Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Vbar wetsvoorstel zzp: kabinet schrapt deel om onrust bij opdrachtgevers te verminderen
Het kabinet heeft besloten een deel van het wetsvoorstel Vbar (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) in te trekken. Dat besluit heeft direct gevolgen voor hoe jij als werkgever omgaat met zzp’ers. De handhaving op schijnzelfstandigheid loopt gewoon door, maar de regels rondom de beoordeling van arbeidsrelaties veranderen van koers. Begrijpen wat er precies verandert en wat er van je verwacht wordt, is nu belangrijker dan ooit.
Het wetsvoorstel Vbar bestond uit twee delen. Het eerste deel regelde een verduidelijking van wanneer iemand als echte zelfstandige werkt of eigenlijk medewerker is. Het tweede deel introduceerde een rechtsvermoeden voor laagbetaalde zzp’ers, waarmee zij makkelijker konden aantonen dat zij feitelijk in loondienst werken.
Het verduidelijkingsdeel zorgde voor veel onrust in de markt. Opdrachtgevers en zelfstandigen wisten niet goed waar zij aan toe waren. Het kabinet heeft daarom besloten dit deel van tafel te halen. Het rechtsvermoeden voor laagbetaalde zzp’ers blijft wel overeind en krijgt zelfs prioriteit.
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat verandert niet door dit besluit van het kabinet. Als werkgever blijf je dus verantwoordelijk om te beoordelen of de zzp’er die jij inhuurt ook daadwerkelijk als zelfstandige werkt.
Werk je samen met een zzp’er en blijkt achteraf dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst? Dan kan de Belastingdienst je verplichten alsnog loonheffingen af te dragen. Naast dit fiscale risico loop je ook risico’s op het gebied van arbeidsrecht en pensioen. Denk aan:
Het kabinet wil vaart maken met het rechtsvermoeden voor laagbetaalde zelfstandigen. Dit geldt voor zzp’ers die tot 38 euro per uur verdienen (peildatum 1 januari 2026). Als zo’n zelfstandige een beroep doet op het rechtsvermoeden, draait de bewijslast om.
Dat betekent concreet: als werkgever moet jij dan aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan is er wettelijk gezien sprake van schijnzelfstandigheid en heeft de zzp’er recht op dezelfde bescherming als een medewerker in loondienst.
Dit is een belangrijke verschuiving voor werkgevers die werken met relatief laagbetaalde zelfstandigen. De verantwoordelijkheid om de zelfstandige status te onderbouwen ligt nadrukkelijk bij jou als opdrachtgever.
Door het schrappen van het verduidelijkingsdeel van Vbar komt er ruimte voor een nieuw wettelijk kader: de Zelfstandigenwet. Deze wet is een afspraak uit het coalitieakkoord van het huidige kabinet. Het doel is om zzp’ers een duidelijkere rechtspositie en erkenning in de wet te geven.
Minister Aartsen van Werk en Participatie werkt hier de komende tijd hard aan verder. De precieze inhoud van de Zelfstandigenwet is op dit moment nog niet bekendgemaakt. Als werkgever is het slim om de ontwikkelingen rondom deze wet nauwlettend te volgen, want de nieuwe spelregels zullen direct van invloed zijn op hoe je contracten met zzp’ers vormgeeft.
Ook al is het verduidelijkingsdeel van Vbar geschrapt, als werkgever mag je de handhaving niet onderschatten. Er zijn stappen die je nu al kunt zetten om risico’s te beperken:
Het kabinet kiest bewust voor een koers van rust en duidelijkheid rondom zzp’ers. Het schrappen van het verduidelijkingsdeel van Vbar neemt een deel van de onzekerheid weg. Toch blijft de kern ongewijzigd: de handhaving op schijnzelfstandigheid gaat door en als werkgever draag jij de verantwoordelijkheid om de zelfstandige status te kunnen aantonen.
De komst van de Zelfstandigenwet biedt in de toekomst hopelijk meer duidelijkheid voor zowel zelfstandigen als opdrachtgevers. Tot die tijd is het verstandig je huidige werkwijze kritisch tegen het licht te houden en goed gedocumenteerd te werken.
Bron: Accountancy Vanmorgen
Actueel
Nieuwe rekeningnummers Belastingdienst per 1 mei 2026
Uitzondering verbod contante betalingen vanaf € 3.000
IB-onderneming met terugwerkende kracht in bv?
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Per 1 mei 2026 stapt de Belastingdienst over van ING naar Rabobank. Alleen de bank en het rekeningnummer veranderen. De manier waarop je betaalt blijft hetzelfde. Wat verandert er voor jou? Vanaf 1 mei 2026 staat het nieuwe Rabobank-rekeningnummer op de betaalinformatie die je van de Belastingdienst ontvangt. Dit geldt voor loonheffingen, btw, inkomstenbelasting en […]
Vanaf 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 voor goederen. Hierbij geldt een uitzondering voor aankopen buiten de EU. Andere uitzonderingen worden niet ingevoerd. Verbod contante betalingen vanaf € 3.000 Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf 1 januari 2026 in Nederland verboden. Het verbod geldt voor alle ondernemers die […]
Wil je jouw IB-onderneming, bijvoorbeeld een eenmanszaak, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 vanuit een bv uitoefenen? Voor ruisende inbreng moet je actie ondernemen vóór 1 april 2026 en voor geruisloze inbreng vóór 1 oktober 2026. Verschil ruisende of geruisloze inbreng Als je een onderneming ruisend de bv inbrengt, moet je fiscaal afrekenen over […]
Voor veel werkgevers is de deadline voor de WKR afrekening 2025 een kwestie van dagen. Heb je in 2025 de vrije ruimte van de werkkostenregeling overschreden, dan moet je dit uiterlijk in je tweede aangifte loonheffingen 2026 verwerken. Bij een vierwekenaangifte is de deadline al 22 maart 2026. Bij een maandaangifte heb je tot en […]
Heb je te weinig btw afgedragen over het jaar 2025? Corrigeer dit met een btw-suppletie. Dien deze btw-suppletie over 2025 in vóór 1 april 2026, want zo voorkom je dat de Belastingdienst je hierover belastingrente berekent. Voorkom belastingrente Heb je in 2025 te weinig btw aangegeven in je btw-aangifte en dus te weinig btw afgedragen, […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk