Skip to main content
7 november 2025

10 hardnekkige misverstanden over schuldsanering

Het klinkt overzichtelijk – maak een overzicht van de schulden, doe een voorstel aan de schuldeisers, en klaar. In de praktijk is het tegendeel waar. Saneren is geen spreadsheetoefening, maar een samenspel van cijfers, gedrag, vertrouwen en toekomstperspectief. Juist daar ontstaan de meeste misverstanden. Schuldensanering heeft alleen kans van slagen als je het ziet voor wat het werkelijk is: een herstelproces. We hebben de 10 meest voorkomende misvattingen over schuldsanering voor je op een rij gezet en toegelicht.

1. ‘Een sanering is alleen iets voor bedrijven die failliet dreigen te gaan.’

Veel ondernemers wachten te lang. Ze hopen dat het vanzelf beter wordt of dat een nieuwe opdracht het gat wel weer dicht. De beste saneringen beginnen echter juist vroeg. Een herstructureringsplan is geen reddingsboei voor de laatste fase, maar een strategisch instrument om waarde te behouden. Hoe eerder er inzicht is in de liquiditeitsontwikkeling en de haalbaarheid van het businessmodel, hoe groter de kans op een zachte landing.

2. ‘De Belastingdienst werkt toch nooit mee.’

De fiscus is doorgaans bereid tot overleg, mits je de levensvatbaarheid van de onderneming aannemelijk maakt en je voorstel goed onderbouwd is. Dus werk niet met halfbakken berekeningen of onduidelijke prognoses, want een saneringsverzoek zonder realistische reorganisatiewaarde is kansloos.

3. ‘We bieden 30% aan en dan is het klaar.’

Er bestaat geen standaardpercentage. Het draait om evenwicht: tussen liquidatiewaarde (wat resteert bij een faillissement) en reorganisatiewaarde (wat overblijft als de onderneming door kan). Crediteuren willen weten waarom het voorstel redelijk is – niet alleen wat het percentage is. Met een goed onderbouwd plan laat je zien dat dit het maximale is wat haalbaar is, zonder de onderneming om zeep te helpen.

4. ‘We hoeven alleen de schulden te saneren, niet het businessmodel.’

Een klassieke vergissing. Schulden zijn het symptoom, niet de oorzaak. Wie alleen rekent en niet reflecteert, mist de kern. Vaak ligt er een te smalle marge, te hoge afhankelijkheid van één opdrachtgever, of een structureel te lage prijsstelling aan ten grondslag. Een geslaagde sanering is dus altijd ook een reorganisatie van het verdienmodel.

5. ‘De accountant kan dit er wel even bij doen.’

In theorie misschien, maar in de praktijk vraagt een sanering om specifieke kennis van insolventierecht, gedragspsychologie en onderhandelingstechniek. Een accountant kan een cruciale rol spelen in het voorbereiden en onderbouwen van het plan, maar niet improviseren. Saneren is teamwerk: accountant, jurist, herstructureringscoach en ondernemer – ieder met een eigen rol.

6. ‘De bank bepaalt toch alles.’

Dat was ooit zo. Maar in veel mkb-situaties is de bank niet eens de grootste schuldeiser. De Belastingdienst, leveranciers of zelfs privé-schuldeisers spelen een minstens zo grote rol. Bovendien is de positie van banken de laatste jaren veranderd: minder risicobereidheid, meer afstand. Een goede sanering vraagt dus om balans tussen alle partijen.

7. ‘We sturen gewoon een voorstel rond en zien wel wie reageert.’

Een schuldeisersvoorstel zonder toelichting of context wekt geen vertrouwen. Crediteuren reageren niet op getallen, maar op geloofwaardigheid. Ze willen begrijpen: Wat is er misgegaan? Wat gaat er nu anders? Waarom is dit voorstel het beste dat haalbaar is? Een sanering zonder communicatie is gedoemd te mislukken.

8. ‘De WHOA lost alles op.’

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) wordt vaak gezien als een juridisch instrument om dwarsliggende schuldeisers te dwingen, maar dat is het niet. De WHOA is juist bedoeld om een minnelijke regeling mogelijk te maken, zonder dat de rechter eraan te pas hoeft te komen.

In de meeste trajecten wordt de wet gebruikt als stok achter de deur: een manier om schuldeisers te laten zien dat er een wettelijk kader is waarbinnen een redelijke regeling ook zonder hun toestemming kan worden afgedwongen. Dat besef zorgt vaak al voor bereidheid om mee te werken aan een vrijwillig akkoord. Alleen wanneer één of enkele partijen blijven dwarsliggen, volgt de juridische route met homologatie.

De kracht van de WHOA zit dus niet in het afdwingen, maar in het creëren van evenwicht: tussen redelijkheid, snelheid en perspectief.

9. ‘Een sanering is pas geslaagd als niemand verlies lijdt.’

Dat is een sympathieke gedachte, maar niet realistisch. Iedereen draagt iets bij – geld, tijd, of zekerheid – om een nieuwe start mogelijk te maken. Succes is niet het vermijden van verlies, maar het creëren van perspectief: een onderneming die weer levensvatbaar is, werkgelegenheid behoudt en vertrouwen herwint.

10. ‘Als de schulden weg zijn, zijn we gered.’

De echte sanering begint ná het akkoord. Dan komt het aan op gedrag, besturing en discipline. Een strak liquiditeitsbeheer, tijdige rapportages, en het nakomen van afspraken zijn cruciaal. Wie na de sanering terugvalt in oude gewoontes, heeft slechts tijd gekocht. Wie leert van het verleden, heeft toekomst gekocht.

Bron: Fiscaal Vanmorgen

Terug

Nog niet uitgelezen?