Skip to main content
24 november 2025

5 veelgestelde vragen over werken met zelfstandigen

Sinds dit jaar handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat zorgt voor veel onrust bij zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Hoewel er in 2025 nog geen boetes werden opgelegd, verandert dat per 1 januari 2026. Dan verdwijnt de zachte landing en kunnen direct sancties volgen als er sprake is van schijnzelfstandigheid.

Door Tarik Jansen, fiscalist en Laura van Alst, arbeidsjurist

In dit blog zetten we de meest gestelde vragen uit ons webinar ‘Werken met zelfstandigen: actuele ontwikkelingen’ voor je op een rij, met de uitleg die je nodig hebt om je arbeidsrelaties goed in te richten.

1. Hoe beoordeelt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand werkt als zelfstandige, maar er volgens het arbeidsrecht eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst beoordeelt dit aan de hand van het Beslis- en Afwegingskader en relevante wetgeving. Volgens artikel 7:610 BW is er sprake van een arbeidsovereenkomst als drie elementen aanwezig zijn: loon, arbeid en gezag.

Die beoordeling kan ingewikkeld zijn. Er wordt namelijk niet alleen naar de afspraken op papier gekeken, maar naar het gehele plaatje in de praktijk. Alle feiten en omstandigheden worden in onderlinge samenhang bekeken. Dit wordt de holistische weging genoemd. Daarbij gebruikt de Belastingdienst de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest:

  1. De aard en duur van de werkzaamheden.
  2. De manier waarop werkzaamheden en werktijden zijn bepaald.
  3. De mate waarin de werkzaamheden en de zelfstandige onderdeel zijn van de organisatie van de opdrachtgever (inbedding).
  4. Wel of geen verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren. 
  5. De manier waarop afspraken tot stand zijn gekomen.
  6. De manier waarop de beloning is bepaald en wordt uitbetaald.
  7. De hoogte van de beloning.
  8. De mate waarin de zelfstandige commercieel risico loopt.
  9. De mate waarin de zelfstandige zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Alle negen gezichtspunten tellen even zwaar. Het totaalbeeld bepaalt dus of iemand medewerker is of zelfstandige. In het Handhavingsplan van de Belastingdienst staat benoemd hoe de Belastingdienst handhaaft op schijnzelfstandigheid.

2. Is het verrichten van werkzaamheden via een persoonlijke BV een oplossing voor schijnzelfstandigheid?

Ook als een zelfstandige een persoonlijke BV opricht en via die BV factureert, kan er nog steeds sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Dit is het geval als de realiteitswaarde van de BV ontbreekt en de BV vooral is opgericht om fiscale redenen of om een arbeidsovereenkomst te vermijden.

Wanneer iemand via een persoonlijke BV werkt, maar de omstandigheden in de praktijk eigenlijk passen bij een arbeidsovereenkomst, kijkt de Belastingdienst daar doorheen. Er wordt dan alsnog een arbeidsovereenkomst aangenomen. Het oprichten van een persoonlijke BV verandert dus niets aan de feitelijke werksituatie.

3. Wat betekent het einde van de zachte landing per 1 januari 2026?

In 2025 handhaafde de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, maar hanteerde een jaar lang een zachte landing. Organisaties en opdrachtnemers kregen daarmee tijd om hun arbeidsrelaties aan te passen zonder direct boetes te riskeren, tenzij eerdere aanwijzingen bewust werden genegeerd of als er sprake was van kwaadwillendheid.

Verder richtte de Belastingdienst zich in 2025 in eerste instantie op sectoren waar schijnzelfstandigheid veel voorkomt.

Vanaf 1 januari 2026 vervalt de zachte landing. De Belastingdienst kan dan direct boetes opleggen wanneer wordt vastgesteld dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Voor opdrachtgevers is dit een goed moment om te controleren of samenwerkingen met zelfstandigen correct zijn ingericht.

4. Wat is de status van de Wet Verbetering Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR)?

Het wetsvoorstel VBAR moet een duidelijk toetsingskader geven voor de vraag wanneer iemand werkt als werknemer en wanneer als zelfstandige. De wet vult artikel 7:610 BW aan en bepaalt dat sprake is van een gezagsverhouding wanneer arbeid wordt verricht onder werkinhoudelijke of organisatorische sturing (werknemerschap) en niet voor eigen rekening en risico (zelfstandige).

Het besluit VBA werkt dit verder uit. Volgens dit besluit is sprake van werkinhoudelijke of organisatorische sturing als:

  1. De werkgevende bevoegd is om aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werkende de werkzaamheden moet uitvoeren en de werkende deze ook moet opvolgen.
  2. De werkgevende de mogelijkheid heeft om de werkzaamheden van de werkende te controleren en op basis daarvan in te grijpen.
  3. De werkzaamheden verricht worden binnen het organisatorisch kader van de organisatie van de werkgevende.
  4. De werkzaamheden een structureel karakter hebben binnen de organisatie.
  5. De werkende soortgelijke werkzaamheden verricht als andere werknemers.

Daarnaast beschrijft het besluit dat er sprake is van werken voor eigen rekening en risico als:

  1. De financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden bij de werkende liggen.
  2. De werkende voor herkenbare en zelfstandige uitvoering van de werkzaamheden zorgt.
  3. De werkende in het bezit is van een specifieke opleiding, werkervaring, kennis of vaardigheden die niet structureel in de organisatie van werkgevende aanwezig is.
  4. Er sprake is van een korte duur van de opdracht en/of een beperkt aantal uren per week.
  5. Er sprake is van kenmerken van degene die de arbeid verricht die wijzen op ondernemerschap voor soortgelijke werkzaamheden.

Als er geen elementen aanwezig zijn die wijzen op het werken als werknemer, dan is er waarschijnlijk geen gezagsverhouding. In arbeidsrelaties waarin zowel elementen van werknemerschap als van zelfstandigheid aanwezig zijn, moet een weging worden gemaakt. Er is alleen sprake van een gezagsverhouding wanneer de elementen die duiden op werknemerschap zwaarder wegen dan de elementen die wijzen op het werken als zelfstandige.

De VBAR introduceert ook een rechtsvermoeden van werknemerschap. Dat betekent dat een werkende in principe wordt gezien als werknemer wanneer hij minder dan € 36 per uur (exclusief btw) verdient. De opdrachtgever kan dat vermoeden weerleggen met bewijsmiddelen. Als de werkende het daar niet mee eens is, kan hij naar de rechter stappen. Pas als de rechter het rechtsvermoeden bevestigt, is er sprake van een arbeidsovereenkomst.

Het wetsvoorstel VBAR ligt nog voor bij de Tweede Kamer. De boogde ingangsdatum is 1 juli 2026.

5. Welke regels gelden bij het inhuren van zelfstandigen via een intermediair?

Een intermediair bemiddelt tussen opdrachtgever en zelfstandige. Daarbij fungeert de intermediair vaak als opdrachtgever richting de zelfstandige en opdrachtnemer richting de uiteindelijke opdrachtgever. De administratieve en contractuele afhandeling ligt bij de intermediair. De zelfstandige voert de feitelijke werkzaamheden uit voor de opdrachtgever.

Als opdrachtgevers zelfstandigen willen inhuren via een intermediair, dan gelden dezelfde regels rondom schijnzelfstandigheid. Ook in dat geval bekijkt de Belastingdienst hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Is het werk voor eigen rekening en risico van de werkende? Dan kan de werkende op zzp-basis werken. Wanneer de opdrachtgever of de intermediair bepaalt hoe en wanneer wordt gewerkt, kan er sprake zijn van een uitzend- of arbeidsovereenkomst.  

Daarnaast geldt inlenersaansprakelijkheid. Als de intermediair loonheffingen of belasting niet betaalt, kan de opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld.

Wat betekent dit voor jou?

De ontwikkelingen rond het werken met zelfstandigen vragen om actie. De regels worden strenger, de handhaving intensiever en de risico’s bij schijnzelfstandigheid groter.

Dit is het moment om samenwerkingen met zelfstandigen juridisch en fiscaal opnieuw te toetsen en werkwijzen daarop aan te passen.

Wil je weten hoe jouw organisatie ervoor staat of wil je sparren over een specifieke situatie? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.

Tarik Jansen

Tarik Jansen

Fiscalist
T +31 (0)314 369 111
tarikjansen@stolwijkkelderman.nl

Laura_van_Alst 2024

Laura van Alst

Arbeidsjurist
T +31 (0)314 369 111
lauravanalst@stolwijkkelderman.nl

Terug

Nog niet uitgelezen?