de verschuldigde belasting over het box 3-vermogen onjuist is. Bij de definitieve aanslag zal wél rekening worden gehouden met de verbeterde forfaitaire rendementen.
Momenteel worden er door de Belastingdienst geen definitieve aanslagen inkomstenbelasting opgelegd waarin een box 3-heffing opgenomen is. Daarnaast geldt er een invorderingspauze voor voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 met inkomen uit box 3. De Belastingdienst biedt iedereen met een te betalen aanslag inkomstenbelasting 2022 een tijdelijke invorderingspauze voor de 1e betaaltermijn. Dat betekent dat de Belastingdienst geen betalingsherinnering en aanmaningen verstuurd. Tijdens de invorderingspauze wordt bekeken of er daadwerkelijk sprake is van een box 3-inkomen. Als je geen inkomen uit box 3 hebt, wordt de invorderingspauze beëindigd. Je krijgt dan een brief over de te betalen termijnen. Heb je wel inkomen uit box 3, dan blijft de invorderingspauze gelden. Je ontvangt dan een brief met informatie over deze invorderingspauze en hoe wordt omgegaan met de invorderingsrente.
De impact van de wijzigingen in het box 3-stelsel is groot. Wil je hier meer over weten, kijk dan op de pagina van onze Box 3-Helpdesk, daar vind je alle berichtgeving omtrent dit onderwerp. Je kunt onze specialisten ook telefonisch of per mail bereiken voor al je box 3-gerelateerde vragen.
Actueel
RVU-drempelvrijstelling 2026: zo werkt eerder stoppen met werken voor werkgevers
Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2026: dit moet je nú weten en voorbereiden
Kamer steunt nieuw box 3-stelsel maar is kritisch
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De RVU-drempelvrijstelling 2026 biedt werkgevers opnieuw ruimte om medewerkers met zwaar werk eerder te laten stoppen zonder extra belasting. Voor veel organisaties is dit een belangrijk instrument om duurzame inzetbaarheid en sociaal beleid vorm te geven. Maar hoe werkt de regeling precies, wat zijn de voorwaarden en waar moet je als werkgever rekening mee houden? […]
2026 brengt opnieuw belangrijke fiscale en arbeidsrechtelijke wijzigingen met zich mee. Als werkgever of ondernemer krijg je te maken met aanpassingen in loonheffingen, auto van de zaak, zzp-handhaving, minimumloon en regelingen zoals de WKR en loonkostenvoordelen. In dit artikel lees je wat de top 10 wijzigingen voor de werkgever 2026 concreet betekenen, waar de risico’s […]
Maandag 19 januari 2026 werd duidelijk: een meerderheid van de Tweede Kamer is vóór de nieuwe opzet van het box 3-stelsel en belastingheffing over het rendement op vermogen. Van harte gaat dit echter niet. De meeste partijen zijn voor omdat alternatieven complex zijn en uitstel de staatskas veel geld kost. Nieuwe wet box 3 is […]
De Special Lonen 2026 staat voor je klaar! Dé complete gids voor werkgevers en HR-professionals die grip willen houden op loon, premies en wet- en regelgeving. De regels rondom loon en personeel blijven veranderen. Met de Special Lonen 2026 heb je één actueel en betrouwbaar naslagwerk in handen, zodat je niets over het hoofd ziet en […]
Sinds 1 januari 2026 geldt de nieuwe cao voor uitzendkrachten. Deze cao loopt drie jaar en heeft directe gevolgen voor werkgevers die werken met uitzendkrachten. De kern van de wijziging: inlenersbeloning is vervangen door gelijkwaardige beloning. Dat vraagt meer inzicht, meer afstemming en een andere manier van aanleveren van arbeidsvoorwaarden. In dit artikel lees je […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk