Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Wetsvoorstel box 3 2027: belasting onroerende zaken duidelijker
Het is nu duidelijk hoe onroerende zaken moeten worden belast in het voorgestelde nieuwe box 3-stelsel. Dit wetsvoorstel box 3 ligt nu ter advies bij de Raad van State.
In het nieuwe stelsel wordt zowel het directe rendement als het indirecte rendement op onroerende zaken belast in box 3.
Het directe rendement is het rendement dat je jaarlijks behaalt, bijvoorbeeld huur en pacht, maar ook het rendement in natura door eigen gebruik van de onroerende zaak. De wijze van belastingheffing binnen het wetsvoorstel box 3 is afhankelijk van de categorie waarin de onroerende zaak wordt ingedeeld:
Belangrijk: Verschuldigde rente over schulden kun je wel in aftrek brengen, ook als je de vastgoedbijtelling toe moet passen.
In het nieuwe voorgestelde stelsel is het onderscheid tussen onderhouds- en verbeteringskosten van belang. Onderhoudskosten zijn in het jaar aftrekbaar of verdisconteert in de vastgoedbijtelling. Verbeteringskosten worden pas verrekend bij het realiseren van het indirecte rendement.
Goed om te weten: Kort omschreven zijn onderhoudskosten kosten voor het repareren van bestaande elementen van de onroerende zaak, denk aan schilderen. Bij verbetering worden kosten gemaakt die iets toevoegen aan de onroerende zaak, denk aan een aanbouw.
Het indirecte rendement is binnen het wetsvoorstel box 3 belast volgens de vermogenswinstbelasting. Het gaat hierbij om de winst die je behaalt door de waardeontwikkeling tijdens de periode dat je als belastingplichtige een onroerend goed bezit.
De belastingheffing vindt plaats aan het einde van de bezitsduur, bijvoorbeeld bij verkoop. De wijze van belastingheffing vindt voor alle onroerende zaken op dezelfde wijze plaats. Het maakt hierbij dus niet uit of je de onroerende zaak voor minimaal 328 dagen per jaar verhuurt, minder of helemaal niet.
Belangrijk: De verbeteringskosten worden bij de berekening van het indirecte rendement wel verrekend.
Een heel simpel voorbeeld:
De vermogenswinst bedraagt dan: € 150.000 (€ 900.000 -/- € 500.000 -/- € 250.000)
Het wetsvoorstel dat nu ter advies bij de Raad van State ligt bevat nog meer parameters die nog niet eerder bekend waren. Zo wordt voorgesteld:
Let op! Het nieuwe kabinet kan uiteraard nog andere keuzes maken voor de parameters.
De wetgever wil het nieuwe stelsel per 1 januari 2027 in laten gaan. De hiervoor beschreven berekening van bijvoorbeeld het werkelijke rendement op onroerende zaken geldt dan ook pas als de wetsvoorstellen ongewijzigd worden aangenomen en per 1 januari 2027 in werking treden.
Door het wetsvoorstel box 3 nú aan de Raad van State voor te leggen, is invoering van het nieuwe stelsel per 1 januari 2027 mogelijk nog haalbaar. Na ontvangst van het advies van de Raad van State kan het nieuwe kabinet beslissen om het wetsvoorstel, met of zonder wijzigingen, in te dienen bij de Tweede Kamer.
Bron: SRA
Actueel
Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit: wat werkgevers vóór 1 juli 2026 moeten doen
Reparatiewet nieuw pensioenstelsel: meer bescherming voor medewerkers en nabestaanden
Rechtsvermoeden minimumloon: werkgever moet betaling beter kunnen bewijzen
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit vraagt in 2026 nog steeds aandacht van werkgevers met meer dan 100 medewerkers. Valt je organisatie onder deze verplichting? Dan moet je vóór 1 juli 2026 rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van medewerkers in 2025. Voor organisaties met minder dan 250 medewerkers verandert de verplichting waarschijnlijk vanaf 2026. […]
De reparatiewet nieuw pensioenstelsel moet praktische knelpunten in de Wet toekomst pensioenen oplossen. Voor werkgevers is dit belangrijk, omdat pensioenafspraken direct raken aan arbeidsvoorwaarden, personeelsadministratie en communicatie met medewerkers. Het wetsvoorstel versterkt onder meer de bescherming van nabestaanden en arbeidsongeschikte medewerkers.Ook moet de uitvoering voor pensioenfondsen en verzekeraars duidelijker worden. Als werkgever krijg je hierdoor […]
Als werkgever krijg je mogelijk te maken met een strengere bewijspositie rond het wettelijk minimumloon. Het kabinet werkt het rechtsvermoeden minimumloon verder uit tot een wetsvoorstel.Daarmee kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever als niet duidelijk is of een medewerker genoeg loon heeft ontvangen. Vooral een complete en tijdige loonadministratie wordt daardoor belangrijker. Rechtsvermoeden minimumloon […]
Op 21 mei 2026 is het wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie ingediend bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking. Voor werkgevers betekent dit concrete verplichtingen op het gebied van salarissen, informatieverstrekking en rapportage. Hoe groter je organisatie, hoe meer er van je verwacht wordt. Dit […]
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft gevolgen voor meer bedrijven dan veel werkgevers denken. Niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en andere ondernemingen kunnen onder de Wtta vallen. Leen je personeel uit tegen betaling? Dan moet je mogelijk vanaf 2028 zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook als je personeel inhuurt, krijg […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk