Skip to main content
10 februari 2016

Werkkostenregeling – actualiteiten per 2016

Aanscherpen gebruikelijkheidscriterium

In de wet is bepaald dat de werkgever in geval van tegenwoordige arbeid vergoedingen en verstrekkingen als eindheffingsbestanddeel kan aanwijzen. Daarbij geldt als voorwaarde dat deze vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate afwijken van wat in overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is. Dit wordt het gebruikelijkheidscriterium genoemd.
Vanaf 1 januari 2016 wordt het gebruikelijkheidscriterium verduidelijkt. Het gaat erom dat het (als eindheffingsbestanddeel) aanwijzen van de verstrekking of vergoeding gebruikelijk moet zijn.

Bij de toets of is voldaan aan het gebruikelijkheidscriterium, is onder andere de aard van de vergoeding of verstrekking van belang. Het is bijvoorbeeld niet gebruikelijk dat het maandloon van een werknemer wordt aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor vakantiegeld, hoge bonussen of vergoeding van vermogensschade bij indiensttreding. Het aanwijzen van vergoedingen of verstrekkingen die een relatie hebben met kosten die de werknemer maakt, onderscheidenlijk zonder de verstrekking zou moeten maken, in het kader van de behoorlijke vervulling van zijn dienstbetrekking, zal eerder gebruikelijk zijn dan het aanwijzen van pure beloningsbestanddelen.

Wanneer de omvang van de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen ongebruikelijk is, wordt bekeken hoe groot de afwijking is van het gebruikelijke. Volgens het gebruikelijkheidscriterium geldt namelijk dat de omvang van als eindheffingsbestanddeel aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate groter mag zijn dan de omvang van de vergoedingen en verstrekkingen die in overeenkomstige omstandigheden in de regel als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen.

Rentevoordeel personeelsleningen voor eigen woning belast

Per 1 januari 2016 vervalt de nihilwaardering voor het rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning. Dit geldt ook voor het voordeel ter zake van de kosten die aan de lening zijn verbonden. Het rentevoordeel en het kostenvoordeel mogen niet aangewezen worden als eindheffingsloon als het gaat om een lening waarvan de rente aftrekbaar is in de inkomstenbelasting.
Het rentevoordeel en het kostenvoordeel moeten tot het loon van de werknemer gerekend worden. De werknemer kan het belaste rentevoordeel en het belaste kostenvoordeel in de inkomstenbelasting aftrekken bij de eigenwoningregeling onder de voorwaarden die daarvoor gelden.

Bron: Belastingdienst

Terug

Nog niet uitgelezen?