Verandering biedt kansen
Home / Blogs / false
De BPM-heffing bij de aanschaf van een auto in Nederland is aanzienlijk. Daardoor is de aanschaf van een nieuwe auto in Nederland duurder dan een aanschaf van dezelfde auto in Duitsland. Daarnaast wordt de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak in Duitsland onder voorwaarden lager belast.
In dit memo gaan wij in op de mogelijke vrijstellingen voor de BPM en vervolgens op de gevolgen van het privégebruik van de auto. Wij merken nadrukkelijk op dat in dit memo slechts de hoofdlijnen beschreven worden.
Er zijn voor de auto met een Duits kenteken meerdere soorten vrijstellingen voor de Nederlandse BPM. Er is een vrijstelling voor een werknemer en een vrijstelling voor een werkgever. Daarnaast is er een vrijstelling voor kortstondig gebruik van de Nederlandse weg met een auto met een buitenlands kenteken. De vrijstellingen dienen te worden aangevraagd vóór het gebruik van de weg met de auto in Nederland.
Werknemersvrijstelling
Nederland verleent een vrijstelling van BPM voor auto’s die zijn geregistreerd in het buitenland en die door een in dat land gevestigde werkgever ter beschikking zijn gesteld aan een als werknemer bij hem in dienst zijnde persoon, waarbij:
a) de auto in Nederland uitsluitend gebruikt wordt door de werknemer of zijn inwonende gezinsleden; b) de werkgever blijkens een schriftelijke verklaring te kennen heeft gegeven dat de auto hoofdzakelijk (70% of meer) is bestemd voor de werkzaamheden buiten Nederland; c) de werknemer als gevolg van de arbeidsovereenkomst tussen hem en de werkgever in beginsel geen invloed kan uitoefenen op de beslissing in welk land de auto wordt geregistreerd.
Ook directeuren-grootaandeelhouders kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor deze vrijstelling. Een beleidsbepalende medewerker komt in bepaalde gevallen juist niet in aanmerking voor de vrijstelling. Dit is afhankelijk van de juridische structuur alsmede de bijbehorende bevoegdheden en de arbeidsovereenkomst. Een juiste invulling kan er voor zorgen dat de vrijstelling kan worden geclaimd.
Vrijstelling ondernemer
Het is van belang dat er sprake is van een buitenlandse werkgever. Bovendien moet het niet mogelijk zijn invloed uit te oefenen op de registratie van de auto. Dit betekent dat ondernemers met een eenmanszaak of ondernemers die als natuurlijk persoon deelnemen in een vof of maatschap (of een vergelijkbare buitenlandse ondernemingsvorm) in principe niet in aanmerking komen voor de werknemersvrijstelling. Dit geldt ook voor een directeur-grootaandeelhouder die alle zeggenschap heeft.
Hierop is mogelijk de vrijstelling voor ondernemers van toepassing.
Nederland verleent een vrijstelling van BPM voor auto’s die zijn geregistreerd in het buitenland en die worden gebruikt door Nederlands ingezetenen die elders dan in Nederland hoofd zijn van een eenmanszaak, lid zijn van een maatschap of die bestuurder, vennoot of aandeelhouder zijn van een onderneming en geen gebruik kunnen maken van de eerder genoemde werknemersvrijstelling.
De vrijstelling wordt verleend indien:
a) de auto in Nederland uitsluitend gebruikt wordt door de genoemde persoon of zijn inwonende gezinsleden; b) uit een kilometerregistratie blijkt dat de auto voor ten minste 50% zakelijk buiten Nederland wordt gebruikt. De afstand woon- werkverkeer wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
Door laatstgenoemde voorwaarde is deze vrijstelling minder gunstig dan de werknemersvrijstelling.
Het dient te gaan om een auto met Duits kenteken. Hiervoor is een Duitse onderneming (bijvoorbeeld GmbH) noodzakelijk. Als er geen onderneming in Duitsland is, maar er worden wel activiteiten in Duitsland uitgeoefend, dan is het te overwegen om een onderneming in Duitsland op te starten. Naast het eventuele voordeel voor de BPM biedt dit ook commerciële en fiscale kansen.
Vrijstelling in verband met kortstondig gebruik
Nederland verleent een vrijstelling van BPM voor een auto die is geregistreerd in het buitenland en die voor een periode van ten hoogste twee weken in Nederland ter beschikking staat van een in Nederland wonende natuurlijke persoon en zijn inwonende gezinsleden of een in Nederland gevestigd lichaam.
Er mag de voorafgaande twaalf maanden geen gebruik zijn gemaakt van de vrijstelling. Het is dus mogelijk jaarlijks gedurende twee weken een auto met een buitenlands kenteken te huren zonder dat dit tot BPM heffing leidt.
De bijtelling in verband met privégebruik van de auto van de zaak bedraagt in Duitsland 1% per maand. Deze bijtelling wordt berekend over de Duitse (dus lagere) cataloguswaarde. De heffingsmaatstaf bedraagt op jaarbasis dus 12%. Dit is minder dan de helft in vergelijking met de Nederlandse heffingsmaatstaf van 25% van de cataloguswaarde die voor de meeste Nederlandse auto’s van de zaak geldt.
Tevens is het maximale inkomstenbelastingtarief in Duitsland lager dan in Nederland. Een zogenoemde salary split (verdeling van fiscaal inkomen over Nederland en Duitsland) kan de verschuldigde belasting nog verder verlagen.
De belastingheffing over een Duitse auto van de zaak lijkt daarom aanzienlijk gunstiger uit te komen in vergelijking met onze Nederlandse situatie.
Toch zit er een aantal addertjes onder het gras. Duitsland kent namelijk ook een bijtelling voor woon-werkverkeer die geldt naast de 1% heffing. Deze bedraagt 0,03% van de cataloguswaarde van de auto vermenigvuldigd met het aantal woon-werk-kilometers. Als er sprake is van veel kilometers in verband met woon-werkverkeer kan de heffing dus zelfs meer bedragen als deze wordt vergeleken met de Nederlandse heffing.
Als er zowel in Nederland als in Duitsland inkomen wordt genoten kan het zijn dat de Nederlandse belastingdienst ook tot heffing over een deel van de bijtelling overgaat. Voorzichtigheid is dan geboden. De terbeschikkingstelling van de auto door de Duitse werkgever dient goed schriftelijk vastgelegd te worden.
De conclusie is dat het BPM-vrij rijden al dan niet in combinatie met een lagere bijtelling in verband met de auto met Duits kenteken tot grote voordelen kan leiden!
Voor meer informatie of bij vragen kunt u contact opnemen met: drs. Ricardo te Kaat 0314-369 111 06 – 11 27 44 85 r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl
Actueel
Loonsanctie bij re-integratie: hoe arbeidsrecht en casemanagement elkaar versterken
De waarde van een arbeidsjurist die dicht bij jouw organisatie staat
Het tussentijds opzegbeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst: kansen én risico’s
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Wanneer een medewerker langdurig ziek uitvalt, komt er als werkgever veel op je af. Je krijgt te maken met re-integratieverplichtingen, de Wet verbetering poortwachter, loondoorbetaling, gesprekken met de medewerker en strakke deadlines. Dat vraagt niet alleen tijd en aandacht, maar ook kennis van zaken. Binnen Stolwijk Kennisnetwerk bundelen casemanager Marleen Schoenaker-Noortman en arbeidsjurist Laura van […]
“We hadden het toch goed geregeld?” Het is een zin die we vaak horen. Veel werkgevers gaan ervan uit dat hun afspraken met medewerkers kloppen tot er iets gebeurt. In dit blog laten we je zien hoe snel afspraken ongemerkt kunnen verschuiven en waarom het helpt om ze af en toe samen tegen het licht […]
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd loopt in principe automatisch af op de afgesproken einddatum. Tussentijds opzeggen is meestal niet mogelijk. Toch kan dit anders liggen als er in de overeenkomst een tussentijds opzegbeding is opgenomen. In dit blog leg ik uit wat zo’n beding inhoudt, hoe het werkt in de praktijk en waar werkgevers en […]
Elke maand dezelfde stapels bonnetjes op je bureau. Medewerkers die wachten op uitbetaling. Een administratie die meer tijd kost dan nodig. Veel werkgevers herkennen het en vragen zich af hoe zij dit slimmer kunnen organiseren. Een vaste onkostenvergoeding kan veel rust geven. De kunst is alleen om deze goed in te richten en zorgvuldig te […]
Sinds dit jaar handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat zorgt voor veel onrust bij zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Hoewel er in 2025 nog geen boetes werden opgelegd, verandert dat per 1 januari 2026. Dan verdwijnt de zachte landing en kunnen direct sancties volgen als er sprake is van schijnzelfstandigheid. Door Tarik Jansen, fiscalist […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk