Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Ketenregeling arbeidscontract wint het van cao-bepaling: wat betekent dit voor jou als werkgever?
Als werkgever maak je gebruik van tijdelijke contracten. Dat is logisch en soms onvermijdelijk. Maar de wet stelt grenzen aan hoe lang je dat mag doen. De ketenregeling bepaalt dat je maximaal drie contracten voor bepaalde tijd mag aanbieden binnen drie jaar. Daarna ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Een recente rechtszaak laat zien dat een cao-bepaling die dit anders regelt, niet zomaar boven de wettelijke ketenregeling gaat. Voor jou als werkgever is dat een belangrijk signaal: ken de wettelijke regels, volg ze op en vertrouw niet blind op een cao als het gaat om arbeidsrechtelijke bescherming van je medewerkers.
Een docent trad na zijn AOW-leeftijd in dienst bij een school. Hij gaf negen jaar lang les aan nieuwkomers in een Internationale Schakelklas. Formeel had hij geen onderwijsbevoegdheid. Elk jaar ontving hij een nieuw jaarcontract. Na negen jaar verlengde de werkgever het contract niet meer en ging ervan uit dat het dienstverband van rechtswege eindigde.
De docent was het daar niet mee eens. Hij stelde dat hij recht had op een contract voor onbepaalde tijd op basis van de ketenregeling. De werkgever verwees naar de cao Voortgezet Onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020, die beide stellen dat onbevoegde docenten geen vast contract kunnen krijgen. De werkgever zag dit als een geldige uitzondering op de ketenregeling.
De ketenregeling is vastgelegd in de wet (artikel 7:668a BW). Deze regeling beschermt medewerkers tegen langdurig tijdelijk werk zonder perspectief op zekerheid. De regels zijn als volgt:
In sommige sectoren mag van deze regeling worden afgeweken via de cao. Dat is een bewuste keuze van de wetgever. Maar die afwijking moet dan ook uitdrukkelijk arbeidsrechtelijk van aard zijn en bedoeld zijn om de medewerker te beschermen of een gelijkwaardige regeling te bieden.
De kantonrechter was helder: de ketenregeling is een wezenlijk onderdeel van het arbeidsrecht en is er specifiek op gericht om medewerkers te beschermen. Een branchespecifieke regel die niet arbeidsrechtelijk van aard is, maar gericht op kwaliteitsborging in het onderwijs, kan deze bescherming niet ondergraven.
De redenering van de werkgever, dat de cao en de Wet voortgezet onderwijs 2020 de ketenregeling terzijde stellen, werd afgewezen. De rechter stelde vast dat de docent na drie jaarcontracten een contract voor onbepaalde tijd had verkregen. De werkgever had dit contract vervolgens niet rechtsgeldig opgezegd, omdat hij ten onrechte uitging van een einde van rechtswege.
De rechter erkende dat er uiteindelijk een geldige reden was om het dienstverband te beëindigen. Zodra een bevoegde docent beschikbaar is, moet de onbevoegde docent op basis van de cao plaatsmaken. In dit geval was er inderdaad een bevoegde docent beschikbaar. Het einde van het dienstverband stond daarmee vast.
Toch liep de werkgever tegen een forse vergoeding aan. De kantonrechter tilde zwaar aan de manier waarop de werkgever had gehandeld:
De billijke vergoeding werd vastgesteld op vijf maandsalarissen, wat neerkomt op 13.500 euro. Vanwege de handelwijze van de werkgever verhoogde de rechter dit bedrag naar 15.000 euro.
Deze uitspraak geeft een duidelijk signaal af. De wettelijke ketenregeling is geen formaliteit. Het is een stevige beschermingsbepaling die zwaarder weegt dan branchespecifieke cao-regels die een ander doel dienen. Als werkgever mag je niet zomaar aannemen dat een cao-bepaling de ketenregeling buitenspel zet.
Let concreet op het volgende:
Een veelgemaakte fout is dat werkgevers te lang doorgaan met tijdelijke contracten, ook als de wettelijke grens al is bereikt. Zodra de ketenregeling van toepassing is en je toch een volgend tijdelijk contract aanbiedt, is dat contract van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd. Je kunt er dan niet meer vanuit gaan dat het vanzelf eindigt.
In de casus hierboven ging de werkgever daar negen jaar lang de mist mee in. De rechter rekende dit de werkgever zwaar aan, ook al waren er geen kwade bedoelingen. Onbekendheid met de regels beschermt je als werkgever dus niet tegen de financiële en juridische gevolgen.
De wet is duidelijk en de rechter ook. Branchespecifieke cao-bepalingen kunnen de wettelijke arbeidsrechtelijke bescherming niet zomaar ondergraven. Dat geldt zeker als die bepalingen een ander doel dienen, zoals kwaliteitsborging in het onderwijs. De rechter kijkt naar de aard en het doel van de bepaling.
Als werkgever profiteer je van duidelijkheid en een strak contractbeheer. Houd je aan de wettelijke maxima, maak bewuste keuzes bij het einde van een tijdelijk contract en schakel op tijd een juridisch adviseur in als je twijfelt. Zo voorkom je onnodige vergoedingen en rechtszaken.
Bron: SRA
Actueel
Nieuwe rekeningnummers Belastingdienst per 1 mei 2026
Uitzondering verbod contante betalingen vanaf € 3.000
IB-onderneming met terugwerkende kracht in bv?
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
Per 1 mei 2026 stapt de Belastingdienst over van ING naar Rabobank. Alleen de bank en het rekeningnummer veranderen. De manier waarop je betaalt blijft hetzelfde. Wat verandert er voor jou? Vanaf 1 mei 2026 staat het nieuwe Rabobank-rekeningnummer op de betaalinformatie die je van de Belastingdienst ontvangt. Dit geldt voor loonheffingen, btw, inkomstenbelasting en […]
Vanaf 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 voor goederen. Hierbij geldt een uitzondering voor aankopen buiten de EU. Andere uitzonderingen worden niet ingevoerd. Verbod contante betalingen vanaf € 3.000 Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf 1 januari 2026 in Nederland verboden. Het verbod geldt voor alle ondernemers die […]
Wil je jouw IB-onderneming, bijvoorbeeld een eenmanszaak, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 vanuit een bv uitoefenen? Voor ruisende inbreng moet je actie ondernemen vóór 1 april 2026 en voor geruisloze inbreng vóór 1 oktober 2026. Verschil ruisende of geruisloze inbreng Als je een onderneming ruisend de bv inbrengt, moet je fiscaal afrekenen over […]
Voor veel werkgevers is de deadline voor de WKR afrekening 2025 een kwestie van dagen. Heb je in 2025 de vrije ruimte van de werkkostenregeling overschreden, dan moet je dit uiterlijk in je tweede aangifte loonheffingen 2026 verwerken. Bij een vierwekenaangifte is de deadline al 22 maart 2026. Bij een maandaangifte heb je tot en […]
Heb je te weinig btw afgedragen over het jaar 2025? Corrigeer dit met een btw-suppletie. Dien deze btw-suppletie over 2025 in vóór 1 april 2026, want zo voorkom je dat de Belastingdienst je hierover belastingrente berekent. Voorkom belastingrente Heb je in 2025 te weinig btw aangegeven in je btw-aangifte en dus te weinig btw afgedragen, […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk