Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Betaal je meer belasting over vakantiegeld, overuren en bonussen?
Het lijkt er voor velen op dat je meer belasting over vakantiegeld, bonussen en andere extra’s betaalt. Is dat ook echt zo? Betaal je daarover meer belasting dan over normaal salaris? Zo zit het.
Medewerkers klagen weleens dat overwerken niet loont, omdat er voor hun gevoel bijna niets overblijft. Ook lijkt het alsof ze meer belasting over vakantiegeld, bonussen en andere aanvullende vergoedingen moeten betalen.
Het gevoel is begrijpelijk. Toch is het niet zo dat deze extra’s zwaarder worden belast. Het zit hem puur in het feit dat een medewerker bij een hoger totaalbedrag aan loon/inkomsten over dat hogere totaalbedrag meer belasting verschuldigd is. Dat komt doordat bij een hoger loon/inkomen:
Lastig om te volgen? Dat snappen we. Daarom geven we je graag wat extra uitleg. Handig voor jou als werkgever maar ook voor medewerkers.
Voordat je als werkgever loon kunt uitbetalen aan een medewerker, moet je eerst de loonheffing berekenen. Die bestaat uit:
De loonheffing trek je af van het brutoloon en betaal je aan de Belastingdienst.
In de berekening van de loonheffing zijn de tariefhoogte en heffingskortingen van belang. Het tarief is een percentage waarmee je rekent en waar je heffingskortingen vanaf trekt. Met name de heffingskortingen kunnen het geheel ondoorzichtig maken.
De hoogte van het tarief waarmee je in de loonheffing moet rekenen is afhankelijk van de hoogte van het loon van een medewerker. In 2023 bedraagt dit tarief voor iemand jonger dan 66 jaar en 10 maanden (AOW-leeftijd):
Eerst bereken je dus met het tarief de loonbelasting en premies volksverzekeringen. Van het bedrag dat daaruit komt, mag je heffingskortingen aftrekken. Heffingskortingen zijn daarmee als het ware een korting op te betalen belasting. Het bedrag dat daar uitrolt trek je af van het brutoloon en betaal je aan de Belastingdienst.
Heffingskortingen pas je altijd volledig toe bij de berekening van de heffing op het “normale” maandsalaris. Zo kan iedere medewerker zijn kortingsrecht volledig gebruiken. Heeft een medewerker recht op € 629 heffingskortingen in een maand, dan breng je dit volledige bedrag in mindering op het gebruikelijke maandsalaris. En daar komt dus het eerste opvallende om de hoek kijken:
Ontvangt de medewerker die maand extra loon, bijvoorbeeld voor uitbetaling van overuren of een bonus, dan kun je daar geen extra heffingskorting op in mindering brengen. Het totale recht aan heffingskortingen heb je immers al opgebruikt bij de berekening van het normale loon.
Heffingskortingen zijn geen vaste bedragen zijn, maar worden bepaald door de hoogte van loon/inkomen. Dan kan het dus gebeuren dat heffingskortingen lager uitvallen bij een hoger totaalloon. Zo ook wanneer je als werkgever incidenteel een extra uitbetaalt en het totaalloon incidenteel hoger is.
We laten het je zien met toelichting op twee bekendere heffingskortingen: algemene heffingskorting en arbeidskorting.
Deze is in 2024 € 3.362 per jaar bij een jaarlijks loon tot en met € 24.813. Is het jaarloon hoger, dan wordt de korting afgebouwd:
Deze loopt in 2024 eerst op tot maximaal € 5.538 per jaar bij een jaarlijks loon van €39.957. Is het jaarloon hoger, dan wordt de korting afgebouwd:
Deze op- en afbouw van heffingskortingen hebben dus ook invloed op belasting- en premiedruk waarmee een medewerker te maken krijgt.
Heffingskortingen kunnen ook een rol spelen bij de vraag of een medewerker nog inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (hierna: inkomstenbelasting) verschuldigd is. De loonheffing die je als werkgever inhoudt, is daarop namelijk een voorheffing.
Voor een medewerker met meerdere dienstverbanden kan zo een verschil ontstaan, doordat:
Medewerkers moeten zich realiseren dat er diverse regelingen bestaan die afhankelijk zijn van hun loon/inkomen. Denk bijvoorbeeld aan toeslagen zoals kinderopvang-, zorg- en huurtoeslag en kindgebonden budget. Een hoger loon/inkomen kan betekenen dat recht hierop minder wordt of komt te vervallen.
Een werkgever heeft geen inzicht in de persoonlijke situatie van een medewerker en kan daarom geen rekening houden met deze gevolgen. De medewerker moet dus zelf beoordelen of en welke gevolgen een hoger loon voor andere regelingen heeft.
Laat medewerkers eens kijken op de website van het Nibud. Daar zijn handige tools te vinden.
Het kan voor een medewerker gunstig zijn, wanneer je als werkgever ervoor kiest om een extra vergoeding aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Zo een vergoeding zorgt namelijk niet voor afbouw van heffingskortingen en heeft geen gevolgen voor andere regelingen. Dat komt doordat bedragen die zijn aangewezen in de vrije ruimte van de WKR niet meetellen als loon voor de heffingskortingen of de andere regelingen.
Er gelden voorwaarden voor wat je als vergoeding in de vrije ruimte van de WKR aan kunt wijzen, zoals:
We begrijpen, de berekening van loonheffing blijft ook na deze uitleg behoorlijk complex. Hulp nodig bij berekeningen? Wil je advies voordat je iets gaat doorvoeren? Bel of mail ons gerust. We helpen je graag.
Bron: SRA, Belastingdienst
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk