Verandering biedt kansen
Home / Blogs / 5 veelgestelde vragen over werken met zelfstandigen
Sinds dit jaar handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat zorgt voor veel onrust bij zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Hoewel er in 2025 nog geen boetes werden opgelegd, verandert dat per 1 januari 2026. Dan verdwijnt de zachte landing en kunnen direct sancties volgen als er sprake is van schijnzelfstandigheid.
Door Tarik Jansen, fiscalist en Laura van Alst, arbeidsjurist
In dit blog zetten we de meest gestelde vragen uit ons webinar ‘Werken met zelfstandigen: actuele ontwikkelingen’ voor je op een rij, met de uitleg die je nodig hebt om je arbeidsrelaties goed in te richten.
Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand werkt als zelfstandige, maar er volgens het arbeidsrecht eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst beoordeelt dit aan de hand van het Beslis- en Afwegingskader en relevante wetgeving. Volgens artikel 7:610 BW is er sprake van een arbeidsovereenkomst als drie elementen aanwezig zijn: loon, arbeid en gezag.
Die beoordeling kan ingewikkeld zijn. Er wordt namelijk niet alleen naar de afspraken op papier gekeken, maar naar het gehele plaatje in de praktijk. Alle feiten en omstandigheden worden in onderlinge samenhang bekeken. Dit wordt de holistische weging genoemd. Daarbij gebruikt de Belastingdienst de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest:
Alle negen gezichtspunten tellen even zwaar. Het totaalbeeld bepaalt dus of iemand medewerker is of zelfstandige. In het Handhavingsplan van de Belastingdienst staat benoemd hoe de Belastingdienst handhaaft op schijnzelfstandigheid.
Ook als een zelfstandige een persoonlijke BV opricht en via die BV factureert, kan er nog steeds sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Dit is het geval als de realiteitswaarde van de BV ontbreekt en de BV vooral is opgericht om fiscale redenen of om een arbeidsovereenkomst te vermijden.
Wanneer iemand via een persoonlijke BV werkt, maar de omstandigheden in de praktijk eigenlijk passen bij een arbeidsovereenkomst, kijkt de Belastingdienst daar doorheen. Er wordt dan alsnog een arbeidsovereenkomst aangenomen. Het oprichten van een persoonlijke BV verandert dus niets aan de feitelijke werksituatie.
In 2025 handhaafde de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, maar hanteerde een jaar lang een zachte landing. Organisaties en opdrachtnemers kregen daarmee tijd om hun arbeidsrelaties aan te passen zonder direct boetes te riskeren, tenzij eerdere aanwijzingen bewust werden genegeerd of als er sprake was van kwaadwillendheid.
Verder richtte de Belastingdienst zich in 2025 in eerste instantie op sectoren waar schijnzelfstandigheid veel voorkomt.
Vanaf 1 januari 2026 vervalt de zachte landing. De Belastingdienst kan dan direct boetes opleggen wanneer wordt vastgesteld dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Voor opdrachtgevers is dit een goed moment om te controleren of samenwerkingen met zelfstandigen correct zijn ingericht.
Het wetsvoorstel VBAR moet een duidelijk toetsingskader geven voor de vraag wanneer iemand werkt als werknemer en wanneer als zelfstandige. De wet vult artikel 7:610 BW aan en bepaalt dat sprake is van een gezagsverhouding wanneer arbeid wordt verricht onder werkinhoudelijke of organisatorische sturing (werknemerschap) en niet voor eigen rekening en risico (zelfstandige).
Het besluit VBA werkt dit verder uit. Volgens dit besluit is sprake van werkinhoudelijke of organisatorische sturing als:
Daarnaast beschrijft het besluit dat er sprake is van werken voor eigen rekening en risico als:
Als er geen elementen aanwezig zijn die wijzen op het werken als werknemer, dan is er waarschijnlijk geen gezagsverhouding. In arbeidsrelaties waarin zowel elementen van werknemerschap als van zelfstandigheid aanwezig zijn, moet een weging worden gemaakt. Er is alleen sprake van een gezagsverhouding wanneer de elementen die duiden op werknemerschap zwaarder wegen dan de elementen die wijzen op het werken als zelfstandige.
De VBAR introduceert ook een rechtsvermoeden van werknemerschap. Dat betekent dat een werkende in principe wordt gezien als werknemer wanneer hij minder dan € 36 per uur (exclusief btw) verdient. De opdrachtgever kan dat vermoeden weerleggen met bewijsmiddelen. Als de werkende het daar niet mee eens is, kan hij naar de rechter stappen. Pas als de rechter het rechtsvermoeden bevestigt, is er sprake van een arbeidsovereenkomst.
Het wetsvoorstel VBAR ligt nog voor bij de Tweede Kamer. De boogde ingangsdatum is 1 juli 2026.
Een intermediair bemiddelt tussen opdrachtgever en zelfstandige. Daarbij fungeert de intermediair vaak als opdrachtgever richting de zelfstandige en opdrachtnemer richting de uiteindelijke opdrachtgever. De administratieve en contractuele afhandeling ligt bij de intermediair. De zelfstandige voert de feitelijke werkzaamheden uit voor de opdrachtgever.
Als opdrachtgevers zelfstandigen willen inhuren via een intermediair, dan gelden dezelfde regels rondom schijnzelfstandigheid. Ook in dat geval bekijkt de Belastingdienst hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Is het werk voor eigen rekening en risico van de werkende? Dan kan de werkende op zzp-basis werken. Wanneer de opdrachtgever of de intermediair bepaalt hoe en wanneer wordt gewerkt, kan er sprake zijn van een uitzend- of arbeidsovereenkomst.
Daarnaast geldt inlenersaansprakelijkheid. Als de intermediair loonheffingen of belasting niet betaalt, kan de opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld.
De ontwikkelingen rond het werken met zelfstandigen vragen om actie. De regels worden strenger, de handhaving intensiever en de risico’s bij schijnzelfstandigheid groter.
Dit is het moment om samenwerkingen met zelfstandigen juridisch en fiscaal opnieuw te toetsen en werkwijzen daarop aan te passen.
Wil je weten hoe jouw organisatie ervoor staat of wil je sparren over een specifieke situatie? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.
Fiscalist T +31 (0)314 369 111 E tarikjansen@stolwijkkelderman.nl
Arbeidsjurist T +31 (0)314 369 111 E lauravanalst@stolwijkkelderman.nl
Actueel
De waarde van een arbeidsjurist die dicht bij jouw organisatie staat
Het tussentijds opzegbeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst: kansen én risico’s
Onkostenvergoeding voor medewerker, zo houd je grip op kosten zonder gedoe
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
“We hadden het toch goed geregeld?” Het is een zin die we vaak horen. Veel werkgevers gaan ervan uit dat hun afspraken met medewerkers kloppen tot er iets gebeurt. In dit blog laten we je zien hoe snel afspraken ongemerkt kunnen verschuiven en waarom het helpt om ze af en toe samen tegen het licht […]
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd loopt in principe automatisch af op de afgesproken einddatum. Tussentijds opzeggen is meestal niet mogelijk. Toch kan dit anders liggen als er in de overeenkomst een tussentijds opzegbeding is opgenomen. In dit blog leg ik uit wat zo’n beding inhoudt, hoe het werkt in de praktijk en waar werkgevers en […]
Elke maand dezelfde stapels bonnetjes op je bureau. Medewerkers die wachten op uitbetaling. Een administratie die meer tijd kost dan nodig. Veel werkgevers herkennen het en vragen zich af hoe zij dit slimmer kunnen organiseren. Een vaste onkostenvergoeding kan veel rust geven. De kunst is alleen om deze goed in te richten en zorgvuldig te […]
Nieuwe medewerkers ontvangen we met open armen. Logisch, want een sterke start bepaalt vaak hoe iemand zich voelt binnen de organisatie. Maar wat gebeurt er aan het einde van die reis? Een zorgvuldig afscheid krijgt nog te vaak te weinig aandacht, terwijl juist dat moment grote invloed heeft op je reputatie, medewerkerservaring én toekomstige wervingskansen. […]
De Europese regels voor loontransparantie zijn al sinds 2023 van kracht. Maar de Nederlandse wet die deze regels omzet, staat voor januari 2027 gepland. En juist dat vooruitzicht zet veel organisaties aan het denken. In dit blog neem ik je mee in wat er verandert, waarom functiehuizen alleen niet genoeg zijn en welke stappen je […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk