Verandering biedt kansen
Home / Nieuws / Transitievergoeding bij ontslag: wanneer ben je als werkgever verplicht te betalen?
Wanneer je als werkgever het initiatief neemt om een arbeidsovereenkomst te beëindigen, krijg je in de meeste gevallen te maken met de transitievergoeding. Wat houdt deze vergoeding precies in? Wanneer ben je dit verschuldigd? En hoe bereken je het juiste bedrag?
Je bent als werkgever transitievergoeding verschuldigd als jij het initiatief neemt tot beëindiging van het dienstverband. Dit is het geval bij:
Er zijn situaties waarin je geen vergoeding hoeft te betalen:
Bij ernstig verwijtbaar handelen van jou als werkgever, bijvoorbeeld discriminatie of schending van re-integratieverplichtingen, is wél een transitievergoeding verschuldigd. De rechter kan daarnaast ook een billijke vergoeding toekennen.
Volgens de Hoge Raad (SIPOR-beschikking, april 2020) is bij herplaatsing in een lagere functie geen sprake van gedeeltelijke beëindiging van het dienstverband. Een verlaging van het loon leidt daarom niet tot een (gedeeltelijke) transitievergoeding.
Vanaf 2020 bedraagt de vergoeding 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar. Voor onvolledige dienstjaren geldt een pro rato berekening:
(brutosalaris / loon per maand) × ((1/3 loon per maand) / 12) In 2025 bedraagt de maximale vergoeding € 98.000 bruto, of één jaarsalaris als dat hoger is.
Bereken de vergoeding eenvoudig via rekenhulptransitievergoeding.nl
Een medewerker met een maandsalaris van € 3.000 werkt 9 jaar en 4 maanden. Transitievergoeding: 9 × (1/3 × € 3.000) = € 9.000 4 maanden = € 333,33 Totaal: € 9.333,33
Alleen de periodes waarin daadwerkelijk is gewerkt tellen mee voor de berekening van de transitievergoeding.
De transitievergoeding wordt fiscaal behandeld als loon uit vroegere dienstbetrekking. Dit betekent dat de groene belastingtabel van toepassing is. Hierdoor wordt géén arbeidskorting toegepast, en valt het nettobedrag vaak lager uit dan verwacht.
Bij ontbinding op basis van de i-grond (cumulatiegrond) kan de rechter de transitievergoeding met maximaal 50% verhogen. Deze extra vergoeding komt bovenop de reguliere transitievergoeding en kan eventueel worden gecombineerd met een billijke vergoeding.
Bij het berekenen van het salaris tellen alleen schriftelijk overeengekomen vaste looncomponenten mee, zoals:
Variabele onderdelen, zoals bonussen en winstuitkeringen, tellen alleen mee als deze schriftelijk zijn overeengekomen.
Bonussen tellen alleen mee voor de berekening van de transitievergoeding als ze structureel zijn én schriftelijk zijn overeengekomen. Incidentele of discretionaire bonussen tellen dus meestal niet mee.
Je mag de volgende kosten aftrekken:
Inzetbaarheidskosten mag je alleen in mindering brengen als deze vooraf schriftelijk met de medewerker zijn overeengekomen én niet specifiek gericht zijn op de huidige functie
Bij opvolgend werkgeverschap mag je inzetbaarheidskosten die door de vorige werkgever zijn gemaakt niet in mindering brengen op de transitievergoeding, ook niet als er sprake is van rechtsopvolging.
Kosten voor huidige functie of door een vorige werkgever gemaakte kosten mag je niet aftrekken.
Volgens de Xella-beschikking (2019) moet je als werkgever meewerken aan een beëindiging van het dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid, inclusief betaling van de transitievergoeding.
Een uitzondering geldt alleen als je:
Het UWV compenseert alleen de transitievergoeding berekend tot het einde van de wachttijd van 104 weken. Het deel dat betrekking heeft op de periode daarna wordt niet vergoed.
Bij structurele en substantiële vermindering van arbeidsuren (≥ 20%) kan recht bestaan op een pro-rato transitievergoeding (Kolom-beschikking, 2018). Hiervoor kan compensatie worden aangevraagd bij het UWV.
Werkgevers kunnen een compensatie aanvragen bij het UWV voor vergoedingen na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Vereisten zijn onder meer:
Er vindt geen compensatie plaats over de periode dat het dienstverband bewust slapend is gehouden.
Je kunt een compensatie voor de transitievergoeding aanvragen via het werkgeversportaal van het UWV. Hiervoor heb je eHerkenning nodig. De aanvraag wordt zorgvuldig getoetst: je moet onder meer de arbeidsovereenkomst, opzeggingsbrief of beëindigingsovereenkomst, de berekening én het betaalbewijs aanleveren.
Bij betaling van bonussen of winstuitkeringen kan aanvullende documentatie nodig zijn.
Je moet de vergoeding eerst zelf voorschieten. Extra documentatie kan nodig zijn bij bonussen of winstuitkeringen.
De Hoge Raad heeft bepaald dat je als werkgever ook bij ‘diepslapers’ en ‘semidiepslapers’ verplicht bent mee te werken aan beëindiging van het dienstverband met toekenning van een transitievergoeding – mits het verzoek van de werknemer dateert van ná 20 juli 2018.
Het maakt niet uit wanneer de ontslagbevoegdheid precies is ontstaan, zolang het dienstverband pas op of na 1 juli 2015 is beëindigd.
Je mag geen finale kwijting als voorwaarde stellen bij deze beëindiging. De Hoge Raad heeft in 2022 bepaald dat dit in strijd is met goed werkgeverschap.
Er ligt een wetsvoorstel om de compensatieregeling bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers (met in 2025 een loonsom < € 990.000). De invoering is voorzien per 1 juli 2026.
Doel van de wijziging is om grote werkgevers zelf verantwoordelijk te maken voor de vergoeding. Of dit leidt tot nieuwe ‘slapende dienstverbanden’, zal de praktijk moeten uitwijzen.
Als kleine werkgever (< 25 medewerkers) kun je compensatie aanvragen voor transitievergoedingen bij bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of overlijden. Voorwaarde: opzegging of beëindiging moet binnen bepaalde termijnen plaatsvinden.
Bij tijdelijke contracten van 6 maanden of langer moet je uiterlijk één maand voor afloop schriftelijk aanzeggen of het contract wordt verlengd.
Doe je dit niet, dan ben je een aanzegvergoeding verschuldigd:
Mondelinge aanzegging is niet geldig. De aanzegvergoeding valt bovendien niet onder de loongarantieregeling van de WW. Bij faillissement of betalingsonmacht wordt deze dus niet vergoed door het UWV.
Bij onregelmatige opzegging – zonder de juiste opzegtermijn – moet je het loon over de resterende termijn betalen. Dit staat los van daadwerkelijk geleden schade.
De rechter kan een extra vergoeding toekennen bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, zoals:
Er geldt geen maximum, maar de drempel voor toekenning is hoog.
Bron: SRA
Actueel
RVU-drempelvrijstelling 2026: zo werkt eerder stoppen met werken voor werkgevers
Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2026: dit moet je nú weten en voorbereiden
Kamer steunt nieuw box 3-stelsel maar is kritisch
Deel dit bericht
Nog niet uitgelezen?
De RVU-drempelvrijstelling 2026 biedt werkgevers opnieuw ruimte om medewerkers met zwaar werk eerder te laten stoppen zonder extra belasting. Voor veel organisaties is dit een belangrijk instrument om duurzame inzetbaarheid en sociaal beleid vorm te geven. Maar hoe werkt de regeling precies, wat zijn de voorwaarden en waar moet je als werkgever rekening mee houden? […]
2026 brengt opnieuw belangrijke fiscale en arbeidsrechtelijke wijzigingen met zich mee. Als werkgever of ondernemer krijg je te maken met aanpassingen in loonheffingen, auto van de zaak, zzp-handhaving, minimumloon en regelingen zoals de WKR en loonkostenvoordelen. In dit artikel lees je wat de top 10 wijzigingen voor de werkgever 2026 concreet betekenen, waar de risico’s […]
Maandag 19 januari 2026 werd duidelijk: een meerderheid van de Tweede Kamer is vóór de nieuwe opzet van het box 3-stelsel en belastingheffing over het rendement op vermogen. Van harte gaat dit echter niet. De meeste partijen zijn voor omdat alternatieven complex zijn en uitstel de staatskas veel geld kost. Nieuwe wet box 3 is […]
De Special Lonen 2026 staat voor je klaar! Dé complete gids voor werkgevers en HR-professionals die grip willen houden op loon, premies en wet- en regelgeving. De regels rondom loon en personeel blijven veranderen. Met de Special Lonen 2026 heb je één actueel en betrouwbaar naslagwerk in handen, zodat je niets over het hoofd ziet en […]
Sinds 1 januari 2026 geldt de nieuwe cao voor uitzendkrachten. Deze cao loopt drie jaar en heeft directe gevolgen voor werkgevers die werken met uitzendkrachten. De kern van de wijziging: inlenersbeloning is vervangen door gelijkwaardige beloning. Dat vraagt meer inzicht, meer afstemming en een andere manier van aanleveren van arbeidsvoorwaarden. In dit artikel lees je […]
© 2026 - Stolwijk Kennisnetwerk