Skip to main content
16 juni 2026

Box 3-wet toch nog vóór zomerreces op agenda Eerste Kamer

De Eerste Kamer wil nog vóór het zomerreces debatteren over de Wet werkelijk rendement box 3. Daarmee blijft het omstreden wetsvoorstel op tafel, ondanks stevige kritiek in de senaat.  

Het wetsvoorstel ligt sinds februari bij de Eerste Kamer. De Tweede Kamer nam het voorstel toen aan met steun van SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD. In de senaat ligt dat minder eenvoudig. Uit de behandeling in de commissie Financiën blijkt dat verschillende fracties moeite hebben met de gekozen systematiek.

De Wet werkelijk rendement box 3 is bedoeld om vanaf 2028 een nieuw stelsel in te voeren voor de belastingheffing over sparen en beleggen. Daarbij wordt niet langer uitgegaan van een forfaitair rendement, maar van het werkelijk rendement.

Weerstand tegen papieren winst

De hoofdregel in het voorstel is een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat niet alleen rente, dividend en huur worden belast, maar ook waardestijgingen van vermogen, ook als die nog niet zijn gerealiseerd.

En precies dat punt zorgt voor veel weerstand. Tegenstanders hebben moeite met belastingheffing over zogenoemde ‘papieren winsten’. Zij willen liever een vermogenswinstbelasting, waarbij pas belasting wordt geheven als winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Voor onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen bevat het huidige wetsvoorstel al zo’n uitzondering. Voor andere vermogensbestanddelen blijft de vermogensaanwasbelasting voorlopig het uitgangspunt.

Tegenstanders niet op één lijn

In de Eerste Kamer ontstaat daardoor een ingewikkelde politieke situatie. Veel partijen hebben bezwaren tegen de uitgangspunten van het wetsvoorstel, maar zijn het niet eens over de vraag wat de beste route is. Sommige tegenstanders zien aannemen van het voorstel als een manier om in elk geval een eerste stap richting vermogenswinstbelasting te zetten. Andere fracties vinden juist dat de wet van tafel moet en dat het kabinet eerst met een ander voorstel moet komen.

Ook de timing speelt een rol. VVD en D66 wilden volgens FD en BNR wachten met de behandeling totdat duidelijker is welke aanpassingen het kabinet nog wil doen. Een meerderheid in de senaat wil het debat echter niet verder doorschuiven.

Stemming nog onzeker

Of er vóór het zomerreces ook al wordt gestemd, is nog onzeker. Een debat kan op korte termijn plaatsvinden, maar verschillende fracties willen mogelijk eerst weten met welke wijzigingen het kabinet komt. Staatssecretaris Eelco Eerenberg heeft eerder aangekondigd de Kamer voor de zomer nader te informeren over de doorontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting en mogelijke aanpassingen aan het huidige wetsvoorstel.

Het kabinet onderzoekt al langer of het voorstel op onderdelen kan worden aangepast. Daarbij is onder meer gekeken naar verliesverrekening en naar aanpassingen die de werking van de vermogensaanwasbelasting moeten verbeteren.

Financieel belang

Voor het kabinet staat er financieel veel op het spel. Als het nieuwe stelsel niet per 2028 kan ingaan, blijft de tijdelijke systematiek met tegenbewijs langer van kracht. Volgens het kabinet leidt dat tot een budgettaire derving van ongeveer 2,4 miljard euro per jaar. Die tijdelijke tegenbewijsregeling werd vorig jaar door de Eerste Kamer aangenomen.

Dat budgettaire argument speelde ook in de Tweede Kamer een rol bij de steun voor het wetsvoorstel, ondanks inhoudelijke bezwaren.

Keuze tussen uitstel en tussenstelsel

De Eerste Kamer moet nu dus niet alleen oordelen over de fiscale techniek, maar ook over de vraag of een omstreden tussenstelsel beter is dan opnieuw uitstel. Het blijft daarmee voorlopig nog even onduidelijk hoe box 3 er vanaf 2028 precies uit gaat zien.

Bron: Accountancy Vanmorgen

Terug

Nog niet uitgelezen?